Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
25 mei 2026
Zaaknummer
C/09/666851 / FA RK 24-3691
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 lid 2 RvArt. 1:93 BWArt. 1:94 BWArt. 1:100 BWArt. 3:169 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling, partneralimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap

De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, gehuwd sinds 2011 in algehele gemeenschap van goederen. De minderjarige kinderen krijgen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw, met een zorgregeling die de zorgdagen en vakanties tussen ouders verdeelt.

De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie toe op basis van een netto behoefte van circa €4.453 per maand, rekening houdend met de verdiencapaciteit van de man. De vrouw moet een bruto bedrag van €1.755 per maand betalen vanaf inschrijving echtscheiding.

De verdeling van de huwelijksgemeenschap omvat onder meer de toedeling van de echtelijke woning en vakantiewoning aan de vrouw, met bindende taxaties en voorwaarden voor overname. De aandelen in [bedrijf 1] B.V. worden aan de vrouw toegedeeld tegen een netto waarde van circa €2.015.164 minus een rekening-courantschuld, met een overbedelingsvergoeding aan de man. Verder worden bankrekeningen, inboedel, kunst, sieraden, voertuigen en andere goederen verdeeld volgens gedetailleerde afspraken. De honden worden aan de vrouw toegewezen. Verzoeken tot gebruiksvergoeding en aanvullende voorschotten worden afgewezen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met hoofdverblijfplaats kinderen bij vrouw, partneralimentatie vastgesteld en huwelijksgemeenschap verdeeld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 24-3691 (echtscheiding) en FA RK 25-4749 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/666851 (echtscheiding) en C/09/687433 (verdeling)
Datum beschikking: 24 april 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 21 mei 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.S. Timmermans te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers te Eindhoven.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlage;
  • het bericht van 7 juni 2024, met bijlagen, van de vrouw;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen van 12 februari 2025 van de man;
  • het aanvullend verzoekschrift van 12 februari 2025 van de vrouw;
  • het verweer tegen de aanvullende verzoeken van 9 april 2025 van de man;
  • het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, tevens inhoudende aanvullende verzoeken, met bijlagen van 9 april 2025 van de vrouw;
  • het aanvullend verweer met bijlagen van 3 juni 2025 van de man;
  • het bericht met bijlagen en gewijzigde zelfstandige verzoeken van 11 februari 2026 van de man;
  • de brief van 13 februari 2026, met bijlagen, inhoudende gewijzigde verzoeken van de vrouw.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op 23 februari 2026 allebei een gesprek gehad met de kinderrechter.
Op 24 februari 2026 is de zaak op de zitting van de meervoudige kamer behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] , de man bijgestaan door zijn advocaat, en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Door de advocaat van de vrouw zijn tijdens de zitting pleitnotities overgelegd en deels voorgedragen.
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich na de zitting nog schriftelijk uit te laten over de waardering van de aandelen in [bedrijf 1] B.V.
De rechtbank heeft na de zitting de volgende stukken ontvangen:
  • het bericht van 9 maart 2026 van de man;
  • het bericht van 23 maart 2026, met bijlage, van de vrouw.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn gehuwd op [dag] 2011 te [plaats 1] .
  • Zij zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
o [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
o [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] .
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
  • De vrouw woont in de (voormalig) echtelijke woning.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt na wijziging – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
de echtscheiding uit te spreken;
primair de hoofdverblijfplaats van de kinderen te bepalen bij de vrouw, subsidiair
te bepalen dat de kinderen geen hoofdverblijf hebben;
de volgende verdeling van de zorg- en opvoedtaken vast te stellen:
A. basisregeling (schoolweken), uitgaande van een periode van 14 dagen, verblijven de kinderen:
 van maandag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
 aansluitend van woensdag uit school tot vrijdag aanvang school bij de vrouw;
 aansluitend van vrijdag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
 aansluitend van woensdag uit school tot maandag aanvang school bij de vrouw;
o zulks met bepaling dat de weekenden bij de vrouw vallen in de oneven
weken en de weekenden bij de man in de even weken; en
o met bepaling dat de ene ouder de andere ouder niet kan verplichten om extra 'compensatiedagen' op te nemen en een ouder geen 'recht op inhalen' van gemiste dagen heeft wanneer het aantal zorgdagen van de ouders niet exact overeenkomt; en
o met bepaling dat de honden bij degene verblijven bij wie de kinderen op dat moment verblijven;
B. een regeling voor de verdeling van de (school)vakanties, feest- en bijzondere dagen vast te stellen zoals door de man verzocht in randnummers 5, 3e t/m 14e bulletpoint van zijn aanvullende verweerschrift van 11 februari 2026, met uitzondering van zijn verzoeken omtrent de zomervakantie (11e bulletpoint), de meivakantie (10e bulletpoint) en de verjaardagen van de kinderen (4e bulletpoint), en in plaats daarvan te bepalen:
 tijdens de zomervakantie verblijven de kinderen in de zomer van 2026 in week 1, 2 en 5 bij de man en week 3, 4 en 6 bij de vrouw en met ingang van zomer 2027 (standaard) in week 1, 4 en 5 bij de vrouw en in week 2, 3 en 6 bij de man, zonder dat dit jaarlijks wordt gealterneerd;
 tijdens de meivakantie verblijven de kinderen in de even jaren in week 1 bij de vrouw en in week 2 bij de man, in de oneven jaren is dit omgekeerd. Het wisselmoment tussen vakantieweken vindt plaats op zaterdagen om 18:00 uur;
 op de verjaardagen van de kinderen verblijven de kinderen in de ochtend bij wie zij volgens de basisregeling zijn en gaan zij op het tijdstip uit school naar de andere ouder, bij wie zij vervolgens overnachten en verblijven tot 11:00 uur;
 het wisselmoment tussen vakantieweken (lees: in een vakantie, niet bij begin en einde) vindt plaatst op zaterdagen om 18:00 uur;
een regeling voor de wijze waarop de ouders elkaar dienen te informeren en
