Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2022, oefenen gezamenlijk gezag uit. De moeder verzoekt vervangende toestemming voor inschrijving van de minderjarige op een school in haar woonomgeving, vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar en een zorgregeling. De vader verzet zich tegen de schoolkeuze en verzoekt de minderjarige op de reeds afgesproken basisschool te laten ingeschreven.
De rechtbank constateert dat de zorgregeling momenteel een gelijkwaardige verdeling van verblijfsdagen kent. De omgangsregeling wordt uitgebreid met een extra vrijdag om de week bij de vader, waarover partijen overeenstemming bereiken. De verantwoordelijkheid voor halen en brengen wordt verdeeld, waarbij de moeder op dinsdag de minderjarige bij de vader ophaalt.
Met betrekking tot de schoolkeuze oordeelt de rechtbank dat de gelijkwaardige zorgverdeling geen aanleiding geeft om af te wijken van de gemaakte afspraak dat de minderjarige naar de basisschool van de vader gaat. De moeder kan haar argumenten over nabijheid en beschikbaarheid niet overtuigend maken. De hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld bij de moeder, mede omdat de vader hiermee instemt gezien de schoolkeuze.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.