Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13301

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 mei 2026
Zaaknummer
C/09/685666 / FA RK 25-3844
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:377b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan vader wegens onmogelijkheid tot gezamenlijke communicatie

Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2012. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag belast. De vader verzoekt het eenhoofdig gezag toe te kennen omdat de moeder sinds oktober 2024 een herseninfarct heeft gehad en hij de feitelijke verzorging op zich neemt. De moeder verblijft in een zorginstelling en kan nauwelijks communiceren.

De rechtbank constateert dat gezamenlijke uitoefening van het gezag niet mogelijk is vanwege de communicatieproblemen en de moeizame verstandhouding tussen de vader en de vader van de moeder, die als tussenpersoon zou moeten fungeren. De rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarige gediend is met toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vader.

Daarnaast stelt de rechtbank een informatieregeling vast waarbij de vader de moeder eenmaal per drie maanden per e-mail informeert over belangrijke ontwikkelingen rondom de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader en stelt een informatieregeling vast waarbij de moeder driemaandelijks per e-mail wordt geïnformeerd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3844
Zaaknummer: C/09/685666
Datum beschikking: 22 april 2026

Gezag en informatieregeling

Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. van de Kolk te 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Leenders te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 26 januari 2026 is bepaald dat de Raad voor de Rechtsbijstand een advocaat aan de vrouw moest toevoegen en op uiterlijk 11 februari 2026 een kennisgeving van de toevoeging aan de rechtbank moest geven. Voorts is iedere verdere beslissing pro forma aangehouden tot 15 februari 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 16 juni 2025 van de zijde van de vader, met bijlage.
- het F9-formulier van 19 maart 2026 van de zijde van de vader.
Op 24 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder bijgestaan door mr. A. Orhan als waarnemer en [naam 1] (haar
vader) als begeleider;
- [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige belast.
- De vader heeft de minderjarige erkend.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 8 oktober 2018 is – voor zover hier van
belang – bepaald dat de vader [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] bij zich heeft conform de door de ouders
onderling getroffen regeling van 26 maart 2018.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt te bepalen dat hij voortaan met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] wordt belast, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig te bepalen dat de vader één keer per maand de moeder schriftelijk op de hoogte zal brengen van aangelegenheden rondom de minderjarige en daarbij voorziend van beeldmateriaal van de minderjarige.

