ECLI:NL:RBDHA:2026:13454
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker van Palestijnse afkomst
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot vaststelling van staatloosheid van een in Nederland wonende persoon van Palestijnse afkomst. De verzoeker bezit diverse documenten, waaronder een Palestijns paspoort en een Family Registration Card van de UNRWA, die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst als authentiek zijn beoordeeld.
De rechtbank onderzocht of de verzoeker als onderdaan van de Palestijnse gebieden, Syrië, Libanon of Turkije kan worden beschouwd. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving en het beleid van de IND maken het onwaarschijnlijk dat verzoeker de Syrische nationaliteit bezit. Ook is niet aannemelijk dat verzoeker de Libanese of Turkse nationaliteit heeft, mede vanwege de status van Palestijnen in die landen en de verblijfsomstandigheden.
Op basis van deze feiten en het advies van de Staat stelde de rechtbank vast dat verzoeker staatloos is. De beschikking werd zonder mondelinge behandeling gegeven, met instemming van partijen, en uitgesproken op 24 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.