ECLI:NL:RBDHA:2026:13305

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 mei 2026
Zaaknummer
C/09/701444 / FA RK 26-2603
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vakantie- en feestdagenverdeling na echtscheiding

Partijen zijn gehuwd geweest van 2012 tot 2025 en hebben twee minderjarige kinderen. Zij oefenden gezamenlijk gezag uit, met hoofdverblijfplaats bij de moeder. De moeder verzocht om wijziging van de zorgregeling, met name de vakanties, feestdagen en een dwangsom tegen de vader wegens het alleen laten van de kinderen tijdens nachtdiensten.

De rechtbank oordeelde dat de moeder ontvankelijk was in haar verzoek. Ouders bereikten overeenstemming over de vakantie- en feestdagenregeling, die de rechtbank vaststelde. De rechtbank wees het verzoek tot dwangsom af, omdat de vader maatregelen had getroffen om de kinderen niet meer alleen te laten tijdens nachtdiensten.

Verder verleende de rechtbank vervangende toestemming aan de moeder voor vakanties naar twee landen en voor het realiseren van een BEM-clausule voor de spaarrekeningen van de kinderen. De rechtbank wees het verzoek tot een informatie- en consultatieregeling af, maar verwees partijen naar ouderschapsbemiddeling en een training voor de kinderen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de vakantie- en feestdagenregeling, wijst het dwangsomverzoek af en verleent vervangende toestemming voor vakanties en BEM-clausule.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2603
Zaaknummer: C/09/701444
Datum beschikking: 22 april 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, gezagsuitoefening en informatieregeling

Beschikking op het op 16 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. Schipper-Heikens in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;
  • het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
  • het bericht van 31 maart 2026 van de vader;
  • de tussenbeschikking van 1 april 2026.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verzoeken.
Op 31 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • S. Zoutendijk namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van 12 december 2012 tot 1 augustus 2025.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 13 juni 2025 is, voor zover hier van belang, bepaald:
  • dat de kinderen bij de vader zullen zijn in de ene week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school en in de andere week van vrijdagmiddag uit school tot zaterdagmiddag 15:30 uur;
  • dat de vakanties bij helfte worden verdeeld;
  • dat de kinderen per kalenderjaar, in onderling overleg tussen partijen, op zeven omgangsdagen van de vader (in een kort weekend met de kinderen en niet tijdens de vakanties) bij de moeder zullen zijn vanaf zaterdag 9:00 uur.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt, na aanvulling en wijziging, tot wijziging van beschikking van deze rechtbank van 13 juni 2025, in die zin dat de moeder verzoekt:
- de volgende zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen bij de vader zijn, op straffe van een dwangsom van € 250,- per nacht(deel) dat de vader de kinderen alleen bij hem thuis laat met een maximum van €50.000,-:
  • in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school, dan wel 15.00 uur tot maandagochtend naar school, dan wel 9.00 uur;
  • in de even weken van vrijdagmiddag uit school, dan wel 15.00 uur tot zaterdagmiddag 15.30 uur;
  • in de even jaren:
  • zomervakantie: laatste drie weken;
  • kerstvakantie (inclusief de kerstdagen) en voorjaarsvakantie: eerste week;
  • meivakantie: tweede week;
  • Goede Vrijdag;
  • Hemelvaartsdag.
- in de oneven jaren:
  • zomervakantie: eerste drie weken;
  • kerstvakantie (inclusief de jaarwisseling) en voorjaarsvakantie: tweede week;
  • herfstvakantie;
  • meivakantie: eerste week;
  • Bevrijdingsdag.
  • gedurende zeven extra zaterdagen vanaf 9.00 uur bij de moeder in plaats van de vader zullen zijn (in een kort weekend met vader, niet tijdens de vakanties), voor 2026 zal dit zijn op 4 april, 16 mei, 27 juni, 5 september, 31 oktober, 28 november en 12 december;
  • roostervrije dagen: indien deze op een maandag valt, dan verblijven de kinderen bij de ouder bij wie de kinderen de dag ervoor verbleven en wanneer deze op vrijdag valt, dan verblijven de kinderen bij de ouder waar ze de dag erna zullen verblijven. Indien deze op een dinsdag, woensdag of donderdag vallen, dan verblijven de kinderen conform de reguliere zorgregeling bij de desbetreffende ouder.
