Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke op 10 december 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen deze afwijzing is bezwaar gemaakt, dat op 3 februari 2026 kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op 12 mei 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.6449), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.