Eiser, een Afghaanse minderjarige, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid over de werkzaamheden van zijn vader voor buitenlandse organisaties. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de geboortedatum van eiser en de verklaringen over het werk van zijn vader te beperkt heeft beoordeeld.
De rechtbank stelt vast dat de minister een nieuw standpunt innam zonder juiste motivering en onvoldoende rekening hield met de leeftijd en culturele context van eiser. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan het risico op ernstige schade bij terugkeer, mede gezien de status van de vader als medewerker voor westerse landen.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser aanvullend gehoord moet worden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.