raadplegen met betrekking tot gewichtige aangelegenheden die de kinderen betreffen vast te stellen zoals opgenomen in randnummer 53 van het aanvullende verzoekschrift van 12 februari 2025;
een regeling voor de wijze waarop partijen de kosten van de kinderen dienen te
verdelen vast te stellen zoals opgenomen in randnummer 58 van het aanvullend verzoekschrift van 12 februari 2025;
ten aanzien van de verdeling te bepalen dat:
A. de woning aan de [adres 1] aan de vrouw wordt toegedeeld tegen primair een waarde van € 2.200.000,- en subsidiair een te taxeren waarde waarbij expliciet met de vochtproblematiek en de huidige staat van het onderhoud (waaronder het buitenschilderwerk) rekening dient te worden gehouden en onder uitkering van een overbedelingsvergoeding aan de man, te bepalen op primair € 119.885,50 en subsidiair een bedrag gelijk aan de helft van het verschil tussen de getaxeerde waarde en de eigenwoningschulden per 21 mei 2024 ad € 1.960.229,- en meer subsidiair een bedrag gelijk aan de helft van het verschil tussen (de getaxeerde waarde -/- de eigenwoningschulden per datum ontslag hoofdelijkheid -/- alle aflossingen die de vrouw tussen 21 mei 2024 en datum ontslag hoofdelijkheid voor haar rekening heeft genomen);
B. de woning aan [adres 2] aan de vrouw wordt toegedeeld tegen primair een waarde van € 1.050.000,- en subsidiair een nog te taxeren waarde, onder uitkering van een overbedelingsvergoeding aan de man, te bepalen op primair € 525.000,- en subsidiair een bedrag gelijk aan de helft van de getaxeerde waarde en meer subsidiair dat de woning wordt verkocht waarbij partijen ieder recht hebben op de helft van de verkoopopbrengst na aftrek van de verkoopkosten;
C. de aandelen in de onderneming [bedrijf 1] BV aan de vrouw worden toegedeeld tegen een netto waarde van € 1.958.104,- te verminderen met de rekening-courantschuld van partijen aan [bedrijf 1] BV van € 489.965,- welke schuld de vrouw voor haar rekening zal nemen, zodat aan de man ter zake [bedrijf 1] BV een overbedelingsvergoeding toekomt van (de helft van € 1.958.104 -/- € 489.965 =) € 734.069,-;
D. de banksaldi van alle bankrekeningen worden verdeeld uitgaande van de banksaldi op die datum;
E. 1. primair de piano wordt toegedeeld aan de man voor de daaraan door hem toegekende waarde van € 25.000,- onder uitkering van een overbedelingsvergoeding aan de vrouw van € 12.500,- en subsidiair de piano aan de vrouw wordt toegedeeld voor de door haar daaraan toegekende waarde van € 15.000,- onder uitkering van een overbedelingsvergoeding aan de man van € 7.500,-;
2. primair de gehele inboedel in de woning aan de [adres 1] , voor zover deze inboedel op 21 mei 2024 in eigendom van partijen was, wordt toegedeeld aan de vrouw en de gehele inboedel in de huurwoning van de man, voor zover deze reeds op 21 mei 2024 in eigendom van partijen was, wordt toegedeeld aan de man, met gesloten beurzen, en subsidiair, voor zover de rechtbank van oordeel is dat de inboedelzaken niet tegen elkaar kunnen worden weggestreept,
de volgende inboedelgoederen in de echtelijke woning, toe worden gedeeld aan de vrouw (weg te strepen tegen de waarde van de inboedelgoederen in de huurwoning van de man):
• de inhoud van de kinderkamers
• de keukentafel
• de kast in de keuken
• twee witte stoeltjes
• de bank en stoel in de werkkamer van de vrouw
• de sterrenkast
• de kleine chaise longe
• spiegel eetkamer
• 7 staande lampen
• de boeken
• witte grote stoel
• kinderspullen van de vrouw
• de grote vaas met Saters
• de planten
• Blauw-wit servies in Frankrijk gekocht
- de inboedelgoederen in de huurwoning van de man worden toegedeeld aan de man (weg te strepen tegen bovengenoemde inboedelgoederen, aanwezig in de [adres 1] );
- voor het overige de gehele inboedel aanwezig in de [adres 1] , tegen de door de man daaraan toegekende waarde van € 117.500,- voor zover de inboedel op 21 mei 2024 reeds in eigendom van partijen was, wordt toegedeeld aan de man, onder uitkering van de helft daarvan, zijnde € 58.750,- aan de vrouw;
3. primair de gehele inboedel in de woning de [adres 2] , voor zover deze inboedel op 21 mei 2024 in eigendom van partijen was, met gesloten beurzen tussen partijen wordt verdeeld, en subsidiair, voor zover deze inboedel reeds op 21 mei 2024 in eigendom van partijen was, de inboedel wordt toegedeeld aan de man (tegen de door de man daaraan toegekende waarde van € 15.600,- ), onder uitkering van een overbedelingsvergoeding aan de vrouw van (de helft van € 15.600 =) € 7.800,-;
4. primair alle sieraden genoemd in het taxatierapport van [bedrijf 2] dat door de man als productie 16 is overgelegd, met uitzondering van de sieraden die in bruikleen zijn van de moeder van de vrouw, met gesloten beurzen tussen partijen wordt verdeeld en subsidiair de sieraden die in het taxatierapport zijn genummerd 3, 21, 22, 26, 29, 32, 33, 34, 35, 39, 41, 42 en 43 aan de vrouw worden toegedeeld en de overige nummers (met uitzondering van 23, 24 en 38, die niet in eigendom van partijen zijn), aan de man worden toegedeeld, met gesloten beurzen;
5. alle kunst van partijen met gesloten beurzen tussen partijen wordt verdeeld;
6. primair de Volvo XC70 en de Saab 93 aan de man worden toegedeeld en de BMW 520 aan de vrouw, met gesloten beurzen en subsidiair de Volvo XC70 aan de man wordt toegedeeld en de BMW 520 aan de vrouw, met gesloten beurzen en de Saab 93 moet worden verkocht c.q. weggebracht, waarbij de opbrengst c.q. kosten bij helfte tussen partijen worden verdeeld c.q. gedragen;
F. primair de bij de vakantiewoning horende motorboot aan de vrouw wordt toegedeeld en de Centaur zeilboot en Tjotter zeilboot aan de man met gesloten beurzen, subsidiair de bij de vakantiewoning horende motorboot aan de man wordt toegedeeld en de Centaur zeilboot en Tjotter zeilboot aan de vrouw worden toegedeeld met gesloten beurzen, waarbij de vrouw 3 maanden de tijd krijgt om een nieuwe motorboot voor [plaats 2] aan te schaffen alvorens zij de motorboot aan de man moet afgeven;
G. de vrouw voornoemde studieschuld (op de peildatum € 2.282,-) voor
haar rekening zal nemen, onder uitkering van een overbedelingsvergoeding door de man aan de vrouw van € 1.141,-;
H. op hetgeen de man ter zake de verdeling van de gemeenschap van goederen in totaal zal toekomen, in mindering wordt gebracht een bedrag van € 1.000.000,-, dat de man reeds als voorschot op de verdeling heeft ontvangen, en een bedrag van € 1.149,60 dat de vrouw aan mediationkosten voor de man heeft voldaan.
De man voert verweer tegen de door de vrouw verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken.
