ECLI:NL:RBDHA:2026:12922
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag uit Bangladesh
Eiser, een Bengaalse nationaliteit dragende persoon, diende op 16 januari 2026 een herhaalde asielaanvraag in met nieuwe documenten uit Bangladesh die een levenslange gevangenisstraf en arrestatiebevelen tegen hem zouden onderbouwen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat de stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten en twijfelde aan de authenticiteit en consistentie van de documenten.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 16 april 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat verweerder de stukken inhoudelijk had beoordeeld en dat de bezwaren tegen de authenticiteit en de tegenstrijdigheden in de stukken terecht waren meegewogen. Er was geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek.
Verder overwoog de rechtbank dat het opleggen van het inreisverbod rechtmatig was en dat de maatregel van bewaring niet aan de orde was in deze procedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.