ECLI:NL:RBDHA:2026:12704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht naar Spanje op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de overdracht naar Spanje uit te stellen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de minister de overdracht op 21 mei 2026 gepland had, maar dat deze overdracht vrijwillig zou zijn en verzoeker niet gedwongen zou worden. Er was geen sprake van een spoedeisend belang omdat verzoeker zelf kon beslissen om niet mee te werken aan de overdracht. De behandeling van het beroep stond gepland op 9 juni 2026.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank niet in het bodemgeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om de overdracht naar Spanje uit te stellen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.