Hierbij verzoekt de man na wijziging zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
primair
:te bepalen dat [minderjarige 2] na echtscheiding ingeschreven dient te worden op het adres van de man en [minderjarige 1] op het adres van de vrouw;
subsidiair: te bepalen dat beide kinderen na echtscheiding ingeschreven dienen te
worden op het adres van de man;
te bepalen dat:
a. de kinderen iedere week (met uitzondering van vakanties en feestdagen als daarvoor een andere regeling geldt) op maandag en dinsdag bij de vrouw zijn en op woensdag en donderdag bij de man;
b. de kinderen in de even weken op vrijdag, zaterdag en zondag bij de man zijn en in de oneven weken op vrijdag, zaterdag en zondag bij de vrouw. Na een jaarwisseling wordt er doorgeteld, ook als een jaar 53 weken kent. Dit betekent dat de cadans van de weken hetzelfde blijft, maar eens in de vier jaar “even” en “oneven” wordt omgedraaid;
c. de wisseling van de ene naar de andere ouder plaatsvindt om 08.30 uur op school. Indien een kind door ziekte of om andere reden (waaronder begrepen studiedagen) vóór het einde van de schooltijd van die dag moet worden opgevangen, wordt dat tot einde schooltijd (in beginsel 15.00 uur) gedaan door de ouder die de zorg volgens het schema in de ochtend had;
d. een kind op zijn verjaardag bij de ouder is bij wie hij volgens het reguliere schema verblijft. De andere ouder zal die dag in de gelegenheid worden gesteld om het jarige kind te feliciteren;
e. in verband met de verjaardag van een ouder, de kinderen de dag ervoor na schooltijd voor één dag naar deze ouder komen. De kinderen wisselen de dag na de verjaardag om 08.30 uur weer naar de andere ouder, tenzij de kinderen conform het reguliere schema sowieso bij de jarige ouder zouden blijven die dag. Indien er op de verjaardag van een ouder geen school is, komen de kinderen die dag om 08.30 uur naar de jarige ouder;
f. tijdens Hemelvaart (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen), Pasen (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen) en Pinksteren (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen) de kinderen het ene jaar bij de man zijn en het andere jaar bij de vrouw. Daarbij wordt Hemelvaart toebedeeld aan de ouder die de kinderen niet in de meivakantie van dat jaar bij zich heeft gehad;
g. de kinderen sinterklaas vieren op 5 december bij de ouder bij wie zij conform het reguliere schema verblijven;
h. de kinderen Koningsdag vieren bij de ouder bij wie zij conform het reguliere schema verblijven;
i. de kinderen tijdens de voorjaarsvakantie van een week gedurende een week bij een ouder verblijven. Deze vakantie start op vrijdagmiddag na school en eindigt de week erna op maandagochtend 08.30 uur. In de even jaren zijn de kinderen tijdens deze vakantie bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
j. de kinderen tijdens de meivakantie van twee weken gedurende twee weken bij een ouder verblijven. Deze vakantie start op vrijdagmiddag na school en eindigt na twee weken op maandagochtend 08.30 uur. In de even jaren zijn de kinderen tijdens deze vakantie bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man;
k. de kinderen tijdens de zomervakantie van zes weken gedurende de eerste week bij ouder 1, dan twee aaneengesloten weken bij ouder 2, vervolgens twee aaneengesloten weken bij ouder 1 en dan nog een week bij ouder 2 verblijven. In de even jaren start de vakantie bij de vrouw, in de oneven jaren start de vakantie bij de man. De eerste vakantieweek start op vrijdag na school en de laatste vakantieweek eindigt op maandag 08.30 uur.
l. de kinderen tijdens de herfstvakantie van een week gedurende een week bij een ouder verblijven. Deze vakantie start op vrijdagmiddag na school en eindigt de week erna op maandagochtend 08.30 uur. In de even jaren zijn de kinderen tijdens deze vakantie bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
m. de kinderen tijdens de kerstvakantie van twee weken in beginsel gedurende een week bij een ouder verblijven. Deze vakantie start op vrijdagmiddag na school en eindigt twee weken later op maandagochtend 08.30 uur. In de even jaren zijn de kinderen tijdens de eerste week bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man. Echter, de kerstdagen worden ook verdeeld, in die zin dat de kinderen in de even jaren op Kerstavond en Eerste Kerstdag bij de vrouw zijn en op Tweede Kerstdag vanaf 12.00 uur bij de man. In de oneven jaren wordt dit omgedraaid. Op 27 december wordt om 08.30 uur weer het vakantieschema gevolgd;
n. wanneer een vakantie in verband met schoolvrije dagen eerder dan op vrijdag start, de kinderen eerder naar de ouder met wie zij (als eerste) de vakantie doorbrengen komen. Dat geldt ook wanneer de laatste dag van een vakantie op een andere dag dan een zondag valt. Het verblijf bij de ouder bij wie zij tijdens (het laatste deel van) de vakantie verbleven wordt dan verlengd tot de laatste vakantiedag;
o. partijen altijd de mogelijkheid hebben om in onderling overleg af te wijken van bovenstaande regeling en alleen als zij daar schriftelijk overeenstemming over bereiken. Indien een ouder de kinderen minder bij zich heeft gehad dan volgens het schema had gemoeten, dan dienen deze dagen binnen een jaar te worden ingehaald. Anders komt het recht op inhalen te vervallen;
p. de ouder die volgens het schema de zorg heeft voor de kinderen de invulling van de dagen van de kinderen bepaalt. De andere ouder zal geen activiteiten inplannen op de dagen van de andere ouder, tenzij deze ouder daarmee instemt;
te bepalen dat de vrouw gehouden is om, vanaf de datum van echtscheiding, een bijdrage in het levensonderhoud van de man te voldoen van € 35.000,- bruto per maand, althans een bruto bijdrage die in lijn is met de wettelijke maatstaven;
de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap te gelasten dan wel de verdeling vast te stellen op de door de man in zijn processtuk van 3 juni 2025 en productie 21 aangegeven wijze, waarbij sowieso rekening wordt gehouden met het vergoedingsrecht dat de man heeft op de gemeenschap van goederen van € 310.868,22 gelet op de onder uitsluiting verkregen schenkingen;
een deskundige te benoemen die de waarde van de aandelen [bedrijf 1] BV zal vaststellen;
een deskundige te benoemen die de waarde van het pand aan de [adres 1] alsmede van het pand aan de [adres 2] zal vaststellen;
te bepalen dat de vrouw voor zowel het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres 1] als voor het uitsluitend gebruik van het pand aan de [adres 2] op grond van artikel 3:169 BW Pro een gebruiksvergoeding aan de man verschuldigd is met ingang van 21 mei 2024 althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ingangsdatum tot aan het moment van levering van een of beide panden aan de vrouw dan wel verkoop daarvan aan derden, waarbij deze vergoeding wordt bepaald op 4% van de helft van de nog vast te stellen overwaarden althans op een zodanig bedrag dat de rechtbank in redelijkheid vaststelt;
te bepalen dat de vrouw binnen twee weken na afgifte een voorschot van € 50.000,- en binnen twee maanden na afgifte van de (tussen)beschikking een voorschot van
€ 200.000,- dient te voldoen aan de man althans van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag binnen een te bepalen termijn.
De vrouw voert verweer tegen de door de man verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid / ouderschapsplan
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen (artikel 815 lid 2 Rv Pro). De ouders hebben dat niet gedaan.
De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om over alle onderwerpen betreffende de kinderen samen afspraken te maken. Daarom gaat de rechtbank voorbij aan het vereiste van artikel 815 lid 2 Rv Pro en beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man betwist dit niet, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond wordt toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man heeft op de zitting aangegeven in te stemmen met het hoofdverblijf van beide kinderen bij de moeder. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen en het verzoek van de man afwijzen.
