Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13057

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/698155 / FA RK 26-619
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en onderzoek naar contactregeling tussen ouders en minderjarige kinderen

Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De kinderen verblijven hoofdzakelijk bij de moeder. De moeder verzoekt wijziging van de zorgregeling en toestemming voor een vakantie zonder instemming van de vader. De vader verzet zich tegen de wijziging en vakantie.

De rechtbank constateert dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat de huidige zorgregeling onvoldoende wordt nageleefd. Er zijn zorgen over huiselijk geweld in het verleden, maar ook over het welzijn van de kinderen, met name gedragsproblemen bij de oudste. De rechtbank acht het van belang dat het contact tussen vader en kinderen wordt opgebouwd, maar acht uitbreiding van de zorgregeling met overnachtingen voorlopig te voorbarig.

De rechtbank legt een voorlopige, opbouwende zorgregeling vast met contactmomenten op zondagen en enkele uitstapjes. Tevens wordt de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten naar de beste zorg- en contactregeling en advies uit te brengen. Het verzoek tot vakantie naar het buitenland wordt toegewezen, ondanks bezwaar van de vader.

De behandeling wordt aangehouden tot na ontvangst van het rapport van de Raad. De rechtbank benadrukt het belang van het contact tussen vader en kinderen en de noodzaak van een veilige en onbelaste omgang.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling voorlopig en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om nader onderzoek en advies.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-619
Zaaknummer: C/09/698155
Datum beschikking: 21 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en gezagsuitoefening

