ECLI:NL:RBDHA:2026:13268
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod
Eiser heeft bij besluit van 1 oktober 2025 een huisverbod opgelegd gekregen door de burgemeester van Midden-Delfland, vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de achterblijfster in de woning. Eiser betwistte de beschuldigingen van fysiek en seksueel geweld en stelde dat het huisverbod niet proportioneel was.
Tijdens de zitting op 25 maart 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat er voorafgaand aan het incident op 1 oktober 2025 meerdere incidenten waren geweest en dat de situatie ter plaatse was geëscaleerd. De rechtbank achtte de verklaringen van de achterblijfster en het risicotaxatie-instrument betrouwbaar en concludeerde dat het huisverbod noodzakelijk was om verdere escalatie te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, de burgemeester, in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om het huisverbod op te leggen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod is ongegrond verklaard en het huisverbod is bevestigd.