Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13027

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/694673 / FA RK 25-8650
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige na islamitisch huwelijk

De rechtbank Den Haag behandelde op 24 maart 2026 het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem vast te stellen en de zorgregeling te wijzigen. De moeder stemde in met het verzoek, zoals bevestigd tijdens de zitting. De ouders hadden eerder een islamitisch huwelijk dat in Nederland niet rechtsgeldig werd erkend. De vader erkende het kind in 2018 en gezamenlijk gezag werd toegekend in februari 2023.

De rechtbank nam kennis van eerdere regelingen waarbij de omgang geleidelijk werd uitgebreid en de ouders afspraken maakten over de invulling van vakanties en feestdagen. Tijdens de zitting gaf de minderjarige aan beide ouders evenveel te willen zien, wat afweek van de ouders' afspraken. De rechtbank adviseerde de ouders om de wens van het kind te onderzoeken en hier rekening mee te houden.

Gezien de instemming van de moeder en het belang van het kind, wijzigde de rechtbank de hoofdverblijfplaats naar de vader en stelde een zorgregeling vast waarbij het kind om de week van vrijdag na school tot maandag bij de moeder verblijft. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg gelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld en de zorgregeling aangepast met verblijf om de week bij de moeder van vrijdag na school tot maandag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8650
Zaaknummer: C/09/694673
Datum beschikking: 21 april 2026

Wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling

Beschikking op het op 14 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Seker te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F6 formulier van 14 december 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder.
De minderjarige, [de minderjarige] , heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 24 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de tolk, in de Arabische taal,
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en de tolk, in de Arabische taal, H. Rida;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Verzoek en verweer

De vader verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te bepalen dat:
  • de minderjarige haar hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben;
  • er een zorgregeling zal gelden tussen de vrouw en de minderjarige waarbij [de minderjarige] één keer per twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder verblijft. De vakanties en de feestdagen worden in onderling overleg bij helfte verdeeld.
De moeder heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een Islamitisch huwelijk gehad dat in Nederland als niet rechtsgeldig is aangemerkt blijkens de beschikking van deze rechtbank van 23 maart 2022.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
  • De vader heeft de minderjarige erkend op 2 mei 2018.
  • Bij voornoemde beschikking van 23 maart 2022 is voor zover hier van belang een omgangsregeling is bepaald dat:
- [de minderjarige] vanaf heden bij de vader is:
- de eerste maand twee uren per week;
- de maand daarna twee keer per week twee uren;
- de maand daarna twee keer per week een halve dag;
- de maand daarna twee keer per week een dag;
- de maand daarna twee dagen per week met een overnachting, alsmede vanaf dan ook de helft van de vakanties en feestdagen,
- waarbij partijen de precieze invulling daarvan in onderling overleg en onder begeleiding van Senza Zorg dienen vorm te geven;
- Bij beschikking van 22 februari 2023 van deze rechtbank is bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [de minderjarige] .

Beoordeling

Vaststelling hoofdverblijfplaats en wijziging van de zorgregeling
De vader verzoekt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen en de zorgregeling te wijzigen in die zin dat dat de minderjarige één keer per twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder verblijft. Daarnaast verzoekt de vader te bepalen dat de vakanties en de feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen worden verdeeld.
De moeder heeft bij bericht van 14 december 2025 zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Omdat de rechtbank de referteverklaring van de moeder niet was voorzien van een kopie van haar legitimatie en de ouders in het verleden meerdere procedures hebben gevoerd heeft de rechtbank de zaak op zitting gepland.
Op de zitting is gebleken dat de moeder instemt met de verzoeken van de vader. De ouders hebben vervolgens ook met elkaar afgesproken dat het de bedoeling van deze regeling is dat de moeder de minderjarige om de week op vrijdag uit school ophaalt. Wanneer het voor de moeder niet mogelijk is om de minderjarige op vrijdag uit school op te halen dan zal zij dit tijdig vooraf aan de vader kenbaar maken en hierover overleggen.
De rechtbank heeft de ouders op de zitting geïnformeerd over het gesprek tussen de minderjarige en de kinderrechter. De minderjarige heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven graag beide ouders evenveel te willen zien. De wens van de minderjarige wijkt af van wat de ouders met elkaar hebben afgesproken. De rechtbank geeft de ouders in overweging, overeenkomstig wat de Raad op de zitting aan de ouders heeft meegegeven, om te onderzoeken of zij invulling kunnen geven aan deze wens van de minderjarige. De ouders hebben hierop aangegeven dat wanneer [de minderjarige] aangeeft meer bij de moeder te willen zijn, zij hier rekening mee zullen houden.
De rechtbank zal, gelet op de instemming van de moeder, de verzoeken van de vader als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de minderjarige toewijzen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 23 maart 2022 – :
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
bepaalt dat de volgende zorgregeling tussen de minderjarige en de moeder zal gelden:
- de minderjarige verblijft één keer per twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder. Als het voor de moeder niet mogelijk is om de minderjarige op vrijdag uit school op te halen dan zal zij dit tijdig vooraf aan de vader kenbaar maken en hierover overleggen;
- de vakanties en de feestdagen worden in onderling overleg bij helfte verdeeld;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 april 2026.