Zorgregeling
Tussen de ouders is niet langer in geschil dat zij de zorg voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (uitgaande van een periode van 14 dagen) als volgt zullen verdelen:
  • de kinderen zijn van maandag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
  • aansluitend zijn de kinderen van woensdag uit school tot vrijdag aanvang school bij de vrouw;
  • aansluitend zijn de kinderen van vrijdag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
  • aansluitend zijn de kinderen van woensdag uit school tot maandag aanvang school bij de vrouw.
Hierbij geldt dat de kinderen altijd in de oneven weekenden bij de vrouw zijn en in de even weekenden bij de man, zonder dat dit verspringt. De ouders zijn het er verder over eens dat de wisseling van de ene naar de andere ouder plaatsvindt via school. Indien een kind door ziekte of om andere reden (waaronder begrepen studiedagen) vóór het einde van de schooltijd van die dag moet worden opgevangen, wordt dat tot einde schooltijd (in beginsel 15.00 uur) gedaan door de ouder die de zorg volgens het schema in de ochtend had. De rechtbank zal deze afspraak ook in het dictum van de beschikking opnemen.
De rechtbank merkt ten overvloede het volgende op. Het uitgangspunt is dat de ouder die volgens het schema de zorg heeft voor de kinderen de invulling van die dagen bepaalt. De rechtbank gaat ervan uit dat beide ouders zich hieraan zullen houden en, tenzij de ander hiermee instemt, geen activiteiten met de kinderen zullen plannen op de dagen van de andere ouder. De rechtbank vindt wel dat de kinderen de mogelijkheid moeten hebben om, als zij bij de ene ouder zijn, met de andere ouder te kunnen bellen als zij daar behoefte aan hebben, zonder dat dit, zoals nu tijdens het verblijf van de kinderen bij de vader het geval is, afgeremd of beperkt wordt door deze beltijd in mindering te brengen op de toegestane schermtijd. De rechtbank kan dit niet opnemen in het dictum van de beschikking, maar gaat ervan uit dat partijen dit in acht nemen.
De ouders hebben de rechtbank gevraagd om over de volgende twee geschilpunten die samenhangen met de zorgregeling een beslissing te nemen.
De honden
De ouders hebben tijdens het huwelijk twee honden aangeschaft. De rechtbank begrijpt dat de honden belangrijk zijn voor de kinderen en dat zij tot nu toe met de kinderen meegaan van de ene naar de andere ouder. De vrouw wil graag dat de honden de zorgregeling van de kinderen blijven volgen, in die zin dat de honden steeds bij de ouder verblijven bij wie de kinderen op dat moment ook zijn. Tijdens de zitting is gebleken dat de man niet langer mede de verantwoordelijkheid wil dragen voor de honden. De man heeft toegelicht dat hij geen contact wil met de vrouw (over de honden), omdat hem dat stress oplevert. Hoewel de rechtbank het belang van de kinderen om de honden bij zich te hebben zwaarder vindt wegen dan de wens van de man om nu geen contact te hebben met de vrouw, ziet de rechtbank geen juridische grondslag om een beslissing te nemen over de honden. Daarom wijst de rechtbank dit verzoek van de vrouw af. De rechtbank doet echter een dringend beroep op de vader om – in het belang van de kinderen – te bezien of er een manier is waarop hij wel op een voor hem prettige manier de honden bij zich kan hebben als de kinderen bij hem zijn en dit met de vrouw te bespreken. De vrouw heeft bijvoorbeeld aangeboden de overdracht van de honden te laten verlopen via de hondenuitlaat service of de au-pair. Op die manier kunnen de honden met de kinderen mee zonder dat de man hierover contact hoeft te hebben met de vrouw.
Compensatiedagen
De rechtbank zal de verzoeken over ‘compensatiedagen’ afwijzen. De kinderen en de ouders hebben behoefte aan een duidelijke regeling. Die duidelijkheid krijgen zij met deze beschikking. Het creëren van compensatiedagen of inhaalmomenten zorgt naar het oordeel van de rechtbank juist weer voor onduidelijkheid. De rechtbank vindt dat niet in het belang van de kinderen.
Verdeling vakanties en feestdagen
De ouders zijn het grotendeels met elkaar eens over hoe zij de vakanties en de feestdagen willen verdelen. De rechtbank zal die verdeling opnemen in het dictum van de beschikking.
De rechtbank zal verder een beslissing nemen over de verjaardagen van de kinderen en Moederdag en Vaderdag, omdat de ouders daarover nog van mening verschillen. Voor de verjaardagen van de kinderen zal de rechtbank bepalen dat de kinderen op hun verjaardag bij de ouder zijn bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling of de vakantieregeling zijn. De andere ouder zal die dag wel in de gelegenheid worden gesteld om het jarige kind via Facetime te feliciteren. De rechtbank zal voor Moederdag bepalen dat de kinderen die dag bij de vrouw zijn en voor Vaderdag bepalen dat de kinderen bij de man zijn. Als Moederdag niet in het weekend van de vrouw valt, dan zijn de kinderen die dag vanaf 11.00 uur tot maandag aanvang school bij de vrouw. Als Vaderdag niet in het weekend van de man valt, dan zijn de kinderen die dag vanaf 11.00 uur tot maandag aanvang school bij de man.
De rechtbank zal hierbij vastleggen dat de vakanties beginnen op vrijdag uit school en eindigen op maandag naar school. Als een vakantie – wegens schoolvrije dagen – eerder begint dan op vrijdag uit school, gaan de kinderen eerder naar de ouder met wie zij (als eerste) de vakantie doorbrengen. Dat geldt ook wanneer de laatste dag van de vakantie op een andere dag dan de zondag valt; dan blijven de kinderen die dag bij de ouder bij wie zij tijdens (het laatste deel van) de vakantie verbleven. De vakanties van meerdere weken hebben het wisselmoment op de zaterdag om 18.00 uur.
Verder zal de rechtbank opnemen dat voor wat betreft de meivakantie de vakantieregeling voorrang heeft op de verdeling van de feestdagen die in deze vakantie vallen, zodat de verdeling van Koningsdag of Hemelvaart niet in de weg zal staan aan een vakantie van de ouder die in de meivakantie met de kinderen weg wil in zijn/haar week.
Informeren en raadplegen
De vrouw wil dat de rechtbank een regeling vastlegt voor de wijze waarop de ouders elkaar moeten informeren en raadplegen over de kinderen. De man heeft op de zitting gezegd dat hij voor noodgevallen door de vrouw gebeld kan worden of dat zij een whatsapp bericht kan sturen. Overige zaken die overlegd moeten worden, kunnen per e-mail. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen het contact op deze manier gaan onderhouden met elkaar. Dat er in een noodgeval snel contact opgenomen kan worden met de andere ouder is in het belang van de kinderen, dus partijen moeten over en weer die kanalen open houden. Minder urgente zaken kunnen ouders uitwisselen via de mail, al dan niet via daarvoor aangemaakt e-mailadres. Vorenstaande leent zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen zullen handelen in het belang van de kinderen.
