ECLI:NL:RBDHA:2026:12956
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van kort geding naar andere rechtbank wegens mogelijke vooringenomenheid
Eiser heeft een aanvraag ingediend op grond van artikel 254, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie een zaak kan worden verwezen naar een andere rechtbank indien dit gewenst is vanwege betrokkenheid van de rechtbank.
Omdat eiser heeft gesteld dat medewerkers van de rechtbank Den Haag betrokken zijn bij de zaak, acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk om de zaak over te dragen om elke schijn van vooringenomenheid te vermijden. De zaak wordt daarom verwezen naar de rechtbank Rotterdam, Team Handel en Haven, Bureau Voorzieningenrechter.
De beslissing is genomen in een kort gedingprocedure en het vonnis is gewezen door mr. M. Dam en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Rotterdam om schijn van vooringenomenheid te vermijden.