Eiser, geboren in 1952 en van Marokkaanse nationaliteit, heeft in het verleden als arbeidsmigrant in Nederland gewoond en gewerkt. Na onrechtmatig handelen van het UWV keerde hij terug naar Marokko en verlengde zijn verblijf niet tijdig. Hij verzoekt om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van wedertoelating.
De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.92, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiser stelt dat zijn belangen onvoldoende zijn meegewogen en dat zijn situatie schrijnend is, maar de rechtbank oordeelt dat binnen de wettelijke regeling geen ruimte bestaat voor een belangenafweging.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter M.B. de Boer en griffier W.L. van der Pijl.