Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Over het herhaald en ingelast beschouwen van wat eerder is aangevoerd
Ook het beroep op bewijsnood slaagt niet. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat de bewijslast bij eiser ligt. Eiser verzoekt namelijk zelf om opheffing van de ongewenstverklaring en moet daarom aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor opheffing. De minister is niet gehouden om zelf achter missende stukken aan te gaan. De enkele stelling dat het voor eiser niet mogelijk is om deze informatie te verkrijgen, is niet voldoende om aan te tonen dat hij in bewijsnood verkeert. Van eiser mag worden verwacht dat hij kan aantonen dat hij moeite heeft gedaan om aan de documenten te komen en uitleggen waarom dit niet gelukt is. Er is in dit geval niet gebleken van pogingen van eiser om de missende stukken te verkrijgen en evenmin is voldoende uitgelegd waarom eiser niet aan deze stukken kan komen. Met name geldt dat geen bewijs is overgelegd dat de Zweedse autoriteiten desgevraagd geen stukken zouden willen of kunnen verstrekken met een overzicht van de strafrechtelijke antecedenten van eiser en de duur van zijn verblijf aldaar. Reeds hierom kan bewijsnood naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet worden aangenomen.