Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12956

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/09/444999 / HA ZA 13-683
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b ROArt. 254 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van kort geding naar andere rechtbank wegens mogelijke vooringenomenheid

Eiser heeft een aanvraag ingediend op grond van artikel 254, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie een zaak kan worden verwezen naar een andere rechtbank indien dit gewenst is vanwege betrokkenheid van de rechtbank.

Omdat eiser heeft gesteld dat medewerkers van de rechtbank Den Haag betrokken zijn bij de zaak, acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk om de zaak over te dragen om elke schijn van vooringenomenheid te vermijden. De zaak wordt daarom verwezen naar de rechtbank Rotterdam, Team Handel en Haven, Bureau Voorzieningenrechter.

De beslissing is genomen in een kort gedingprocedure en het vonnis is gewezen door mr. M. Dam en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Rotterdam om schijn van vooringenomenheid te vermijden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel - voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: C/09/704401 / KG ZA 26-456
Vonnis in kort geding van 4 mei 2026
in de zaak van
[eiser]te Wassenaar,
eiser,
advocaat mr. dr. drs. P.H.J. Körver te Den Haag,
tegen
[gedaagde]te Den Haag,
gedaagde.

1.De procedure

1.1.
Eiser heeft een aanvraag als bedoeld in artikel 254, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingediend.

2.De overwegingen

2.1.
Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) kan een zaak ter verdere behandeling worden verwezen naar een andere rechtbank, indien door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
2.2.
Aangezien eiser aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd dat medewerkers van de rechtbank Den Haag betrokken zijn bij deze zaak, acht de voorzieningenrechter het aangewezen dat de zaak – om elke schijn van vooringenomenheid te vermijden – op grond van de hiervoor vermelde bepaling wordt overgedragen aan een andere rechtbank. De voorzieningenrechter zal de zaak daarom verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, Team Handel en Haven, Bureau voorzieningenrechter.

3.De beslissing

3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, Team Handel en Haven, Bureau Voorzieningenrechter.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Dam en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
ts