  • vervangende toestemming aan de moeder te verlenen om van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026 met de kinderen op vliegvakantie te gaan naar [land 1] ;
  • vervangende toestemming aan moeder te verlenen om van 20 juli 2026 tot en met 10 augustus 2026 met de kinderen op vliegvakantie te gaan naar [land 2] ;
  • vervangende toestemming te verlenen voor het realiseren van een BEM-clausule voor de Groei Groter spaarrekeningen van de kinderen bij ING met rekeningnummer [rekeningnummer 1] / IBAN nummer: [IBAN nummer 1] t.n.v. [de minderjarige 1] en rekeningnummer [rekeningnummer 2] - IBAN nummer: [IBAN nummer 2] t.n.v. [de minderjarige 2] .
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt:
  • ter aanvulling van de verdeling van de vakanties en feestdagen zoals door de moeder verzocht, te bepalen dat de kinderen op Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag bij de ouder verblijven bij wie zij de zondag conform de reguliere zorgregeling verbleven en de overige feestdagen (Hemelvaart, Koningsdag, Goede Vrijdag enzovoorts) en roostervrije dagen bij helfte te verdelen;
  • in het kader van de vakantie van de moeder met de kinderen naar [land 1] , de vader videobelcontact heeft met de kinderen direct na aankomst, tussendoor een keer en vlak voor vertrek;
  • als de moeder vervangende toestemming krijgt om met de kinderen naar [land 2] op vakantie te gaan, te bepalen dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst, vervolgens om de drie dagen en tenslotte vlak voor vertrek;
  • dat de moeder voorafgaand overleg met de vader voert bij voorgenomen ziekmeldingen van de kinderen en zij die beslissingen niet neemt zonder toestemming van de vader.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Ontvankelijkheid verzoek
De rechtbank begrijpt het standpunt van de moeder aldus dat zij stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden aangezien de door de ouders overeengekomen zorgregeling door de vader als gevolg van zijn nachtdiensten niet goed wordt nagekomen en omdat in de praktijk blijkt er behoefte bestaat aan een duidelijker vakantie- en feestdagenregeling. Gelet hierop is de moeder ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Het verzoek om de zorgregeling te wijzigen heeft betrekking op de regeling rond de vakanties en feestdagen en op het verbinden van een dwangsom als prikkel tot nakoming van de verplichtingen die voor de vader voortvloeien uit de zorgregeling. Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over de verdeling van de vakanties en feestdagen. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen en de overeengekomen vakantie- en feestdagenregeling opnemen in het dictum.
Hoewel geen verzoek tot inhoudelijke wijziging van de reguliere zorgregeling aan de rechtbank is voorgelegd, heeft de Raad op de zitting de ouders in overweging gegeven om na te denken over een zorgregeling waarbij de kinderen om de week van donderdag uit school tot maandag na school bij de vader zijn, zodat er meer regelmaat in de regeling komt zonder dat dit ten koste gaat van het aantal dagen dat de kinderen bij de vader zijn. Het verdient aanbeveling dat de ouders een dergelijke regeling in overweging te nemen in samenspraak met de kinderen.
Dwangsom
De moeder stelt dat de vader zijn verplichtingen uit de zorgregeling niet nakomt, omdat hij de kinderen regelmatig alleen thuis laat tijdens zijn nachtdiensten. De moeder vindt dit onverantwoord, omdat de kinderen hier te jong voor zijn en omdat zij hiervan niet op de hoogte is gesteld. De kinderen hebben aan de moeder aangegeven dat ze zich onveilig voelen als ze alleen thuis zijn. De moeder heeft 2,5 maand geprobeerd om hierover in contact te komen met de vader maar hij heeft nergens op gereageerd. De vader erkent dat hij de kinderen een aantal keer alleen heeft gelaten tijdens een nachtdienst maar dat er dan wel een buurman was die een oogje in het zeil hield. Omdat hij inziet dat de kinderen het niet fijn vinden als zij in de avond alleen thuis zijn heeft de vader maatregelen getroffen om te zorgen dat de kinderen niet meer alleen zijn mocht hij een nachtdienst hebben als de kinderen bij hem zijn. In dat geval regelt de vader dat hij zijn nachtdienst kan ruilen of zorgt hij ervoor dat er een oppas aanwezig is. De vader vindt een dwangsom dan ook buitenproportioneel.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt voorop dat de kinderen hebben laten blijken dat ze het niet prettig vinden om in de nachtelijke uren alleen in de woning van hun vader te zijn. Gelet hierop mag van de vader verwacht worden dat hij maatregelen treft zodat dit niet vaker gebeurt. Die boodschap lijkt de vader te hebben begrepen. De vader heeft aangegeven dat hij in het vervolg nachtdiensten zal ruilen of familieleden zal inschakelen om op de kinderen te passen. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding om te veronderstellen dat de vader de kinderen in het vervolg tijdens nachtdiensten alleen zal laten. Op dit moment ziet de rechtbank dan ook onvoldoende aanleiding om een dwangsom te verbinden tot nakoming van de verplichtingen die uit de zorgregeling voor de vader voortvloeien. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook afwijzen. Daarbij merkt de rechtbank op dat indien vader onverhoopt geen dienst kan ruilen of oppas kan regelen, het op zijn weg ligt om de moeder tijdig te vragen om in te springen.
