ECLI:NL:RBDHA:2026:13011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL26.6838
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000Art. 29, eerste lid, aanhef en onder b Vreemdelingenwet 2000Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Libië

Eiser, een Libische nationaliteit dragende man, diende op 27 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij in 2019 door een militie in Libië was gevangengenomen en gemarteld vanwege zijn sympathie voor oud-president Khadafi. Na zijn ontsnapping in 2020 verbleef hij in zijn geboorteplaats en werkte hij in een andere stad totdat hij in 2025 naar Nederland vluchtte.

Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was dat eiser bij terugkeer gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade liep. Dit oordeel was gebaseerd op het feit dat eiser meerdere jaren zonder problemen in Libië verbleef na zijn gevangenschap, dat hij geen concrete aanwijzingen had voor actuele dreiging, en dat zijn familie ook geen problemen ondervond.

Eiser voerde aan dat hij wel degelijk bedreigd werd, onder meer via telefoontjes en social media, en dat hij gedwongen werd zich aan te sluiten bij de militie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht had geoordeeld dat deze vrees onvoldoende aannemelijk was, mede omdat de bedreigingen niet concreet konden worden onderbouwd en het verblijf in Libië zonder problemen was verlopen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.6838

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (afgekort: Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden oordeelt de rechtbank over deze zaak.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staat het procesverloop in deze beroepszaak. Onder 3 staat een beschrijving van het asielrelaas van eiser en onder 4 een korte weergave van de besluitvorming door verweerder. Onder 5 volgt een weergave van de beroepsgronden en het verweer en vanaf 7 volgt het oordeel van de rechtbank. Aan het eind van deze uitspraak volgt de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 27 november 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.
2.1
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.2
Eiser heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Fawzy als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1995 en heeft de Libische nationaliteit. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in 2019 door de militie [militie] (afgekort: [militie] ) is gevangengenomen, omdat hij gezien werd als spion van [naam] , die het rivaliserende schaduwregime in het oosten van Libië steunt. Eiser is sympathisant van de oud-president Khadafi, die in 2011 is afgezet en vermoord, en is in gevangenschap door [militie] gemarteld. Eiser is in 2020 uit gevangenschap ontsnapt, nadat een loods nabij de gevangenis werd gebombardeerd door een militie gelieerd aan [naam] . Eiser is na zijn gevangenschap naar zijn geboorteplaats [plaats 1] gevlucht, waar hij heeft verbleven tot aan zijn vertrek uit Libië, en heeft in [plaats 2] gewerkt in afwachting van een nieuw paspoort. Nadat eiser een paspoort en een visum had bemachtigd, heeft hij in 2025 Libië verlaten en is hij via Turkije naar Nederland gevlucht.
Wat heeft verweerder besloten?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Verklaringen over gevangenschap en marteling door de militie [militie] ;
4.1
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser zijn geloofwaardig geacht door verweerder, omdat eiser deze met objectieve documenten heeft onderbouwd. Ook de verklaringen van eiser over zijn gevangenschap en de marteling door de militie [militie] zijn door verweerder geloofwaardig geacht.
4.2
De asielaanvraag van eiser is afgewezen als ongegrond, omdat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer naar Libië gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw 2000. Redengevend daarvoor is dat eiser zijn vrees voor [militie] enkel op vermoedens heeft gebaseerd en geen concrete aanwijzingen heeft aangevoerd dat hij bij terugkeer nog steeds moet vrezen voor deze militie. Zo heeft verweerder in dit kader aan eiser tegengeworpen dat hij na zijn vrijlating in 2020 enkele jaren zonder problemen in [plaats 1] heeft gewoond, in [plaats 2] heeft gewerkt en dat [militie] eiser persoonlijk niet kent. Dit terwijl eiser via andere personen gehoord zou hebben dat [militie] hem wilde rekruteren en dat hij, ondanks het niet voldoen aan deze oproep, geen problemen heeft ondervonden. Dat eiser zich na zijn gevangenschap terughoudend heeft opgesteld in zijn activiteiten uit vrees voor [militie] , doet in dit kader dan ook niet af aan de zwaarwegendheid volgens verweerder. Ook is tegengeworpen dat eiser zijn hele familie sympathiseert met Khadafi, maar dat ook zij geen problemen hebben ervaren in de periode na de gevangenschap van eiser. Hierdoor is niet aannemelijk dat eiser in de negatieve aandacht van [militie] staat. De omstandigheid dat eiser voor zijn daadwerkelijke vertrek nog tweemaal naar Tunesië is gereisd en zonder problemen is teruggekeerd naar Libië, doet verder afbreuk aan de gestelde vrees. De verklaringen over de dreigtelefoontjes en de dreigberichten op social media maken de conclusies van verweerder over de negatieve aandacht van [militie] en de vrees van eiser in deze niet anders.
4.3
