ECLI:NL:RBDHA:2026:1280

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL25.37168
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 31 lid 6 sub b VwArt. 31 lid 6 sub c VwArt. 31 lid 6 sub d VwArt. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid lidmaatschap HDP en bewijsnood

Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht asiel in Nederland vanwege vermeende vervolging in Turkije wegens lidmaatschap van de HDP en discriminatie vanwege zijn Koerdische afkomst. De minister wees de aanvraag af, waarbij de geloofwaardigheid van het lidmaatschap van de HDP werd betwijfeld vanwege tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan objectieve onderbouwing.

Eiser stelde in bewijsnood te verkeren omdat hij geen toegang had tot het digitale overheidsloket e-devlet om relevante documenten te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang kon krijgen tot e-devlet en dat hij onvoldoende onderbouwde pogingen had gedaan om inloggegevens te verkrijgen.

De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het lidmaatschap van de HDP in twijfel trok en dat de verklaringen over onderduiken onsamenhangend waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en bewijsnood.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37168

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. J.G. Brands),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw. [1] Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Op 11 november 2025 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank naar voren gebracht dat hij zelf niet de mogelijkheid heeft de conclusies van TOELT en Bureau Documenten te toetsen aan de onderliggende stukken en de rechtbank verzocht om met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb [2] kennis te nemen van de onderliggende stukken.
Op 21 november 2025 heeft de rechtbank de minister verzocht deze stukken mee te nemen naar de zitting.
2.3. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. Op de zitting bleek dat de minister meer tijd nodig had om het analyseformulier van Bureau Documenten op te kunnen sturen. De rechtbank heeft daarop de minister een termijn van twee weken gegeven om het analyseformulier aan te leveren.
2.4.
Bij brief van 9 december 2025 heeft Bureau Documenten nadere stukken van haar beoordeling overgelegd en daarbij verzocht tot toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek tot beperking van de kennisneming. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Met de beslissing van 24 december 2025 heeft de rechtbank bepaald dat beperking van de kennisneming van het analyseformulier gerechtvaardigd is. De gemachtigde van eiser heeft op 8 januari 2026 aangegeven zich niet te verzetten tegen kennisneming van het formulier door de rechtbank. Partijen hebben aangegeven dat zij een nadere zitting niet nodig vinden. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser heeft medio 2022 Turkije verlaten. Begin 2023 heeft hij in Nederland asiel aangevraagd. Eiser heeft tijdens het gehoor van 4 februari 2025 naar voren gebracht dat hij in Turkije wordt gezocht vanwege zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst en betrokkenheid als lid van de HDP sinds 2011. Volgens eiser is tegen hem een arrestatiebevel uitgevaardigd en zijn de Turkse autoriteiten bij zijn ouderlijk huis en het adres waar hij ingeschreven staat langs geweest en op zoek naar hem. Eiser stelt een jaar ondergedoken te hebben gezeten voordat hij naar Griekenland is gevlucht. Daarnaast heeft eiser verklaard vanwege zijn Koerdische afkomst discriminatie te hebben ervaren.
4. Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Problemen vanwege lidmaatschap en activiteiten voor de HDP;
  • Discriminatie wegens Koerdische afkomst.
4.1.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en de discriminatie vanwege zijn Koerdische afkomst geloofwaardig. De minister vindt de problemen vanwege het lidmaatschap van de HDP niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die de asielmotieven volledig onderbouwen en heeft daarvoor geen goede verklaring. [3] Daarbij is gewezen op de mogelijkheid via UYAP [4] documenten over een strafzaak te kunnen raadplegen. De minister vindt verder dat eisers verklaringen over dit asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [5] Ook heeft eiser zijn asielaanvraag volgens de minister niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daarvoor geen goede verklaring gegeven. [6] De minister werpt eiser tegen dat de door hem gegeven informatie strijdig is met openbare informatie, dat de verklaring over HDP uit het aanmeldgehoor strijdig is met de verklaring in het nader gehoor en dat eiser onsamenhangend en niet correct heeft verklaard over wanneer hij ging onderduiken. Ten aanzien van de geloofwaardig bevonden asielmotieven vindt de minister dat eiser de vrees niet aannemelijk heeft gemaakt. Er is volgens de minister daarom geen sprake van een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Turkije of een reëel risico op ernstige schade.