Verwijzing naar ouderschapsbemiddeling
De rechtbank heeft op de zitting met de ouders gesproken over een verwijzing naar ouderschapsbemiddeling, omdat de communicatie sinds het verbreken van de relatie moeizaam verloopt. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 26 februari 2026 per email verzonden naar Jeugdteams [regio] voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal ook een kennisgeving van deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams [regio] . De rechtbank verwijst de ouders bij eindbeschikking naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
De ouders zullen hiernaast zelf via [hulpverlener] of het CJG de aanmelding voor hulpverleningstrajecten voor de kinderen regelen en de voor [minderjarige 1] geadviseerde systeemtherapie verder oppakken.
Kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een regeling voor de verdeling van de kosten van de kinderen vast te stellen die - kort gezegd - inhoudt dat iedere ouder de kosten van het wonen en verblijf van de kinderen bij hem/haar inclusief de kosten van kleding zelf betaalt en dat de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen voor haar rekening zal nemen.
De man stelt dat het verzoek moet worden afgewezen omdat dit te onbepaald is en niet in lijn met de wettelijke maatstaven dan wel de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie.
De rechtbank overweegt als volg. Het uitgangspunt is dat de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben de verblijfsoverstijgende kosten voldoet. Daar heeft die ouder onder andere de kinderbijslag voor ter beschikking. Hiernaast betaalt iedere ouder zelf de verblijfkosten (voor wonen, eten, drinken, uitstapjes en vakanties) op het moment dat de kinderen bij hem of haar zijn. Omdat de kinderen staan ingeschreven op het adres van de vrouw en na de echtscheiding hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben, moet de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten voor de kinderen betalen. De kostenpost kleding valt ook onder die verblijfsoverstijgende kosten. [1] Dit betekent dat het verzoek van de vrouw – inhoudende dat de man zelf kleding voor de kinderen moet kopen – niet in lijn is met de wettelijke maatstaven en de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen. De rechtbank gaat er wel vanuit dat de ouders de kosten voor de kinderen zullen dragen conform het hiervoor beschreven uitgangspunt. Dat betekent dat de vrouw, zoals zij nu ook al doet, de verblijfsoverstijgende kosten en de verblijfskosten bij haar voor haar rekening neemt. De man zal de kosten voor het verblijf bij hem voor zijn rekening nemen. De rechtbank overweegt dat dit zich niet leent voor opname in het dictum.
Aan de rechtbank is geen verzoek voorgelegd om de kosten van de kinderen en ieders aandeel daarin vast te stellen, zodat de rechtbank over de kinderalimentatie verder niets te beslissen heeft.
Partneralimentatie
Behoefte man
Voor het bepalen van de behoefte in het kader van partneralimentatie heeft de
rechtspraak een eenvoudig te hanteren vuistregel ontwikkeld: de hofnorm. De man en de vrouw zijn het er echter over eens dat de hofnorm in het geval van partijen geen bruikbare maatstaf vormt. Daarom zal de rechtbank het verzoek beoordelen aan de hand van de door de man opgestelde behoeftelijst (productie 6).
De man stelt dat zijn huwelijksgerelateerde behoefte € 19.788,- netto per maand bedraagt. Volgens de man waren partijen tijdens de laatste jaren van hun huwelijk gewend aan een hoog inkomen bestaande uit salaris, opnames in rekening-courant en dividenduitkeringen, en hadden zij een aanzienlijk uitgavenpatroon. De man stelt dat hij bij het berekenen van zijn behoefte heeft gekeken hoe hij in de toekomst zijn leven zo kan vormgeven dat dit aansluit bij het leven dat partijen samen hadden.
De vrouw heeft de behoeftelijst gemotiveerd per post betwist. Volgens de vrouw bedraagt de behoefte, rekening houdend met haar correcties, € 3.997,42 netto per maand.
De rechtbank is van oordeel dat de man zijn behoeftelijst, tegenover de gemotiveerde betwisting hiervan door de vrouw, onvoldoende heeft onderbouwd. De man kan niet volstaan met verwijzen naar het inkomen van de vrouw en stellen dat dit dermate hoog is dat de door hem berekende huwelijksgerelateerde behoefte realistisch is. De man had bijvoorbeeld stukken kunnen indienen ter onderbouwing van zijn behoeftelijst. Dat heeft hij nagelaten. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan het standpunt van de man en de door de vrouw berekende behoefte als uitgangspunt nemen. Dit betekent dat de rechtbank als uitgangspunt neemt dat de behoefte van de man in 2024 afgerond € 3.997,- netto per maand was. Geïndexeerd naar 2026 is de behoefte € 4.453,- netto per maand.
Behoeftigheid en verdiencapaciteit man
Van behoeftigheid is sprake als de man niet voldoende inkomsten heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien en die in redelijkheid ook niet kan verwerven.
De man heeft op dit moment geen eigen inkomen uit arbeid. De rechtbank zal echter wel rekening houden met verdiencapaciteit, omdat zij van oordeel is dat van de man verwacht mag worden dat hij deels in zijn eigen levensonderhoud voorziet. De man heeft een universitaire studie rechten afgerond en heeft tot 2015 voor verschillende werkgevers gewerkt, zowel in Nederland als in het Verenigd Koninkrijk. De man heeft tijdens de zitting verklaard dat het op dit moment beter gaat met zijn rugklachten, dat hij in december 2025 een opleiding tot AI compliance officer heeft afgerond en dat hij bezig is met solliciteren. Hij solliciteert op vacatures voor een fulltime dienstbetrekking en acht een te verwachten salaris van € 5.500,- bruto per maand redelijk. De rechtbank zal daarom een inkomen van
€ 5.500,- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag, als uitgangspunt nemen.
De vrouw heeft op de zitting nog aangevoerd dat ook rekening moet worden gehouden met het inkomen uit vermogen dat de man uit de scheiding zal ontvangen. Zij heeft dat verder niet onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om hier rekening mee te houden.
Het fictieve eigen inkomen van de man moet in mindering worden gebracht op de behoefte. De rechtbank berekent het netto besteedbaar inkomen van de man dat hij beschikbaar heeft om te voorzien in zijn eigen levensonderhoud op € 3.567,- per maand. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met het aandeel van de man in de kosten van de kinderen van € 573,- per maand. Dit is gebaseerd op de geïndexeerde behoefte van de kinderen van nu
€ 1.638,- per maand – die tussen partijen niet in geschil is – en de zorgkorting van 35%. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Gelet op het voorgaande is de resterende behoefte van de man dan € 886,- netto per maand (€ 4.453 – € 3.567). Dit komt overeen met een bruto bedrag van € 1.755,- per maand.
Draagkracht vrouw
De vrouw heeft geen draagkrachtverweer gevoerd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de vrouw voldoende draagkracht beschikbaar heeft om aan de man een partneralimentatie van € 1.755,- bruto per maand te betalen.
Ingangsdatum
Op grond van artikel 1:157 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de partneralimentatie niet eerder ingaan dan op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. De rechtbank zal daarom met ingang van deze datum de partneralimentatie vaststellen.
