ECLI:NL:RBDHA:2026:12963
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens gebrek aan concrete wrakingsgronden
Verzoekster, bestuurder van een bedrijf, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. D. de Loor, rechter-commissaris in een civiele hoofdzaak. Het verzoek was gebaseerd op vier gronden, waaronder het ontbreken van overleg over zittingsdata, druk vanuit medewerkers om stukken aan te leveren terwijl verzoekster ziek was, vermeende onbevoegdheid van de rechtbank en een mogelijke strafbare handeling op de staat van verdeling.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij aanwijzingen van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De eerste grond betrof een procedurele beslissing, waartegen wraking niet mogelijk is binnen het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. De overige gronden bevatten geen concrete feiten die de onpartijdigheid van de rechter aantasten.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die onpartijdigheid aantasten.