Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
System and method for processing web-browsing information”, aangevraagd op 16 mei 2014 en verleend op 2 december 2020. Het octrooi roept prioriteit in van NL 2010823 van 17 mei 2013 (hierna: de prioriteitsdatum). EP 500 is van kracht in onder meer Nederland.
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling
b) esthetische vormgevingen;
c) stelsels, regels en methoden voor het verrichten van geestelijke arbeid, voor spelen of voor de bedrijfsvoering, alsmede computerprogramma’s;
d) presentatie van informatie.
auxiliary web server(AWS) en de
back-end server(BES). Kenmerk 1.1. benoemt de AWS en de BES (naast de database en de webserver) als aparte elementen van het platform en de kenmerken 1.3-1.6 beschrijven afzonderlijke stappen uitgevoerd door deze AWS en BES. Ook de figuren (zoals figuur 1 en 8, zie [0024]-[0026] en [0055]) tonen de AWS en BES als afzonderlijke entiteiten dan wel afzonderlijke stappen uitgevoerd door deze entiteiten (figuur 5 en 6, zie [0041]-[0046]). In paragraaf [0011] van de beschrijving staat echter:
a single process on a single server”. Anders dan Insite stelt, is de rechtbank van oordeel dat daarmee niet wordt bedoeld dat sprake moet zijn van twee van elkaar, middels virtualisatielagen, gescheiden virtuele servers. Paragraaf [0011] maakt immers een onderscheid tussen enerzijds het combineren van AWS en BES in “
a single computer server” en anderzijds “
in a single process on a single server”. Het ligt voor de hand dat met het eerste alternatief wordt gedoeld op het creëren van twee virtuele servers in één fysieke server en met het tweede alternatief (dus) op iets anders.
However, in order to clearly explain the invention, the AWS and BES will be discussed as logically separate entities”. Paragraaf [0024] benoemt dat het nog steeds gaat om
“logical entities”. De vakpersoon zal de afzonderlijke entiteiten zoals genoemd in conclusie 1 dan ook op die wijze, als logische maar niet noodzakelijkerwijs fysiek gescheiden entiteiten lezen.
mogelijkwas om die configuratie toe te passen (ook dit betwist Insite), is niet aangetoond dat die configuratie ook daadwerkelijk
istoegepast, aldus Insite. Daarnaast heeft zij betwist dat op basis van GitHub betrouwbaar kan worden vastgesteld welke versie van de code op 26 september 2012 beschikbaar was.
handbookvan Syslint, heeft Squeezely wellicht mogelijke toepassingen van OpenX in haar dummy opstelling getoond, echter heeft Squeezely geen enkel concreet voorbeeld gegeven van een daadwerkelijke toepassing van een dergelijke opstelling op die wijze door een partij op of voor de prioriteitsdatum en dit is door Insite gemotiveerd betwist. Squeezely heeft daarvan ook geen gespecificeerd bewijs aangeboden. Dit geldt ook ten aanzien van de andere mogelijkheden die Squeezely bij akte nog heeft aangedragen.
targeted contentaan te bieden op websites. Volgens het octrooi wordt in een door de browser opgevraagd websitebestand een script geplaatst dat bepaalde informatie verzamelt over de browser en browser device (deze verzamelde informatie aangeduid als “identification device”) en deze doorstuurt naar een server (de “message server”). De message server
message server device. Deze vervult beide functies, waarbij de
extension handlerde functie van de AWS vervult en de
script writeren
configuration devicede functie van de BES, aldus Squeezely. Insite betwist dat de
extension handlergelijkgesteld kan worden met de AWS en stelt dat US 366 geen proces openbaart waarin een AWS een codeverzoek ontvangt en doorstuurt naar een BES.
extension handler
extension handlerniet hetzelfde is als de functie van de AWS in het octrooi. Squeezely zelf omschrijft deze functie als het detecteren en vervolgens analyseren/verwerken van de
identification deviceen het in werking zetten van de
script writeren de
configuration deviceom daarop te reageren, en als het doorzetten (na
parsing). Volgens kenmerk (1.3 en) 1.4 ontvangt de AWS de door de web client verzonden code request en geeft deze door aan de BES. De AWS, zoals weergegeven in conclusie 1, voert zelf in deze fase geen bewerkingstappen uit. Voor zover de
extension handleral gelijkgesteld kan worden met de AWS, is in ieder geval niet voldaan aan kenmerk 1.4 (
“wherein the auxiliary webserver is configured to receive the code request and forward the code request to the back-end server”), omdat de
extention handlerniet de
identification devicedoorgeeft, maar het bewerkte resultaat (
parsed result).
client server303 omvat die fungeert als webserver (figuur 3 en paragraaf [0030] van US 488:
server component413 in US 488 de functionaliteiten van zowel de AWS, als de BES in zich heeft. Zij wijst in dit verband naar paragraaf [0044] van US 488:
server component413 het verzoek om de webpagina en/of browser specifieke code heeft ontvangen zoals verzocht bij de user terminal 301, wordt door dezelfde server een
server-side script(
executable code) verkregen en uitgevoerd om uitvoerbare (Javascript) code terug te sturen naar het
tag manager program. Aldus wordt volgens Squeezely voldaan aan kenmerk 1.4.
user terminal(web client) een verzoek doet aan het tag/content management system (paragraaf [00037]:
user terminal 301 may request the tag manager program 204 from cloud 305) en anderzijds de tag manager een verzoek doet om code bij het server component (paragraaf [0043]: (
the tag manager 501 may send out a request for page specific code/content to the server component), vormt geen directe en ondubbelzinnige openbaring van het doorgeven van een van de web client ontvangen code request. US 488 is daarmee niet nieuwheidsschadelijk voor conclusie 1 van het octrooi.
€ 3.051,00 aan verschotten (inclusief het griffierecht ad € 676,00). Deze kosten zijn te begroten conform artikel 1019h Rv omdat de vordering van Squeezely strekkende tot vernietiging van het octrooi is te beschouwen, hetgeen tussen partijen ook niet in geschil is, als een vooruitgeschoven inbreukverweer. Ter zitting heeft Insite haar proceskostenvordering beperkt tot € 75.000, te vermeerderen met de wettelijke rente.