ECLI:NL:RBDHA:2026:12931
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige op grond van associatierecht Turkije-EU
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende aanvrager, diende op 30 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige, gebaseerd op het associatierecht tussen Turkije en de Europese Unie. De aanvraag werd door verweerder op 19 december 2022 afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv en onvoldoende onderbouwing, waaronder het ontbreken van een ondernemingsplan.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde het bezwaar op 4 oktober 2024 kennelijk ongegrond, waarna eiser beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek op 12 februari 2026.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet tijdig de vereiste stukken, met name het ondernemingsplan, had overgelegd en dat verweerder terecht van het horen in bezwaar had afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De door eiser aangevoerde verschoonbare redenen voor het niet tijdig indienen van stukken werden niet aanvaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.