Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13159

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL26.876
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

De minister van Asiel en Migratie heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 31 december 2025 in de algemene procedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 3 april 2026, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde afwezig bleven. Op dezelfde dag is ook de hoofdzaak (zaaknummer NL26.875) behandeld en is daarop uitspraak gedaan.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak is een voorlopige voorziening niet meer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 16 april 2026 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.876

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S. de Schutter),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).

Procesverloop

1. De minister heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL26.875, op 3 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.875, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 16 april 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.