ECLI:NL:RBDHA:2026:13022

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/699581 / FA RK 26-1482
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen in zorgregeling en gebruik echtelijke woning na echtscheiding

Partijen zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De man verzoekt voorlopige voorzieningen met betrekking tot studie- en lesvrije dagen, vakantie met de kinderen, exclusief gebruik van de echtelijke woning, zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie.

De vrouw verzet zich tegen de verzoeken en vraagt afwijzing of niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelt dat de man voldoende belang heeft bij voorlopige voorzieningen vanwege spanningen en conflicten over woninggebruik en zorgverdeling.

De rechtbank wijst het verzoek tot exclusief gebruik van de echtelijke woning af, omdat de woning ruim is en partijen elk een eigen etage hebben. Partijen worden geacht onderling afspraken te maken over gebruik van gezamenlijke ruimtes.

De zorgregeling wordt vastgesteld als een week-op-week-af regeling met wisselmoment op vrijdag 14.00 uur. Voor de zomervakantie 2026 geldt een specifieke regeling waarbij de kinderen in de eerste, vierde en vijfde week bij de vrouw verblijven en in de tweede, derde en zesde week bij de man.

Verzoeken om vervangende toestemming voor vakantie en kinderopvang worden niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeken tot voorlopige kinderalimentatie en partneralimentatie worden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de huidige financiële situatie waarbij partijen nog samenwonen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot exclusief gebruik van de woning en alimentatie af, stelt een week-op-week-af zorgregeling vast en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken om vervangende toestemming.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1482
Zaaknummer: C/09/699581
Datum beschikking: 21 april 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.N. Sardjoe in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.P.J.M. Kreté-Marres in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 23 maart 2026, met bijlagen;
  • het bericht van 1 april 2026 van de man, waarin hij zijn verzoeken aanvult, met bijlagen;
  • het bericht van 2 april 2026 van de man, met bijlage.
Op 7 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2019 in [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] (hierna: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

