ECLI:NL:RBDHA:2026:13143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens ontbreken asielmotieven bij opvolgende aanvraag
Eisers hebben op 10 juli 2024 een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke door de minister op 31 oktober 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat deze niet-ontvankelijkheid terecht is, omdat eisers geen nieuwe asielmotieven hebben aangevoerd die bij een opvolgende asielaanvraag beoordeeld kunnen worden.
Eisers baseren hun aanvraag op het willen verblijven bij hun meerderjarige dochter in Nederland, die zelf geen verblijfsvergunning asiel heeft. De minister stelt dat het hier gaat om een regulier verblijfsdoel en niet om een asielmotief, waardoor de aanvraag niet-ontvankelijk is. De rechtbank bevestigt dit standpunt en wijst erop dat eisers niet onder de gezinsleden vallen die in aanmerking komen voor een afgeleide verblijfsvergunning asiel.
Daarnaast is gebleken dat de minister een motiveringsgebrek in het bestreden besluit heeft hersteld met een aanvullende beslissing van 4 november 2025. Dit gebrek leidt niet tot een gegrond beroep. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvragen.