ECLI:NL:RBDHA:2026:13391

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
24 mei 2026
Zaaknummer
C/09/687155 / FA RK 25-4612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 sub a RvArt. 1:24 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorhaling ten onrechte ingeschreven echtscheidingsakte in burgerlijke stand

De man en vrouw zijn gehuwd sinds 2021 en hun echtscheiding is uitgesproken door de rechtbank Noord-Holland op 15 april 2024. De echtscheidingsbeschikking werd echter op 15 augustus 2024 ingeschreven in het register van de gemeente ’s-Gravenhage voordat deze in kracht van gewijsde was gegaan, waardoor de inschrijving niet rechtsgeldig was.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om doorhaling van deze ten onrechte ingeschreven akte. Zowel de man als de vrouw gaven hun instemming met dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen en dat Nederlands recht van toepassing was.

Op grond van artikel 1:24 lid 1 BW Pro kan doorhaling worden gelast indien een akte ten onrechte in het register voorkomt. De rechtbank concludeerde dat de inschrijving onrechtmatig was en gelastte de doorhaling van de akte. De beschikking werd uitgesproken op 23 april 2026 door rechter C. van Hees.

Uitkomst: De rechtbank gelast de doorhaling van de ten onrechte ingeschreven echtscheidingsakte in het register van de burgerlijke stand.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4612
Zaaknummer: C/09/687155
Datum beschikking: 23 april 2026

Doorhaling akte register burgerlijke stand

Beschikkingop het op 10 juni 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de man]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- een instemmingsverklaring van de vrouw van 28 maart 2025;
- een instemmingsverklaring van de man van 14 april 2025.

Feiten

- De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats] , [land] .
- De man heeft de Turkse nationaliteit en de vrouw in ieder geval de Nederlandse
nationaliteit.
- Bij beschikking van 15 april 2024 van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) is
de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.
- Op 15 augustus 2024 is de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 ingeschreven in
het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer [nummer 1] van het
jaar 2024.
- Op 17 februari 2025 is de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 (wederom)
ingeschreven in het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer
[nummer 2] van het jaar 2025.

Verzoek

Het verzoek strekt tot doorhaling van de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 15 april 2024 van de rechtbank Noord-Holland in het register van de gemeente ’s-Gravenhage, bekend onder aktenummer [nummer 1] van het jaar 2024.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot doorhaling van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Relatieve bevoegdheid
De akte waarvan de doorhaling wordt verzocht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De rechtbank Den Haag is daarom bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:24 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan doorhaling van een in een register van de burgerlijke stand ten onrechte voorkomende akte op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.
De officier van justitie verzoekt doorhaling te gelasten van de akte van inschrijving van de rechterlijke uitspraak betreffende echtscheiding met nummer [nummer 1] van het jaar 2024.
Bij het verzoekschrift is een brief gevoegd van de ambtenaar van 23 mei 2025 waarin is onderbouwd waarom de akte voor doorhaling in aanmerking komt. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand voordat zij in kracht van gewijsde is gegaan. Dit betekent dat de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking op 15 augustus 2024 niet rechtsgeldig was. Gelet op het voorgaande komt dus ten onrechte deze echtscheidingsakte van partijen voor in de registers van de burgerlijke stand en moet doorhaling daarvan worden gelast.
De man en de vrouw hebben allebei een instemmingsverklaring overgelegd, waaruit blijkt dat zij kunnen instemmen met doorhaling van de echtscheidingsakte.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, nu op grond van de stukken in het dossier kan worden geconcludeerd dat de op 15 augustus 2024 opgemaakte akte ten onrechte is opgemaakt. Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.

Beslissing

De rechtbank:
gelast de doorhaling van de akte, nummer [nummer 1] van het jaar 2024, voorkomend in het register van de gemeente ’s-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2026.