Vervangende toestemming vakanties
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders, of een van hen, aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Vakantie [land 1]
Gelet op de naderende datum van de vakantie naar [land 1] heeft de rechtbank reeds bij beschikking van 1 april 2026 op dit verzoek beslist.
Vakantie [land 2]
De moeder wenst in de zomervakantie met de kinderen op vakantie te gaan naar [land 2] . De vader geeft hiervoor geen toestemming omdat hij vreest dat de kinderen niet terugkomen, indien de moeder met hen naar [land 2] gaat.
De rechtbank is van oordeel dat de vader deze vrees onvoldoende heeft onderbouwd. De vader heeft namelijk op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat de moeder van plan is zich in het buitenland te vestigen, laat staan in [land 2] . Daarnaast stelt de vader dat de situatie in de wereld op dit moment in zijn algemeenheid dusdanig instabiel is dat de moeder daarom geen grote reizen met de kinderen moet maken. De rechtbank gaat ook hieraan voorbij omdat dit verweer onvoldoende concreet is en bovendien geldt voor [land 2] geen negatief reisadvies. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen en de moeder vervangende toestemming verlenen om met de kinderen van 20 juli 2026 tot en met 10 augustus 2026 naar [land 2] te gaan. De rechtbank acht het wel in het belang van de kinderen dat zij tijdens de vakantie (video)belcontact met hun vader hebben. De rechtbank zal het verzoek van vader daartoe toewijzen op de wijze zoals hierna in het dictum vermeld.
Vervangende toestemming BEM-clausule
De vader stemt blijkens het bericht van 31 maart 2026 in met het verzoek van de moeder voor het realiseren van een BEM-clausule voor de spaarrekeningen van de kinderen. De vader heeft in dat kader aanvullend verzocht te bepalen dat de moeder hem jaarlijks op de hoogte stelt van de saldi van alle rekeningen van de kinderen door een afschrift van de jaaropgaven onverwijld aan hem ter beschikking te stellen. De moeder heeft hier op de zitting mee ingestemd. Voor zover nodig zal de rechtbank in deze beslissing vervangende toestemming voor het realiseren van de BEM-clausule geven.
Informatie- en consultatieregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a lid 2 sub c BW kan de rechtbank in het geval van gezamenlijk gezag op verzoek van één van de ouders een informatie- en consultatieregeling vaststellen.
Inhoudelijke beoordeling
De vader heeft geconstateerd dat de moeder de kinderen met grote regelmaat ziek
meldt op school. Het ziek melden vindt plaats zonder overleg met de vader. Hij maakt zich ernstige zorgen over het grote aantal ziekmeldingen alsook om het feit dat hij daar niet bij wordt betrokken. De moeder stelt daarentegen dat zij de vader wel degelijk op de hoogte stelt bij ziekte van de kinderen.
