ECLI:NL:RBDHA:2026:12880
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij digitaal bijwonen zitting
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. E. Kouwenhoven, rechter bij de rechtbank Den Haag, omdat zijn verzoek om digitaal bijwonen van een zitting niet tijdig was beantwoord. Verzoeker stelde dat dit een patroon van onrechtmatigheden en partijdigheid weerspiegelde.
De wrakingskamer oordeelde dat beslissingen over het al dan niet digitaal bijwonen van een zitting procedurele beslissingen zijn en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen dergelijke beslissingen niet als grond voor wraking erkent. De kamer benadrukte dat de wrakingskamer niet bevoegd is om de juistheid van deze tussenbeslissingen te toetsen.
Verder concludeerde de wrakingskamer dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter rechtvaardigen. Het verzoek werd ook gezien als een middel om uitstel van de zitting te verkrijgen, wat misbruik van het wrakingsinstrument inhoudt.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen, werd bepaald dat het proces wordt voortgezet zoals het was, en dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd op 30 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet zonder behandeling van een volgend wrakingsverzoek.