Beschikking op het op 22 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa in Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 23 januari 2026 met bijlagen van de moeder;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het bericht van 20 maart 2026 met bijlagen van de vader;
  • het bericht van 20 maart 2026 met bijlagen van de moeder;
  • het bericht van 23 maart 2026 met bijlagen van de vader;
  • het bericht van 23 maart 2026 met bijlagen van de moeder.
[de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 24 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] uit blijkens aantekeningen in het gezagsregister van 29 juni 2017 respectievelijk 6 december 2020.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 21 september 2022 is – voor zover hier van belang –:
  • bepaald dat de kinderen bij de vader zullen zijn iedere zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur (na het eten), waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader de kinderen terugbrengt naar de moeder;
  • vastgesteld dat de ouders zijn doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling.
- Blijkens proces-verbaal van 24 februari 2026 zijn partijen overeengekomen – voor zover hier van belang – dat de vader tot aan de bodemzitting op zaterdag de voetbalwedstrijd van [de minderjarige 1] zal bijwonen en hem alleen positief zal aanmoedigen. De moeder zal ervoor zorgen dat ook [de minderjarige 2] daar aanwezig is, zodat de vader ook haar kan zien. De vader en de moeder zullen zich voor, tijdens en na de wedstrijd onthouden van discussies met elkaar. De moeder zal de vader gelegenheid geven even met de kinderen te spreken voor en na de wedstrijd indien de kinderen daar zelf interesse in hebben. De insteek is op deze wijze het contact van de vader met de kinderen onbelast en laagdrempelig weer op te starten.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, na aanvulling en wijziging, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:
  • de beschikking van deze rechtbank van 21 september 2022 te wijzigen, in die zin dat de vader wekelijks contact met de kinderen zal hebben voorafgaand en na de voetbalwedstrijden van [de minderjarige 1] , waarna de vader samen met de kinderen iets gaat ondernemen;
  • de moeder toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen naar [plaats] , [land] , te gaan van 10 augustus 2026 tot 20 augustus 2026.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig, na aanvulling, om de beschikking van deze rechtbank van 21 september 2022 te wijzigen, in die zin dat:
- de volgende opbouwende zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij wordt toegewerkt naar co-ouderschap:
  • eerste maand: de vader heeft twee dagen per week de zorg voor de kinderen, waarbij sprake is van een overnachting;
  • tweede maand: de vader heeft twee en een halve dag per week de zorg over de kinderen, waarbij sprake is van twee overnachtingen;
  • derde maand: de man heeft drie en een halve dag per week de zorg over de kinderen, waarbij sprake is van drie overnachtingen;
  • vierde maand: de kinderen verblijven om de week een gehele week bij dan man, waarbij de wisseling via partijen verloopt op de maandagen via school;
- de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld:
  • voorjaarsvakantie: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
  • meivakantie: in oneven jaren bij de vader, in even jaren bij de moeder;
  • zomervakantie: in oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, in even jaren andersom;
  • herfstvakantie: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
  • kerstvakantie: in oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader, in even jaren andersom;
  • Koningsdag en Bevrijdingsdag: in oneven jaren bij de vader, in even jaren bij de moeder;
  • Pasen, Pinksteren en Hemelvaart: volgens de reguliere zorgregeling;
  • Moederdag en Vaderdag: bij betreffende ouder;
  • verjaardagen kinderen: volgens de reguliere zorgregeling, waarbij de andere ouder kan langskomen of in ieder geval een videobelmoment plaatsvindt;
  • verjaardagen ouders: aan de kinderen wordt de mogelijkheid geboden om die dag bij de betreffende ouder door te brengen;
- te bepalen dat de moeder deze zorgregeling nakomt, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,00.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechter kan op grond van deze artikelen een ouder ook tijdelijk verbieden om contact met diens kind(eren) te hebben indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder kennelijk ongeschikt of niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
indien omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Ontvankelijkheid verzoek
De rechtbank is gebleken dat na voormelde vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de omstandigheden zijn gewijzigd. Gebleken is dat de overeengekomen zorgregeling in de praktijk niet of onvoldoende wordt nagekomen. De ouders zijn daarom ontvankelijk in hun verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt wijziging van de zorgregeling. De moeder stelt dat de zorg van de kinderen op haar neerkomt en dat de veiligheid van de kinderen niet wordt gewaarborgd als de kinderen bij de vader zijn. Hiervoor verwijst de moeder naar verschillende incidenten, zoals [de minderjarige 1] die door de vader werd geslagen en de bedreiging die de vader naar zijn partner heeft gedaan. De moeder is bang dat de kinderen te maken zullen krijgen met huiselijk geweld als zij bij de vader zijn. Er hebben inmiddels twee contactmomenten plaatsgevonden zoals overeengekomen in het kort geding van deze rechtbank van 24 februari 2026. Tijdens de voetbalwedstrijden wordt volgens de moeder niet naar [de minderjarige 1] gekeken, maar staat vader met zijn partner te praten en kijken ze alleen maar naar de moeder. De moeder zoekt naar een mogelijkheid waarop de kinderen contact kunnen hebben met hun vader op een ontspannen manier.
De vader stelt daarentegen dat de moeder zich niet aan de afgesproken zorgregeling heeft gehouden door de kinderen langere tijd bij hem weg te gehouden. De kinderen zijn nog jong en bevinden zich in een cruciale fase van hun identiteitsontwikkeling en beeldvorming. Het is daarom van groot belang dat zij gedurende deze periode contact hebben met beide ouders. De vader erkent de spanningen die [de minderjarige 1] ervaart, maar geeft aan dat deze spanningen gevoed worden door de wijze waarop de moeder en haar nieuwe partner zich hiertegenover opstellen. [de minderjarige 2] ervaart geen spanningen met betrekking tot het contact met de vader en heeft graag contact met de man, zoals de moeder in haar verzoekschrift bevestigt. De vader wijst erop dat de contactmomenten met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tijdens de voetbalwedstijden goed zijn verlopen. Daarnaast stelt de vader dat de moeder blijft verwijzen naar één incident en na dit incident heeft de vader hard aan zichzelf gewerkt door middel van therapie.