Conclusie
De rechtbank zal beslissen dat de vrouw vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie aan de man moet betalen van € 1.755,- bruto per maand. Wat meer of anders is verzocht zal de rechtbank afwijzen.
Verdeling
De man en de vrouw zijn in 2011 getrouwd. Zij hebben geen huwelijkse voorwaarden gemaakt. Op grond van de artikelen 1:93 en 1:94 BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – bestond tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen. Het uitgangspunt is dat alle goederen en alle schulden in de algehele gemeenschap van goederen vallen. Partijen hebben op grond van artikel 1:100 BW Pro beiden een gelijk aandeel in de ontbonden huwelijksgemeenschap.
Peildatum
De rechtbank overweegt dat voor de omvang/samenstelling van de gemeenschap als peildatum 21 mei 2024, de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding, geldt. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen of de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
1. de woning aan de [adres 1] en daaraan gekoppelde
a. hypothecaire geldlening bij Van Lanschot Bankiers ( [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] );
b. leningen bij [bedrijf 1] B.V.;
c. lening bij [bedrijf 3] B.V. ( [nummer 5] );
d. lening bij [naam 3] en [naam 4] . ( [nummer 6] );
2. de vakantiewoning aan [adres 2] ;
3. bank- en spaarrekeningen:
a. [rekeningnummer 1] ten name van de vrouw;
b. [rekeningnummer 2] ten name van de vrouw;
c. [rekeningnummer 3] ten name van partijen;
d. [rekeningnummer 4] ten name van de vrouw;
e. [rekeningnummer 5] ten name van de vrouw;
f. [rekeningnummer 6] ten name van partijen;
g. [rekeningnummer 7] ten name van de vrouw;
h. [rekeningnummer 8] ten name van partijen;
i. [rekeningnummer 9] ten name van de man;
j. [rekeningnummer 10] ten name van de man;
k. [rekeningnummer 11] ten name van de man;
l. [rekeningnummer 12] ten name van de man;
m. [rekeningnummer 13] ten name van de man;
n. [rekeningnummer 14] ten name van de man;
o. [rekeningnummer 15] ten name van partijen;
p. [rekeningnummer 16] ten name van partijen;
q. [rekeningnummer 17] ten name van partijen;
4. BMW 520;
5. Saab 93;
6. Volvo XC70;
7. aandelen [bedrijf 1] BV;
8. rekening-courant schuld aan [bedrijf 1] BV;
9. inboedel;
10. kunstobjecten;
11. sieraden;
12. wijnvoorraad;
13. piano Shigeru-Kawai SK2 vleugel;
14. zeilboot centaur;
15. zeilboot bak / tjotter;
16. boot sloepje;
17. motorboot [naam boot] ;
18. studieschuld DUO;
19. teruggave(n) en aanslag(en) inkomstenbelasting;
20. de twee honden.
Schenkingen door de ouders van de man – vergoedingsrecht?
De man stelt dat hij tijdens het huwelijk van zijn ouders schenkingen onder uitsluitingsclausule heeft ontvangen van in totaal € 310.868,22 waardoor hij een vergoedingsrecht heeft op de huwelijksgemeenschap. Volgens de man is dit totaalbedrag als volgt opgebouwd. Er hebben schenkingen op papier onder schuldigverklaring plaatsgevonden voor een bedrag van € 155.522,-. Die schenkingen op papier zijn verrekend met de hypothecaire schuld bij zijn ouders. De verschuldigde rentebetalingen over de ‘op papier’ geschonken gelden van € 79.316,22 die door de ouders zijn overgemaakt vallen ook onder de uitsluitingsclausule. Daarnaast is in 2010 € 26.000,- geschonken voor de aankoop van een woning aan de [adres 3] en is in 2016 € 50.000,- geschonken voor de aankoop van de echtelijke woning aan de [adres 1] .
De vrouw erkent dat de man ten aanzien van de bedragen van € 79.316,22 en € 50.000,- een vergoedingsrecht heeft. De vrouw heeft het vergoedingsrecht voor het overige betwist.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de betwiste schenkingen als volgt. Uit de door de man (bij productie 19) overgelegde notariële aktes blijkt dat er sprake is van ‘schenkingen op papier’ van in totaal € 155.522,-. Dit is een vordering, met uitsluitingsclausule, die de man heeft op zijn ouders. De rechtbank is echter niet gebleken dat er een vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden van privévermogen van de man naar de huwelijksgemeenschap van partijen. De man heeft immers niet aangetoond dat er verrekening heeft plaatsgevonden van de ‘schenkingen op papier’ met de (hypothecaire) geldlening die partijen zijn aangegaan bij de ouders van de man. De rechtbank is – gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw – van oordeel dat de man zijn gestelde vergoedingsrecht op dit punt dus onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank begrijpt uit de ingediende volmacht uit 2010 dat de ouders van de man het bedrag van € 26.000,- onder uitsluiting hebben geschonken voor – zo staat in de volmacht – ‘de aankoop van een woning’. Deze schenking heeft plaatsgevonden toen partijen nog niet getrouwd waren. Uit de stukken blijkt niet of de huwelijksgemeenschap op een later moment is gebaat bij deze schenking (bijvoorbeeld doordat de verkoopopbrengst van de woning aan de [adres 3] vervolgens is aangewend bij de aankoop van de echtelijke woning aan de [adres 1] ). De rechtbank ziet op dit punt dan ook geen grondslag voor een vergoedingsrecht van de man op de gemeenschap.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande vaststellen dat partijen bij de verdeling rekening moeten houden met het vergoedingsrecht van (€ 79.316,22 + € 50.000,- =) € 129.316,22 dat de man heeft op de gemeenschap van goederen. Het verzoek van de man wordt voor het overige afgewezen.
De echtelijke woning – wijze van verdeling
Partijen zijn het erover eens dat de echtelijke woning zal worden toegedeeld aan de vrouw.
De woning is eerder getaxeerd (5 januari 2024), maar partijen zijn het allebei niet meer eens met die waarde. Daarom moet de woning opnieuw worden getaxeerd. Partijen hebben op de zitting afgesproken dat zij voor de taxatie VDL Makelaardij B.V. – die de woning eerder heeft getaxeerd – zullen benaderen en dat de makelaar een bindend advies zal geven over de waarde van de woning. Hierbij merkt de rechtbank op dat zij geen aanleiding ziet om te bepalen dat bij de taxatie rekening moet worden gehouden met vochtproblematiek. De rechtbank gaat ervan uit dat de makelaar bij de taxatie rekening houdt met wat hij/zij zelf constateert ten aanzien van de staat van de woning en dat betrekt bij de waardebepaling.
De rechtbank is verder van oordeel dat de man – gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw – onvoldoende heeft onderbouwd dat na de eerdere taxatie sprake is van waarde verval dat aan de vrouw te wijten is. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat zij met betrekking tot de kelder actie heeft ondernomen en dat de schilder die de woning eerder heeft geschilderd heeft geconstateerd dat de algemene staat van onderhoud goed is en alleen een paar kleine plekken moeten worden bijgewerkt. De rechtbank zal dus niet bepalen dat eventueel waarde verval in mindering komt op het aandeel van de vrouw in de overwaarde.