De man verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen, uitvoerbaar bij voorraad:
  • te bepalen dat de kinderen voorlopig worden toevertrouwd aan de man;
  • de navolgende voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij de vrouw de kinderen bij zich heeft gedurende:
  • de even weken van zondag 17.00 uur tot de oneven zondag 17.00 uur, waarna de kinderen bij de man zijn vanaf de oneven zondag 17.00 uur tot de even zondag 17.00 uur;
  • de helft van de algemene feestdagen en de gebruikelijke schoolvakanties, op de navolgende wijze;
  • de vakantie begint afhankelijk of het weekend bij de vrouw is, of op vrijdagmiddag na school in het geval de vakantie samenvalt met reguliere weekend, of op zondagmiddag 17.00 in het geval de vakantie niet samenvalt met het reguliere weekend;
  • zomervakantie altijd de eerste helft van de vakantie bij de man en de tweede helft van de vakantie bij de vrouw. De overige vakanties en/of feestdagen volgens onderstaand schema:
In de even jaren bij de man:
In de even jaren bij de vrouw:
Voorjaarsvakantie
Herfstvakantie
Meivakantie
Goede vrijdag / Pasen (inclusief
weekend)
Hemelvaartsweekend
Pinksteren (inclusief weekend)
Kerstvakantie
In de oneven jaren bij de man:
In de oneven jaren bij de vrouw:
Herfstvakantie
Voorjaarsvakantie
Goede vrijdag / Pasen (inclusief
weekend)
Meivakantie
Pinksteren (inclusief weekend)
Hemelvaartsweekend
Kerstvakantie
- studie- of lesvrijedagen die direct aansluiten op het reguliere omgangsmoment van de vrouw, worden aan haar toebedeeld. De overige studie- of lesvrije dagen worden aan de man toebedeeld;
  • te bepalen dat de man het voorlopig uitsluitend gebruik krijgt van de echtelijke woning gelegen aan [adres] , waarbij de vrouw gerechtigd is in de dagen dat zij de zorg draagt over de kinderen (met de man) in de echtelijke woning te verblijven;
  • te bepalen dat de vrouw als voorlopige bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen dient te betalen een bedrag van € 412,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bedrag vast te stellen dat de rechtbank redelijk acht;
  • te bepalen dat de vrouw als voorlopige bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de man zal voldoen een bedrag van € 3.330,- bruto per maand (zijnde € 2.079,- netto per maand), telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bedrag vast te stellen dat de rechtbank redelijk acht;
  • aan hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige 2] in te schrijven bij de kinderopvang Perron 07, althans een beslissing te nemen welke de rechtbank redelijk
acht;
- aan hem vervangende toestemming te verlenen ten behoeve van een vakantie in de meivakantie van 25 april tot en met 4 mei met de kinderen naar een nader te bepalen bestemming in een EU land, subsidiair Italië.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man niet ontvankelijk is in zijn verzoeken dan wel de verzoeken van de man af te wijzen. Zij verzoekt daarnaast te bepalen dat de kinderen van zaterdag 2 mei 2026 om 9.00 uur tot maandag 4 mei 2026 om 9.00 uur bij de vrouw in België verblijven. Indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat de verzoeken van de man terzake de voorlopige voorzieningen inhoudelijk kunnen worden behandeld, verzoekt de vrouw uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
  • de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • de kinderen voorlopig in de ene week van vrijdag 14.00 uur tot vrijdag 14.00 uur bij de man verblijven en de andere week van vrijdag 14.00 uur tot vrijdag 14.00 uur bij de vrouw;
  • de kinderen voorlopig tijdens de zomervakantie 2 weken aaneengesloten bij de man en de vrouw verblijven;
  • de man met ingang van de datum van de indiening van het verweerschrift voorlopig met een bedrag van € 637,50 per kind per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen welke bijdrage maandelijks per vooruitbetaling voor de 1e van de maand door de vrouw dient te zijn ontvangen, dan wel een zodanige ingangsdatum en bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren te bepalen;
  • te bepalen dat de vrouw voorlopig het alleen gebruik heeft van de echtelijke woning met de daarbij behorende inboedel en de man op de dagen dat hij de zorg heeft voor de kinderen gerechtigd is om op die dagen in de echtelijke woning te verblijven;
  • met afwijzing van al het andere of meer door de man verzochte.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
De man wil dat er voorlopige voorzieningen worden getroffen. Hij stelt dat de situatie thuis onhoudbaar is geworden en dat de kinderen eronder lijden. De vrouw stelt zich primair op het standpunt dat de man niet-ontvankelijk is. De man dient aan te tonen dat hij een spoedeisend belang heeft, hetgeen hij volgens de vrouw niet heeft aangetoond.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de onduidelijkheid over onder meer het gebruik van de echtelijke woning, de verdeling van de zorg voor de kinderen en de verdeling van de kosten van de kinderen en de huishouding leidt tot spanningen en conflicten tussen partijen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de man voldoende belang heeft bij het treffen van voorlopige voorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De man verzoekt het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, waarbij de vrouw gerechtigd is in de dagen dat zij de zorg draagt over de kinderen (met de man) in de echtelijke woning te verblijven. De vrouw wenst voorlopig samen met de man in de woning te blijven wonen. Zij stelt dat de echtelijke woning drie woonlagen heeft en voldoende slaapkamers. Zij brengt verder naar voren dat de echtelijke woning aanzienlijke kosten met zich mee brengt en dat zij niet in staat is om dubbele woonlasten te dragen.
De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw heeft uiteengezet dat de echtelijke woning een ruime woning betreft die in beginsel geschikt is om ook na het verbreken van de relatie gezamenlijk te blijven bewonen. Daarbij heeft zij onbetwist gesteld dat zowel de vrouw als de man over een eigen etage in de woning beschikken. Dat de spanningen tussen partijen zodanig zijn dat zij daardoor niet meer samen in de woning zouden kunnen wonen, volgt de rechtbank niet. Beide partijen hebben immers aangegeven dat als zij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen krijgen, de andere ouder in de woning kan verblijven gedurende de week waarin die ouder de zorg voor de kinderen heeft. Ook het door de man aangevoerde financiële belang, namelijk dat hij bij toewijzing van zijn verzoek aanspraak zou kunnen maken op toeslagen, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Daartegenover staat namelijk dat de vrouw in dat geval huur zou moeten betalen, waardoor het gestelde financiële voordeel van de man feitelijk teniet wordt gedaan.
Gelet op al het voorgaande wijst de rechtbank alle verzoeken met betrekking tot het gebruik van de echtelijke woning af. Het ligt op de weg van partijen om onderling afspraken te maken over het gebruik van de gezamenlijke ruimtes in de woning. Daarbij geeft de rechtbank mee dat als uitgangspunt zou moeten gelden dat de ouder die op dat moment niet voor de kinderen zorgt, zich zoveel mogelijk afzijdig houdt. Hoewel dit waarschijnlijk voor partijen moeilijk zal zijn, acht de rechtbank dit uitgangspunt het meest in het belang van de kinderen, die gebaat zijn bij duidelijkheid en zoveel mogelijk buiten het conflict tussen hun ouders gehouden moeten worden.