Beoordeling

Eenhoofdig gezag
Ingevolge artikel 1:253c Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een minderjarige, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag, dan wel hem alleen met het gezag over de minderjarige te belasten. Als de andere ouder het gezag over de minderjarige uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige wenselijk oordeelt.
De vader verzoekt te bepalen dat hij voortaan het gezag over [de minderjarige 1] krijgt. In oktober 2024 heeft de moeder een herseninfarct gehad. Sindsdien draagt de vader de volledige zorg voor [de minderjarige 1] , die ook bij hem is gaan wonen. De moeder verblijft in een zorginstelling. Zij kan niet goed praten en het is de vader onduidelijk wat haar verstandelijk vermogen precies is. Aangezien de vader momenteel geen gezag over [de minderjarige 1] heeft, loopt hij tegen diverse praktische problemen aan. Zo kan hij [de minderjarige 1] bijvoorbeeld niet op zijn eigen adres inschrijven, omdat hij daarvoor toestemming van de moeder nodig heeft. Volgens de vader is het in het belang van [de minderjarige 1] dat hij voortaan zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen.
De moeder voert verweer tegen het verzoek van de vader. Het is juist dat de moeder een herseninfarct heeft gehad, waardoor zij moeite heeft met praten en het verwoorden van haar gedachten. Dit betekent echter niet dat zij niet kan communiceren. De moeder is van mening dat zij samen met de vader in staat is om het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] uit te oefenen, mits van de kant van de vader enige inspanning wordt geleverd. Zo kan hij bijvoorbeeld belangrijke informatie of vragen schriftelijk bij de moeder aanleveren, bijvoorbeeld per brief of e-mail, zodat deze door anderen aan de moeder kunnen worden voorgelezen. Tevens is de moeder in staat, met de nodige inspanning, een handtekening of paraaf te zetten wanneer toestemming nodig is.
De moeder is van mening dat, indien de vader het eenhoofdig gezag zou krijgen, zij feitelijk buitenspel zou worden gezet in de opvoeding van [de minderjarige 1] . Zij vindt dit onrechtvaardig, aangezien haar huidige situatie het gevolg is van omstandigheden waar zij geen invloed op heeft gehad.
De rechtbank overweegt als volgt. Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over een kind uitoefenen. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn om met elkaar te communiceren en afspraken te maken. Het is de rechtbank tijdens de zitting gebleken dat de moeder nauwelijks kan praten, niet kan schrijven en daardoor communiceert via handgebaren, geluiden en een enkel woord. De rechtbank heeft op basis van haar communicatie met de moeder op de zitting geen enkele reden om te twijfelen aan haar verstandelijke vermogens maar ziet dat communicatie ingewikkeld is. Tijdens de zitting is aan zowel de advocaat van de moeder als aan de vader gevraagd hoe dit praktische probleem kan worden opgelost ten aanzien van gezagsbeslissingen. De moeder heeft toen voorgesteld dat de vader e-mails naar haar kan sturen waarin hij gezagsbeslissingen voorlegt, en dat de vader van de moeder deze e-mails samen met haar zou kunnen beantwoorden. De vader heeft daarop aangegeven dit niet te zien zitten. Hij vreest dat hij het gezag dan niet samen met de moeder, maar met de vader van moeder zou uitoefenen, terwijl tussen hen geen goede verstandhouding bestaat. Een alternatief voor deze werkwijze hebben (de advocaat van) de moeder en haar vader niet kunnen aandragen.
De rechtbank is van oordeel dat een constructie waarbij de vader van de moeder betrokken is niet in het belang van [de minderjarige 1] is, nu duidelijk is geworden dat de vader en de vader van de moeder niet op goede voet met elkaar staan. Dit kan leiden tot discussies over gezagsbeslissingen. Tekenend in dat verband is dat de toestemming van de moeder (via haar vader) om [de minderjarige 1] in het BRP in te schrijven bij de vader een halfjaar op zich heeft laten wachten, terwijl [de minderjarige 1] feitelijk bij de vader was gaan wonen. Bovendien is het niet aan de vader van de moeder om mee te beslissen over het gezag.
Wel in het belang van [de minderjarige 1] is dat de huidige situatie, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag heeft, niet langer voortduurt. Nu de vader de feitelijke verzorging op zich heeft genomen, zou voor het eenhoofdig gezag van de moeder communicatie tussen de ouders mogelijk moeten zijn. Dat is nu niet zo en lijkt ook niet te veranderen. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek van de vader om hem met het eenhoofdig gezag te belasten zal toewijzen. Een minder vergaande variant – gezamenlijk gezag – is namelijk niet verzocht en zou, gelet op de moeizame communicatie tussen partijen, niet uitvoerbaar zijn.
Informatieregeling
Ingevolge artikel 1:377b lid 1 BW is de ouder die met het gezag is belast onder meer gehouden de niet-gezagsouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige.
De moeder stelt dat zij momenteel geen informatie van de vader ontvangt over belangrijke aangelegenheden die [de minderjarige 1] betreffen. Zij is van mening dat zij als moeder rechtstreeks door de vader hierover dient te worden geïnformeerd. De moeder geeft aan het op prijs te stellen indien de vader haar ten minste eenmaal per maand informeert over belangrijke zaken die [de minderjarige 1] aangaan, zodat zij als ouder betrokken kan blijven bij zijn ontwikkeling en welzijn.
De rechtbank overweegt dat het redelijk is dat de vader de moeder informeert over belangrijke aangelegenheden betreffende [de minderjarige 1] . De rechtbank zal daarom bepalen dat de vader eenmaal per drie maanden per e-mail informatie aan de moeder verstrekt over de belangrijkste ontwikkelingen rondom [de minderjarige 1] , waaronder zijn ontwikkeling en welzijn. Voor een uitgebreidere regeling of het sturen van beeldmateriaal ziet de rechtbank geen aanleiding. Het is haar namelijk gebleken dat [de minderjarige 1] elke dag na school langsgaat bij de moeder.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat de vader met ingang van heden de moeder eenmaal per drie maanden, te weten voor de eerste dag van de maand, per e-mail informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van de minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2026.