De rechtbank zal voor de wijze van verdeling een spoorboekje opnemen in het dictum van de beschikking. Hierin zal de rechtbank opnemen dat de vrouw binnen drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking aan de man moet aantonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening bij van Lanschot Bankiers. De rechtbank begrijpt dat partijen voor de koop van de echtelijke woning ook leningen zijn aangegaan bij [bedrijf 1] B.V., bij [bedrijf 3] B.V. en bij [naam 3] en [naam 4] . De vrouw zal bij overname van de echtelijke woning deze schulden voor haar rekening nemen en is in de onderlinge verhouding met de man dan geheel draagplichtig voor deze schulden. De hoogte van de schulden wordt vervolgens wel meegenomen bij de berekening van de uiteindelijke overwaarde van de echtelijke woning.
De echtelijke woning – vergoedingsrecht vrouw
Alleen de vrouw heeft na de peildatum afgelost op de hypothecaire geldlening bij Van Lanschot Bankiers. Hierdoor heeft de vrouw een vergoedingsrecht. Partijen moeten bij de overdracht van de echtelijke woning rekening houden met de aflossingen die de vrouw vanaf de peildatum heeft gedaan en nog zal doen tot het moment van de feitelijke verdeling van de echtelijke woning. De rechtbank zal in het dictum van de beschikking bepalen dat de man de helft van de door de vrouw sinds de peildatum gedane hypotheekaflossingen tot aan de levering van de woning aan de vrouw moet betalen, te verrekenen bij de verdeling van de woning.
De vakantiewoning
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw in de gelegenheid moet worden gesteld om de vakantiewoning over te nemen. Omdat partijen het niet met elkaar eens zijn over de waarde, zal de rechtbank de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje. Hierbij zal de nog uit te kiezen makelaar-taxateur de waarde van de vakantiewoning bindend vaststellen. Verder acht de rechtbank het redelijk de vrouw een termijn te gunnen van vier maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking om verder te onderzoeken of zij de vakantiewoning kan overnemen. Als de vrouw de vakantiewoning niet kan of wil overnemen, moet de woning worden verkocht aan een derde, eveneens op de wijze en onder de voorwaarden die hierna in het dictum zijn vermeld.
Bank- en spaarrekeningenDe rechtbank stelt voorop dat bank- en spaarrekeningen die op naam van de kinderen staan ( [rekeningnummer 18] , [rekeningnummer 19] en [rekeningnummer 20] ) buiten de huwelijksgemeenschap van partijen vallen en dus niet in de verdeling worden betrokken.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij de saldi van de andere rekeningen, hiervoor genoemd onder a tot en met q, per peildatum bij helfte met elkaar moeten delen. De rekeningen op naam van de vrouw en de gezamenlijke rekeningen bij Van Lanschot worden voortgezet door de vrouw. De rekeningen op naam van de man en de gezamenlijke rekening bij SNS worden voortgezet door de man. De gezamenlijke rekening bij ASN zal door de man worden opgeheven. De rechtbank merkt hierbij op dat beide partijen zich moeten inspannen voor het wijzigen van de tenaamstelling van de gezamenlijke bankrekeningen.
De auto’s
Partijen hebben op de zitting afgesproken dat de BMW aan de vrouw wordt toegedeeld en dat de Volvo aan de man wordt toegedeeld, zonder verdeling van de waardes. De Saab zullen partijen verkopen of laten afvoeren, waarbij zij de verkoopopbrengst bij helfte met elkaar zullen delen of de eventuele kosten bij helfte zullen dragen.
Aandelen [bedrijf 1] B.V. en rekening-courant schuld
De vrouw heeft [naam 5] als financieel partijadviseur de waarde van het economisch belang in [bedrijf 1] B.V. per de peildatum 21 mei 2024 laten vaststellen. Als uitgangspunt is genomen dat bij toedeling van de aandelen aan de vrouw zowel het eigen vermogen van de vennootschap als de rekening-courantpositie integraal in de waardering worden betrokken, zodat wordt gekomen tot één samenhangende economische waarde per peildatum. Bij de bepaling van de latente fiscale correctie is uitgegaan van de geldende box-2-tarieven per de peildatum 21 mei 2024, te weten 33% voor het meerdere boven de eerste tariefschijf.
De waarde is als volgt berekend:
Eigen vermogen € 2.914.043,-
Aanmerkelijk belangclaim
-/- € 955.939,-
Netto waarde € 1.958.104,-
Af: rekening courant
-/- € 489.965,-
Totaal € 1.468.139,-
De man heeft [naam 6] verzocht zijn visie te geven op manier waarop de waarde van de aandelen in [bedrijf 1] B.V. is berekend. In de brief van de zijde van de man van 9 maart 2026 schrijft de man dat de voorlopige conclusie van zijn partijadviseur is dat hij de waardering door [naam 5] in beginsel betrouwbaar acht. Wel wordt opgemerkt dat voor wat betreft het tarief van de latente belastingclaim het percentage uit het jaar van verdeling moet worden gehanteerd en niet het tarief uit 2024. Uit diezelfde brief van 9 maart 2026 begrijpt de rechtbank dat de man zelf echter van mening is dat de rechtbank niet kan uitgaan van de waardering door [naam 5] en dat een deskundige moet worden benoemd.
De rechtbank ziet in dat wat de man zelf nog naar voren heeft gebracht geen aanleiding om een derde deskundige te benoemen die de waarde van de aandelen [bedrijf 1] B.V. zal vaststellen. De berekening door de financieel partijadviseur van de vrouw is gebaseerd op de financiële informatie en cijfers die zijn verstrekt door de vennootschap waarin [bedrijf 1] B.V. tot enige tijd na de peildatum een deelneming heeft gehad. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen dat de cijfers een getrouw beeld geven van de vermogenspositie op de peildatum 21 mei 2024. Deze waardering wordt bovendien door de partijadviseur van de man in beginsel betrouwbaar geacht. Verder is het zo dat de gehanteerde waarderingsmethodiek niet ter discussie staat. Omdat als peildatum 21 mei 2024 wordt gehanteerd, acht de rechtbank het niet relevant om informatie en stukken van na die datum bij de waardering te betrekken. De rechtbank is daarom van oordeel dat zij op basis van de waardering door [naam 5] en de reactie van [naam 6] een beslissing kan nemen over de waarde van de aandelen [bedrijf 1] B.V. Dat betekent dat het verzoek van de man tot het benoemen van een deskundige wordt afgewezen.
