Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 5 maart 2026, waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Eiser kreeg op 3 april 2026 de gelegenheid om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Eiser heeft hier geen gehoor aan gegeven.
Vervolgens verzocht de rechtbank op 4 mei 2026 eiser om binnen vijf werkdagen aan te geven of er een verschoonbare reden was voor het niet indienen van de gronden. Ook hierop bleef een reactie uit. De rechtbank concludeerde dat het verzuim niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.