ECLI:NL:RBDHA:2026:12704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht naar Spanje op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij op 21 mei 2026 wordt overgedragen aan Spanje, omdat hij een beroepsprocedure tegen het besluit van de minister tot niet-inbehandelingneming van zijn asielaanvraag heeft ingesteld.
De voorzieningenrechter overweegt dat de minister de overdracht faciliteert als vrijwillig vertrek en dat verzoeker niet gedwongen zal worden overgedragen. Er is geen sprake van een spoedeisend belang omdat verzoeker zelf kan bepalen of hij meewerkt aan de overdracht.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en stelt dat het oordeel voorlopig is en de bodemrechter niet bindt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht naar Spanje wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.