ECLI:NL:RBDHA:2026:13121

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL25.62343
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag Iran met moratorium

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van december 2023. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat het binnen de wettelijke termijnen is ingediend na een ingebrekestelling.

Hoewel een besluitmoratorium voor Iraanse asielzoekers van kracht werd na de ingebrekestelling, verlengt dit de beslistermijn tot maximaal 21 maanden. Deze termijn is echter overschreden, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard.

De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467 aan eiseres.

De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 19 mei 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62343

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiseres heeft op 19 december 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 17 december 2023. Eiseres heeft dit beroep mede namens zijn echtgenote ingediend. Van haar zijn geen gegevens bekend bij de rechtbank.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 17 juni 2024 eindigen.
3. Eiseres stelt de Iraanse nationaliteit te hebben. Nadat eiseres beroep heeft ingesteld, is een voor Iraanse vreemdelingen geldend besluitmoratorium in werking getreden.
4. Op grond van artikel 2 wordt Pro de beslistermijn, bedoeld in artikel 42 van Pro de Vw, voor asielaanvragen van uit Iran afkomstige vreemdelingen op grond van artikel 43, eerste lid, van de Vw verlengd met één jaar tot ten hoogste eenentwintig maanden.
5. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium nog niet van kracht was ten tijde van de door eiseres ingediende ingebrekestelling op 10 november 2025. Daarom kan niet worden geoordeeld dat deze prematuur is ingediend. Omdat het beroep meer dan twee weken na de ontvangst van de ingebrekestelling is ingediend, is voldaan aan de eisen van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het beroep ontvankelijk is.
6. Op de datum van het van kracht worden van het besluitmoratorium was nog niet beslist op de asielaanvraag van eiseres. Zoals volgt uit de totstandkomingsgeschiedenis van (het huidige) artikel 43 van Pro de Vw is een besluitmoratorium ook van toepassing op asielaanvragen waarop nog niet is beslist. Daaronder zijn ook begrepen asielaanvragen waarvoor de beslistermijn al is verstreken op het moment van inwerkingtreding van het besluitmoratorium. Het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig beslissen had, aldus deze totstandkomingsgeschiedenis, ongegrond verklaard kunnen worden omdat het besluitmoratorium inmiddels van toepassing is. [1] De rechtbank wijst ook op de rechtspraak van de Afdeling [2] die hierop ziet.
7. Echter is de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn overschreden op 17 september 2025. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag te beslissen, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
8. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk gegrond.
9. Omdat ten tijde van het indienen van de ingebrekestelling het besluitmoratorium nog niet van kracht was, en eiseres terecht beroep heeft ingediend, krijgt eiseres ook een vergoeding voor de proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb [3] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op binnen twee weken een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 732, nr. 3, p. 49 en Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 732, nr. 7.
2.Zie rechtsoverweging 5.3 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.