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat er in het verleden sprake is geweest van huiselijk geweld en dat de vader hiervoor therapie heeft gevolgd bij De Waag. De moeder heeft haar zorgen geuit over de veiligheid van de kinderen als zij bij de vader zijn, welke zorgen niet geheel kunnen worden uitgesloten gezien het verleden. Op de zitting is er uitgebreid gesproken over de zorgen rondom de kinderen, met name over de gedragsproblemen van [de minderjarige 1] waardoor hij slechts halve dagen naar school kan. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben lange tijd geen duurzaam contact gehad met de vader. De rechtbank acht het van belang dat er contact wordt opgebouwd tussen de vader en de kinderen, zoals beide ouders ook hebben aangegeven. Hierbij is het de rechtbank gebleken dat voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een ander tempo moet gelden in het opbouwen van het contact met de vader. Uit de stukken en hetgeen op zitting is besproken is gebleken dat de kinderen zich in een complexe situatie bevinden en dit uit zich onder andere in gedragsproblemen bij [de minderjarige 1] . De rechtbank heeft echter nog onvoldoende inzicht om te kunnen beslissen over de vraag welke zorgregeling tussen de vader en de kinderen in het belang van de kinderen is, en wat er nodig is om veilig en onbelast contact te kunnen bewerkstelligen.
De rechtbank zal daarom de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken een onderzoek te doen en daarover rapport en advies uit te brengen. De rechtbank verzoekt de Raad om antwoord te geven op de volgende vragen:
Verzet het belang van de kinderen zich tegen een structurele zorgregeling met de vader? Zo nee, wat is er nodig om veilig en onbelast contact te kunnen hebben en welke zorgregeling is in dat geval het meest in het belang van de kinderen?
Is verdere hulpverlening voor de kinderen en de ouders noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening?
In afwachting van het raadsrapport zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de definitieve zorgregeling pro forma aanhouden tot na te melden datum. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat er in de tussentijd contact is tussen hen en de vader. Daarom zal er een voorlopige, opbouwende zorgregeling worden vastgelegd. De door partijen eerder overeengekomen zorgregeling vond plaats op zondagen, dus zal de voorlopige zorgregeling in beginsel ook op de zondagen plaatsvinden. De voorlopige zorgregeling zal als volgt worden opgebouwd:
  • zondag 26 april 2026 zal de vader gedurende drie uurtjes een uitstapje maken met [de minderjarige 1] , zoals bijvoorbeeld naar de bioscoop. De ouders mogen het tijdstip in onderling overleg afspreken, maar indien zij niet tot afspraken kunnen komen zal dit zijn van 13.00 uur tot 16.00 uur;
  • zondag 3 mei 2026 zal de vader gedurende drie uurtjes een uitstapje maken met [de minderjarige 2] , zoals bijvoorbeeld naar de bioscoop. De ouders mogen het tijdstip in onderling overleg afspreken, maar indien zij niet tot afspraken kunnen komen zal dit zijn van 13.00 uur tot 16.00 uur;
  • zaterdag 9 mei 2026 (in verband met Moederdag) gaan beide kinderen met de vader iets leuks doen. De ouders mogen het tijdstip in onderling overleg afspreken, maar indien zij niet tot afspraken kunnen komen zal dit zijn van 13.00 uur tot 16.00 uur. Indien [de minderjarige 1] dan een voetbalwedstrijd heeft zal het contactmoment plaatsvinden een uur na afloop van de wedstrijd.
  • zondag 17, 24 en 31 mei 2026 gaan beide kinderen met de vader iets leuks doen, telkens van 13.00 uur tot 17.00 uur.
  • met ingang van juni 2026 zullen beide kinderen elke zondag bij de vader (thuis) zijn, telkens van 12.00 uur tot 18.00 uur. Met ingang van juli 2026 wordt dit uitgebreid van 10.00 uur tot 18.00 uur.
De rechtbank zal niet vooruitlopen op de resultaten van het raadsonderzoek en acht daarom uitbreiding met een overnachting op dit moment te voorbarig, mede gelet op het feit dat de kinderen al lange tijd niet bij de vader hebben overnacht.
Vervangende toestemming vakantie [land]
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders, of een van hen, aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder wil graag van 10 augustus 2026 tot 20 augustus 2026 naar [plaats] op vakantie met de kinderen. De vader heeft laten weten dat hij geen toestemming zal verlenen voor de vakantie. De vader heeft in dat verband aangegeven dat de vakantie in strijd is met de geldende zorgregeling, waarbij de kinderen op de zondagen contact hebben met de vader. De moeder stelt dat het van algemene bekendheid mag worden verondersteld dat vakanties per definitie onderbrekingen vormen voor contacten met de andere ouder. Dit is volgens de moeder echter geen legitieme reden om de toestemming te onthouden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de vader bezwaar heeft tegen de vakantie naar [plaats] , omdat hiermee het contact met de kinderen wordt doorkruist. Nu de rechtbank een voorlopige zorgregeling heeft vastgelegd, betekent dit dat de vader slechts één contactmoment zou missen en daarnaast acht de rechtbank de het in het belang van de kinderen. De rechtbank zal het verzoek van moeder dan ook toewijzen.
Brief aan [de minderjarige 1]
De rechter heeft in een aparte brief aan [de minderjarige 1] de beslissing uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige 1] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige 1] ,
We hebben elkaar een tijdje geleden gesproken op de rechtbank. Jij wilde niet dat ik tegen jouw ouders zou zeggen wat jij aan mij hebt verteld, dus dat heb ik ook niet gedaan. Na ons gesprek heb ik met jouw ouders gepraat op de zitting en heb ik een beslissing genomen. Ik stuur jou deze brief om te laten weten wat ik heb besloten.
Jouw vader zou jou graag weer (vaker) zien. Ik denk dat het belangrijk is dat er contact is tussen jou en je vader. In het begin lijkt het mij daarom een goed idee als jouw vader een keertje met jou naar de bioscoop gaat en dat hij ook een keertje met jouw zusje naar de bioscoop gaat. Het contact zal op zondagen zijn en elke maand wat langer.
Daarnaast heb ik aan de “Raad voor de Kinderbescherming” gevraagd om goed te gaan onderzoeken hoe jij en je zusje het beste contact kunnen hebben met jullie vader, op een fijne manier. De Raad voor de Kinderbescherming weet veel van kinderen. Zij zullen ook met jou gaan praten, zodat jij je mening kunt geven. Ze zullen ook gaan praten met jouw vader en moeder.
Wanneer de uitslag van het onderzoek er is, ga ik weer verder praten met jouw ouders. Ik hoop dat dit jou rust geeft.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 21 september 2022 – :
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] .
voorlopigcontact zullen hebben met de vader zoals hiervoor omschreven;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling op de zitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter zitting ieder via de eigen advocaten op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de dwangsomaan tot
1 oktober 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.