Omdat de herkomst van eiser uit Libië en de eerdere gevangenschap en marteling door [militie] onvoldoende zijn om op dit moment gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade aannemelijk te achten bij terugkeer van eiser, is de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Aan eiser is ook een terugkeerbesluit uitgereikt, met een vertrektermijn van vier weken en gericht op vertrek naar Libië.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt dat verweerder ten onrechte geconcludeerd heeft dat gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade niet aannemelijk is. Eiser voert daartoe ten eerste aan dat onvoldoende betekenis is toegekend aan de aangifte die eiser heeft ingebracht. Ook al is deze aangifte en de vertaling daarvan later in de procedure ingebracht, en is het een kopie van de originele aangifte, volgt uit de inhoud van deze fotokopie dat eiser ook na zijn gevangenschap te vrezen had voor [militie] . Daarbij heeft verweerder onvoldoende betekenis toegekend aan het gegeven dat eiser al tijdens zijn gevangenschap door de martelingen gedwongen werd om zich aan te sluiten bij [militie] . Verweerder heeft deze detentie en martelingen geloofwaardig geacht, en daarom is ook verklaarbaar waarom eiser na de ontsnapping jarenlang terughoudend en teruggetrokken heeft geleefd, juist omdat zijn vrees voor [militie] reëel is. Dit maakt ook aannemelijk dat de telefonische bedreigingen in 2023 en 2025 afkomstig zijn van [militie] , mede omdat uit het telefoonnummer bleek dat de beller afkomstig was uit de regio [regio] . Dat eiser niet in staat is om de social media berichten met bedreigingen te overleggen, doet daar niet aan af en mag bovendien niet aan hem worden tegengeworpen. Tot slot is ook het zonder problemen in- en uitreizen naar Tunesië voor het verkrijgen van een visum verklaarbaar, nu eiser legaal is in- en uitgereisd. Bovendien had eiser geen geld had om in Tunesië te verblijven in afwachting van het visum en wilde hij ook eerst zijn spullen in Libië verkopen alvorens te vertrekken.
6. Verweerder heeft op de zitting gereageerd op de beroepsgronden en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer van eiser naar Libië niet aannemelijk is gemaakt.
7.1
Verweerder heeft in deze conclusie mogen betrekken dat niet gebleken is dat eiser in de periode tussen zijn ontsnapping uit gevangenschap in 2020 en zijn vlucht uit Libië in 2025 daadwerkelijke problemen heeft gehad met [militie] . In dit kader mocht verweerder tegenwerpen dat eiser in die periode zonder problemen in [plaats 1] heeft kunnen wonen en in [plaats 2] heeft kunnen werken, terwijl deze militie specifiek naar eiser op zoek zou zijn. Dat eiser reeds in gevangenschap gedwongen is om zich bij [militie] aan te sluiten, maar desondanks de gestelde oproepen tot rekrutering, waarvan hij ‘via via’ had vernomen, zonder problemen heeft kunnen negeren, mocht verweerder in dit kader ongerijmd achten. Dat eiser, wat daar ook van zij, een terughoudende levenswijze in deze periode heeft betracht en daardoor geen problemen met [militie] zou hebben gehad, maakt dit oordeel niet anders. Verweerder heeft op dit punt mogen tegenwerpen dat dit een persoonlijke keuze van eiser betreft en op zichzelf geen aanwijzing voor problemen met [militie] is. Dit geldt eens temeer, nu eiser stelt dat [militie] hem wilde rekruteren en verklaard heeft dat hij in 2023 en 2025 twee dreigtelefoontjes van [militie] heeft ontvangen en dat hij ook via social media is bedreigd. In dit kader mocht verweerder tegenwerpen dat het enkele gegeven dat een van de telefoontjes afkomstig was uit de plaats [regio] nog niet aannemelijk maakt dat deze bedreigingen vanwege [militie] waren, omdat [regio] niet de enige plek is waar [militie] actief is. Ook het niet kunnen overleggen van de social media berichten, waaruit bedreigingen zouden blijken, dient in dit geval voor eigen rekening en risico van eiser te komen. Tot slot heeft verweerder in zijn conclusie over de vrees kunnen betrekken dat het feit dat eiser dat eiser voor zijn daadwerkelijke vertrek nog tweemaal naar Tunesië is gereisd en zonder problemen is teruggekeerd naar Libië, verder afbreuk doet aan de gestelde vrees. Alles bij elkaar gezien heeft verweerder mogen concluderen dat eiser zijn vrees onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
7.2
In de conclusie over de zwaarwegendheid heeft verweerder ook de inhoud van de kopie van de aangifte kenbaar en gemotiveerd betrokken, ondanks het gegeven dat een kopie niet op echtheid onderzocht kan worden. Verweerder heeft in dit kader op goede gronden tegengeworpen dat deze aangifte enkel een weergave van een eenzijdige verklaring van eiser, dan wel zijn vader, betreft. Bovendien, wat ook zij van de echtheid van het document, en ook al zou voorbijgegaan worden aan voornoemde aspecten van dit document, dan nog onderbouwt dit stuk enkel de verklaringen van eiser die reeds geloofwaardig zijn geacht, namelijk de ontvoering door [militie] , en niet de vrees van eiser voor problemen met [militie] in de periode na zijn gevangenschap. Verweerder mocht dan ook concluderen dat dit document de conclusie over de zwaarwegendheid niet anders maakt.
7.3
De beroepsgronden slagen niet.

Conclusies en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser heeft mogen afwijzen als ongegrond. Ook het terugkeerbesluit blijft in stand.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De verzenddatum van deze uitspraak ziet u hierboven vermeld staan.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.