ECLI:NL:RBDHA:2026:13391
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Doorhaling ten onrechte ingeschreven echtscheidingsakte in burgerlijke stand
De man en vrouw zijn gehuwd sinds 2021 en hun echtscheiding is uitgesproken door de rechtbank Noord-Holland op 15 april 2024. De echtscheidingsbeschikking werd echter op 15 augustus 2024 ingeschreven in het register van de gemeente ’s-Gravenhage voordat deze in kracht van gewijsde was gegaan, waardoor de inschrijving niet rechtsgeldig was.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om doorhaling van deze ten onrechte ingeschreven akte. Zowel de man als de vrouw gaven hun instemming met dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen en dat Nederlands recht van toepassing was.
Op grond van artikel 1:24 lid 1 BW Pro kan doorhaling worden gelast indien een akte ten onrechte in het register voorkomt. De rechtbank concludeerde dat de inschrijving onrechtmatig was en gelastte de doorhaling van de akte. De beschikking werd uitgesproken op 23 april 2026 door rechter C. van Hees.
Uitkomst: De rechtbank gelast de doorhaling van de ten onrechte ingeschreven echtscheidingsakte in het register van de burgerlijke stand.