Heeft de minister asielmotief 2 ten onrechte niet geloofwaardig geacht?
5. Het geschil spitst zich toe op de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde problemen vanwege lidmaatschap en activiteiten voor de HDP.
5.1. Naast het onder 2.2. gedane verzoek aan de rechtbank om kennis te nemen van de onderliggende stukken stelt eiser dat hij in bewijsnood verkeert met betrekking tot het overleggen van recente informatie over zijn strafzaak en zijn lidmaatschap van de HDP omdat hij geen toegang meer heeft tot zijn e-devlet. Eiser stelt van alles te hebben geprobeerd om nieuwe inloggegevens te verkrijgen, maar dat dit nog niet is gelukt. Volgens eiser is het in strijd met de samenwerkingsplicht dat de minister hierbij niet heeft geholpen. Eiser heeft op zitting tot slot nog betoogd dat de minister hem niet kan tegenwerpen dat hij onduidelijk heeft verklaard over het onderduiken. In de correcties & aanvullingen heeft eiser zijn verklaringen verduidelijkt. De minister heeft dit volgens eiser ten onrechte niet meegenomen in het bestreden besluit.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1. Eiser heeft in beroep geen argumenten gegeven die afdoen aan het standpunt van de minister dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het lidmaatschap van de HDP. Tijdens het gehoor van 22 februari 2023 heeft eiser verklaard geen aanhanger te zijn, om vervolgens tijdens het gehoor van 4 februari 2025 te verklaren sinds 2011 lid te zijn.
6.2. Dit kan niet worden ondervangen door de door eiser overgelegde documenten. Los van het feit dat het bevreemding wekt dat eiser deze documenten zo laat in de procedure heeft overgelegd, is door Bureau Documenten geconcludeerd dat de tenlastelegging en het aanhoudingsbevel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De rechtbank heeft de minister, na een daartoe door eiser gedaan verzoek, gevraagd om meer inzicht te geven in het onderzoek van Bureau Documenten. De minister heeft dit gedaan en de rechtbank heeft kennisgenomen van het onderliggende analyseformulier van Bureau Documenten. [7] De rechtbank komt op basis van het analyseformulier tot de slotsom dat het onderzoek de conclusie, dat de tenlastelegging en het aanhoudingsbevel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven, kan dragen.
6.3. In het ambtsbericht is vermeld dat e-devlet het digitale overheidsloket is voor inwoners uit Turkije. [8] De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang kan krijgen tot e-devlet om (zelf) documenten te verkrijgen die de door hem gestelde strafrechtelijke procedure dan wel lidmaatschap van de HDP onderbouwen. [9] Eiser heeft zijn stellingen, over de pogingen die hij heeft gedaan voor het verkrijgen van inlogcodes, onvoldoende onderbouwd. Het voorgaande klemt te meer nu eiser naar eigen zeggen in Turkije wordt bijgestaan door een advocaat. [10] Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert ten aanzien van het verkrijgen van inloggegevens voor het e-devlet.
6.4.
De rechtbank is tot slot van oordeel dat de minister eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij onsamenhangend en niet correct heeft verklaard over het onderduiken. Er worden namelijk verschillende data genoemd. Eiser is hier al tijdens het nader gehoor mee geconfronteerd. [11] De minister is niet gehouden correcties en aanvullingen over te nemen. Uit het bestreden besluit blijkt voldoende duidelijk waarom in de gegeven verklaring in de correcties en aanvullingen geen aanleiding wordt gezien om af te wijken van het voornemen. In het voornemen is daartoe overwogen dat de onsamenhangende en niet correcte verklaringen niet anders worden door deze te corrigeren. [12]
7. De beroepsgronden over dit asielmotief slagen niet.
8. De rechtbank ziet in het door eiser gevoerde betoog geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Artikel 31, zesde lid, onder b van de Vw.
4.Een juridisch informatiesysteem van de Turkse overheid (zie ambtsbericht februari 2025).
5.Artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw.
6.Artikel 31, zesde lid, onder d van de Vw.
7.Op grond van artikel 8:29 Awb Pro en met toestemming van de gemachtigde van eiseres.
8.Zie pagina 52 van het algemeen ambtsbericht van februari 2025.
9.Zie ook pagina 20 van het algemeen ambtsbericht 2025.
10.Pagina 14 van het nader gehoor.
11.Pagina 13-14 van het nader gehoor.
12.Zie ook ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2615.