De rechtbank overweegt als volgt. Het verzoek van de vader komt er op neer dat hij wil dat de moeder met hem overlegt over het wel of niet ziekmelden van de kinderen. Hoewel het wel of niet ziekmelden van een kind belangrijk is, acht de rechtbank dit geen gewichtige aangelegenheid als bedoeld in artikel 1:253a lid 2 sub c BW. Het wel of niet ziekmelden van een kind valt onder de verantwoordelijkheid van de ouder die op dat moment verantwoordelijk is voor de verzorging van de kinderen. Bovendien is het praktisch gezien nauwelijks haalbaar voor de moeder om alvorens een van de kinderen ziek te melden in overleg te treden met de vader zeker als een ziekte zich pas in de ochtend manifesteert. Van de moeder kan wel worden verlangd dat zij de vader op de hoogte stelt als zij een van de kinderen heeft ziekgemeld, maar dit doet zij op dit moment al. Dat het grote aantal ziekmeldingen de vader zorgen baart, is voorstelbaar maar duidelijk is ook dat de moeder hier aandacht voor heeft en [de minderjarige 1] inmiddels vanwege aanhoudende klachten onder behandeling is bij een neuroloog. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een informatieregeling vast te stellen zoals verzocht en zal het verzoek van de vader dan ook afwijzen.
De ouders hebben op zitting aangegeven dat een belangrijke oorzaak van de problemen die er tussen hen zijn ontstaan de slechte communicatie tussen hen is. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling met als doel om hun onderlinge communicatie en samenwerking als ouders in de toekomst te verbeteren. Ook hebben de ouders aangegeven dat het voor de kinderen helpend kan zijn als zij traject ‘Training voor kinderen van gescheiden ouders’ volgen. De rechtbank zal de ouders en de kinderen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] .
bij de vader zullen zijn:
  • in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school, dan wel 15.00 uur tot maandagochtend naar school, dan wel 9.00 uur;
  • in de even weken van vrijdagmiddag uit school, dan wel 15.00 uur tot zaterdagmiddag 15.30 uur;
*
bepaalt dat de kinderen gedurende zeven extra zaterdagen vanaf 9.00 uur bij de moeder in plaats van de vader zullen zijn (in een kort weekend met vader, niet tijdens de vakanties), voor 2026 zal dit zijn op 4 april, 16 mei, 27 juni, 5 september, 31 oktober, 28 november en 12 december;
*
bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld:
  • voorjaarsvakantie: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder;
  • meivakantie: even jaren de eerste week bij de moeder, de tweede week bij de vader, oneven jaren andersom;
  • zomervakantie: even jaren eerste drie weken bij de moeder, tweede drie weken bij de vader, oneven jaren andersom;
  • herfstvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
  • kerstvakantie, inclusief de kerstdagen: in de even jaren de eerste week bij de vader, de tweede week bij de moeder, oneven jaren andersom;
  • Moederdag en Vaderdag: bij de betreffende ouder;
  • verjaardag grootouders moederszijde: bij de moeder;
  • tweede paasdag en tweede pinksterdag: bij de ouder waar zij conform de reguliere zorgregeling het weekend ervoor waren;
  • Goede Vrijdag: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder
  • Koningsdag: conform de reguliere regeling
  • Bevrijdingsdag: oneven jaren bij de vader, even jaren bij de moeder
  • Hemelvaartsdag en de daaropvolgende dag: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder
  • roostervrije dagen: indien deze op een maandag valt, dan verblijven de kinderen bij de ouder bij wie de kinderen de dag ervoor verbleven en wanneer deze op vrijdag valt, dan verblijven de kinderen bij de ouder waar ze de dag erna zullen verblijven. Indien deze op een dinsdag, woensdag of donderdag vallen, dan verblijven de kinderen conform de reguliere zorgregeling bij de desbetreffende ouder,
waarbij de vakanties beginnen op vrijdag uit school en eindigen op maandag naar school en waarbij het wisselmoment bij de twee- en drieweekse vakanties op zaterdag 15.30 uur is:
*
verleent de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, om met de kinderen van 20 juli 2026 tot en met 10 augustus 2026 naar [land 2] te gaan;
*
bepaalt dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst in [land 2] ,
vervolgens om de drie dagen en vlak voor vertrek uit [land 2] ;
*
geeft de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, voor het realiseren van een BEM-clausule voor de Groei Groter spaarrekeningen van de kinderen bij ING met rekeningnummer [rekeningnummer 1] / IBAN nummer: [IBAN nummer 1] t.n.v. [de minderjarige 1] en rekeningnummer [rekeningnummer 2] - IBAN nummer: [IBAN nummer 2] t.n.v. [de minderjarige 2] en bepaalt dat de moeder de vader jaarlijks op de hoogte stelt van de saldi van deze rekeningen door een afschrift van de jaaropgaven aan de vader ter beschikking te stellen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de moeder]
wonende op [adres] ,
en
[de vader]
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Training voor kinderen van gescheiden ouders, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2026.