Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
mediationprocedure gesproken over de verdeling van de auto, maar zijn er uiteindelijk geen definitieve afspraken gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Partijen, ex-samenwoners met kinderen, hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning die door [partij 2] werd gekocht en later verkocht. [partij 1] vorderde vergoeding van kosten en opbrengsten van verbouwing en huishoudkosten, alsmede teruggave van persoonlijke goederen. [partij 2] betwistte de afspraken en stelde dat er sprake was van natuurlijke verbintenissen en verrekening.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat partijen een afspraak hadden gemaakt over vergoeding van de overwaarde minus € 30.000 aan [partij 1]. Wel was overeengekomen dat materiaalkosten vergoed zouden worden. Van de gevorderde materiaalkosten werd een bedrag van € 11.784,46 toegewezen op basis van facturen en betaalbewijzen.
De vorderingen voor arbeidsuren, inzet derden, verblijfskosten en opslagruimte werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het bestaan van natuurlijke verbintenissen. De vordering tot afgifte van persoonlijke goederen werd afgewezen omdat deze grotendeels was voldaan of onvoldoende onderbouwd. De vorderingen in reconventie werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van afspraken. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiaalkosten toe en wijst de overige vorderingen af.