Voorlopige zorgregeling
Partijen zijn op de zitting een reguliere voorlopige zorgregeling overeengekomen. Zij zijn een week-op-week-af-regeling overeengekomen, waarbij de man in de oneven weken de zorg voor de kinderen heeft en de vrouw in de even weken, met als wisselmoment vrijdag 14.00 uur. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, ook omdat zij de voorlopige regeling in het belang van de kinderen acht.
De rechtbank ziet in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure en omdat partijen een week-op-week-af-regeling zijn overeengekomen, geen aanleiding om een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen. Deze verdeling van de zorgtaken heeft immers tot gevolg dat beide ouders de kinderen ongeveer de helft van de vakanties en feestdagen bij zich zullen hebben. De rechtbank ziet wel aanleiding om ten aanzien van de zomervakantie een voorlopige regeling vast te stellen, zodat beide partijen de mogelijkheid hebben om in de zomer op vakantie te gaan met de kinderen. De rechtbank is hierbij – net als de Raad – van oordeel dat het gelet op de leeftijd van de kinderen niet in hun belang is dat zij langer dan twee aaneengesloten weken bij één van de ouders verblijven, omdat dit een te lange periode zonder de andere ouder betekent. Daarnaast acht de rechtbank het, gezien de leeftijd van de kinderen, niet reëel dat het contact in die periode voldoende kan worden onderhouden door beeldbellen. De rechtbank zal daarom als voorlopige regeling voor de zomervakantie bepalen dat de kinderen in de eerste week van de zomervakantie verblijven bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere voorlopige zorgregeling zijn. Vervolgens verblijven de kinderen gedurende twee weken bij de andere ouder. Daarna verblijven zij twee weken bij de eerstgenoemde ouder en in de laatste week van de zomervakantie is de reguliere voorlopige zorgregeling weer van toepassing. Voor de zomervakantie van 2026 betekent dit concreet dat de kinderen in de eerste week bij de vrouw verblijven, in de tweede en derde week bij de man, in de vierde en vijfde week bij de vrouw en in de zesde week van de vakantie bij de man.
De rechtbank zal aldus beslissen en zal het meer of anders verzochte afwijzen.
Toevertrouwing [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]
Omdat partijen als voorlopige zorgregeling een week-op-week-af-regeling zijn overeengekomen, waarbij de kinderen evenveel bij de man als bij de vrouw zullen verblijven, ziet de rechtbank geen aanleiding om de kinderen aan een van de partijen toe te vertrouwen. Naar het oordeel van de rechtbank doet een toevertrouwing aan een van de partijen geen recht aan de feitelijke situatie waarin beide partijen een gelijk aandeel hebben in de zorg. De rechtbank zal de verzoeken over de toevertrouwing dan ook afwijzen.
Vervangende toestemming vakantie en inschrijving kinderopvang
De rechtbank stelt voorop dat artikel 822 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering limitatief opsomt welke voorlopige voorzieningen in zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed kunnen worden getroffen. Een voorziening die betrekking heeft op vervangende toestemming voor een vakantie en inschrijving bij kinderopvang valt niet onder die limitatieve opsomming. De rechtbank zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoeken.
Partijen hebben op de zitting verklaard dat zij in kunnen stemmen met vakanties naar het buitenland op het moment dat de andere ouder de zorg heeft. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat zij beiden toestemmingsformulieren zullen ondertekenen op het moment dat de andere ouder hierom vraagt.
Voorlopige kinderalimentatie en voorlopige partneralimentatie
De rechtbank wijst alle verzoeken met betrekking tot de voorlopige kinderalimentatie en de voorlopige partneralimentatie af en overweegt daartoe als volgt.
Zoals hiervoor is overwogen zullen partijen voorlopig nog samen in de echtelijke woning verblijven. Op de zitting heeft de vrouw gesteld dat zij 2/3 en de man 1/3 van de woonlasten betaalt. De man heeft dit bevestigd. Daarnaast heeft de vrouw onweersproken gesteld dat zij alle kosten voor de kinderen en de kosten van de au pair draagt, terwijl de man de kinderbijslag op zijn rekening ontvangt. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank in de huidige situatie geen aanleiding om een voorlopige kinderalimentatie ten laste van de vrouw vast te stellen.
De rechtbank ziet evenmin aanleiding om een voorlopige kinderalimentatie ten laste van de man vast te stellen. De vrouw heeft een groot aantal kostenposten aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat zij geen draagkracht heeft, maar naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom die kosten – zoals bijvoorbeeld reiskosten voor bezoeken van en aan haar moeder – zouden moeten prevaleren boven haar onderhoudsplicht jegens de kinderen. Ook heeft de vrouw naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat de gestelde kosten daadwerkelijk op haar besteedbaar inkomen in mindering komen. Zo heeft de vrouw weliswaar aangetoond dat zij aflost op creditcardschulden, maar uit de overgelegde overzichten blijkt dat zij ook veelvuldig betalingen doet met die creditcards. Dat de vrouw structureel een bedrag van € 1.500,- per maand aan representatiekosten heeft besteed gedurende de afgelopen jaren is evenmin met stukken onderbouwd. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank de noodzaak van deze kosten onvoldoende onderbouwd in het kader van deze procedure.
De rechtbank ziet ook geen aanleiding om een voorlopige partneralimentatie ten gunste van de man vast te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man, gelet op de huidige stand van zaken, onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een substantiële aanvullende behoefte. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de financiën tussen partijen nog deels zijn verknoopt, zij beiden nog in de echtelijke woning wonen en dat de vrouw onbetwist heeft gesteld dat zij alle kosten voor de kinderen en 2/3 van de kosten voor de echtelijke woning draagt.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat als
voorlopigereguliere zorgregeling voor de minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] ,
een week-op-week-af-regeling zal gelden, waarbij de man in de oneven weken de zorg voor de kinderen heeft en de vrouw in de even weken, met als wisselmoment vrijdag 14.00 uur;
bepaalt ten aanzien van de zomervakantie 2026
voorlopigdat de kinderen:
  • in de eerste, vierde en vijfde week van de zomervakantie bij de vrouw zijn;
  • in de tweede, derde en zesde week van de zomervakantie bij de man zijn;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken om vervangende toestemming;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 april 2026.