Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13051

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/700081 / FA RK 26-1804
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken tussen ouders van minderjarige gewijzigd

De rechtbank Den Haag heeft op 21 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van een minderjarige geboren in 2014. De moeder verzocht om wijziging van de bestaande zorgregeling, waarbij de vader geen verweer voerde.

De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en de hoofdverblijfplaats van het kind was bij de moeder. De bestaande regeling, overeengekomen in oktober 2023, voorzag in een week-op-week-af regeling. Sinds 2025 gaf het kind aan minder tijd bij de vader te willen doorbrengen vanwege drukte en onprettige woonsituatie. Ook vertoonde het kind gedragsveranderingen zoals teruggetrokken gedrag, slecht slapen en nachtmerries.

Op 14 januari 2026 werd de zorgregeling tijdelijk stopgezet vanwege grote weerstand van het kind bij overdrachtsmomenten. De vader blokkeerde de moeder en er was geen contact meer tussen hen. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat er geen zorgregeling meer geldt tussen vader en kind, mede gelet op het kindgesprek en het ontbreken van verweer van de vader.

De rechtbank benadrukte het belang van contact tussen vader en kind op een andere wijze, bijvoorbeeld via kaartjes. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is gegeven door kinderrechter A.C. Olland.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat er geen zorgregeling meer geldt tussen vader en minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1804
Zaaknummer: C/09/700081
Datum beschikking: 21 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 23 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 27 februari 2026 met bijlage van de moeder;
  • het bericht van 23 maart 2026 met bijlage van de moeder.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 24 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] van de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Blijkens proces-verbaal van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 19 oktober 2023 zijn partijen overeengekomen, voor zover hier van belang, dat [de minderjarige] bij de moeder is:
  • Van zaterdag 21 oktober 2023 10:00 uur tot en met zondag 22 oktober 2023 19:00 uur;
  • Van vrijdag 27 oktober 2023 uit school tot en met zondag tot 19:00 uur;
  • Van donderdag 2 november 2023 uit school tot en met zondag 5 november 2023 19:00 uur;
  • zondag 12 november om 19:00 uur gaat de week-op-week-af regeling gelden, met
het wisselmoment op de zondagen om 19:00 uur. Die week is [de minderjarige] bij de vrouw.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de door de ouders onderling getroffen regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat de moeder, na wijziging, verzoekt
geenzorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te leggen.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder vindt een zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] . De moeder stelt dat de ouders ruim 1,5 jaar uitvoering hebben gegeven aan de zorgregeling die was afgesproken bij de voorzieningenrechter in oktober 2023. Sinds 2025 geeft [de minderjarige] steeds vaker aan de moeder aan dat hij niet meer een volle week naar de vader zou willen, maar slechts een weekend. [de minderjarige] vindt het namelijk te druk bij de vader en vindt dat de vader te weinig tijd met hem doorbrengt. De vader en zijn nieuwe partner hebben een gezin met 5 kinderen (binnenkort 6). [de minderjarige] slaapt soms met de broer van de partner van de vader in dezelfde kamer en dat vindt hij niet fijn. Sinds de zomer van 2025 zag de moeder gedragsveranderingen bij [de minderjarige] : hij raakte in zichzelf gekeerd, ging slecht slapen, kreeg heftige nachtmerries en de weerstand bij overdrachtsmomenten werd steeds groter. Bij een overdrachtsmoment op 14 januari 2026 was de weerstand van [de minderjarige] zo groot dat door beide ouders is besloten de zorgregeling tijdelijk stop te zetten. Inmiddels is er geen contact meer tussen de ouders. De vader heeft de moeder geblokkeerd.
De rechtbank overweegt als volgt. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder en heeft daarnaast een mail gestuurd waarin hij aangeeft alles aan de moeder te geven voor de rust van zowel [de minderjarige] , als de rust van zijn eigen gezin. Mede gelet op hetgeen [de minderjarige] heeft gezegd in het kindgesprek ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat er geen zorgregeling meer geldt tussen de vader en [de minderjarige] vast te leggen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook op die manier toewijzen. Desalniettemin is het belangrijk dat de vader interesse blijft tonen in [de minderjarige] , bijvoorbeeld door middel van kaartjes sturen op zijn verjaardag.
Brief aan [de minderjarige]
De rechter heeft in een aparte brief aan [de minderjarige] de beslissing uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige] ,
We hebben elkaar een tijdje geleden gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat dat je graag bij je moeder bent en nu geen contact wil met je vader. Na ons gesprek heb ik op de zitting met jouw moeder gepraat. Jouw vader is niet op de zitting gekomen. Jouw vader heeft wel in een email gezegd dat de deur bij hem altijd voor je openstaat en dat je altijd welkom bent als je toch naar je vader wilt gaan.
Na de zitting heb ik een beslissing genomen. Ik stuur jou deze brief om te laten weten wat ik heb besloten. Ik heb besloten dat er geen regeling meer geldt tussen jou en je vader.
Ik hoop dat deze brief jou duidelijkheid en rust geeft. Ik zal de inhoud van deze brief ook in de beslissing voor je ouders opnemen, zodat je ouders weten wat ik jou heb geschreven.
Succes verder!
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat er
geenverdeling van de zorg- en opvoedingstaken meer geldt tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.