De rechtbank zal voor de waarde van de aandelen [bedrijf 1] B.V. de waardering van de vrouw op 21 mei 2024 (€ 2.914.043,-) als uitgangspunt nemen. De rechtbank ziet wel aanleiding om bij de latente belastingclaim uit te gaan van het tarief uit 2026 in plaats van het door de vrouw gehanteerde tarief 2024, omdat er nu moet worden afgerekend. De in 2026 geldende tarieven zijn 24,5% tot € 68.843,- en 31% vanaf € 68.843,-. [2] Rekening houdend met deze tarieven bedraagt de aanmerkelijk belangclaim dan afgerond € 898.879,-. Dat resulteert in een netto waarde van € 2.015.164,-. De rechtbank is verder van oordeel dat ook rekening moet worden gehouden met voornoemde rekening-courant schuld van
€ 489.965,-, omdat uit de stukken blijkt dat sprake is van een rekening-courant schuld en door beide partijen in deze echtscheidingsprocedure is aangegeven dat gezinsuitgaven ook werden bekostigd door opnames in rekening-courant. De rekening-courant schuld strekt dus nog in mindering op de netto waarde.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de aandelen in [bedrijf 1] B.V. aan de vrouw worden toegedeeld tegen een netto waarde van € 2.015.164,-, te verminderen met de rekening-courant schuld van partijen aan [bedrijf 1] B.V. van € 489.965,- welke schuld de vrouw voor haar rekening zal nemen, zodat aan de man ter zake [bedrijf 1] B.V. toekomt ((€ 2.015.164 min € 489.965) / 2 =) € 762.600,-.
Inboedel
De rechtbank zal (met uitzondering van de door de vrouw genoemde inboedelgoederen onder E) ten aanzien van de inboedel in de echtelijke woning die op 21 mei 2024 gezamenlijk eigendom was van partijen bepalen dat partijen dit in onderling overleg met gesloten beurzen met elkaar moeten verdelen. Partijen moeten hiervoor allebei een lijst maken en deze lijsten via hun advocaten uitwisselen. Hierbij moeten partijen er rekening mee houden dat spullen die na 21 mei 2024 zijn gekocht of die in bruikleen zijn, niet in de verdeling worden betrokken. Verder zal de rechtbank bepalen dat de door de vrouw in haar verzoek onder VI.E.2 specifiek genoemde inboedelgoederen aan haar worden toegedeeld, met gesloten beurzen weg te strepen tegen de inboedelgoederen op 21 mei 2024 aanwezig in de woning van de man die aan de man worden toegedeeld. De verdeling van de goederen die dan nog op de op te stellen lijsten staan, zal geschieden doordat partijen om en om een keuze maken.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de inboedel in de vakantiewoning als volgt. Ervan uitgaande dat de vrouw de vakantiewoning zal overnemen, ligt het in de rede dat de vrouw de inboedel van de vakantiewoning toegedeeld krijgt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de inboedel van de vakantiewoning aan de vrouw wordt toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw de vakantiewoning overneemt. De rechtbank bepaalt in redelijkheid de waarde van deze inboedel schattenderwijs op € 4.000,-. Dat betekent dat de vrouw voor die inboedel € 2.000,- aan de man moet betalen. Mocht de vrouw de vakantiewoning niet overnemen, dan zal de inboedel verkocht dan wel afgevoerd worden en delen partijen de opbrengst dan wel de kosten.
Kunstobjecten
Tussen partijen staat vast dat zij de ikat waar Wilhelmina op staat afgebeeld in bruikleen hebben gekregen van de ouders van de vrouw. Deze valt dus niet in de huwelijksgemeenschap en wordt niet in de verdeling betrokken.
De vrouw stelt dat partijen ook nog andere kunstobjecten in bruikleen hebben van de ouders van de vrouw. De man betwist dit. Nu de vrouw haar stelling niet nader heeft onderbouwd, gaat de rechtbank hieraan voorbij en zal bepalen dat partijen de kunstobjecten in onderling overleg met gesloten beurzen bij helfte met elkaar moeten verdelen. Partijen kunnen dit doen door om en om een keuze te maken.
Sieraden
De man heeft als productie 16 een taxatierapport van [bedrijf 2] overgelegd waarin een genummerd overzicht (1 tot en met 43) staat van de sieraden. De rechtbank begrijpt dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de sieraden met nummers 23, 24 en 38 in bruikleen zijn van de moeder van de vrouw en dat de sieraden met nummer 6 en nummer 31 niet meer in het bezit zijn van partijen, zodat deze sieraden niet in de verdeling kunnen worden betrokken. Ten aanzien van de resterende sieraden heeft de man tijdens de zitting ingestemd met het subsidiaire verdelingsvoorstel van de vrouw. De rechtbank zal die verdeling opnemen in het dictum van de beschikking.
Wijnvoorraad
Partijen hebben tijdens de zitting afgesproken dat zij de resterende wijnvoorraad in de kelder van de echtelijke woning met gesloten beurzen met elkaar zullen verdelen. Zij zullen hierbij rekening houden met het feit dat de man al eerder een deel van de wijnvoorraad heeft opgehaald.
Piano
De rechtbank zal bepalen dat de piano aan de vrouw wordt toegedeeld, omdat de piano bij de vrouw in de echtelijke woning staat en de kinderen op de piano spelen. De rechtbank is van oordeel dat de man met de door hem overgelegde e-mail van de verkoper van de piano (productie 18) voldoende heeft onderbouwd dat de waarde van de piano € 25.000,- is. De rechtbank neemt die waarde daarom als uitgangspunt. Dat betekent dat de vrouw in het kader van de verdeling van de piano € 12.500,- aan de man moet voldoen.
De boten
De motorboot [naam boot] is na de peildatum door de man verkocht. Tussen partijen is niet langer in geschil dat de verkoopopbrengst niet meer hoeft te worden verdeeld. Partijen zijn het er verder over eens dat de zeilboot centaur, zeilboot bak/tjotter en het sloepje zullen worden toegedeeld aan de vrouw, zonder verdere verdeling van de waardes.
Studieschuld
De studieschuld van de vrouw van € 2.282,08 valt in de huwelijksgemeenschap. De vrouw heeft aangegeven dat zij deze schuld zal voldoen, maar bij de verdeling moet er rekening mee worden gehouden dat partijen in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft draagplichtig zijn voor deze schuld. De rechtbank zal bepalen dat partijen in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de studieschuld op peildatum.
De belastingteruggaven en belastingaanslagen
De rechtbank zal bepalen dat definitieve belastingaanslagen of belastingteruggaven die betrekking hebben op de periode tot aan de ontbinding van de huwelijksgemeenschap bij helfte tussen partijen moeten worden gedragen of verdeeld. Voor zover partijen dat nog niet hebben gedaan moeten zij elkaar over en weer inzicht geven in de (eventuele) teruggaven en/of aanslagen.
De honden
De rechtbank stelt voorop dat in het recht dieren geen zaken zijn, maar dat de bepalingen met betrekking tot zaken wel op dieren van toepassing zijn (artikel 3:2a BW). De rechtbank zal bepalen dat de honden aan de vrouw worden toegedeeld, omdat de man tijdens de zitting heeft aangegeven dat hij niet langer mede de verantwoordelijkheid wil dragen voor de honden. Dit staat los van dat wat de rechtbank in het kader van de zorgregeling heeft opgemerkt over de honden.
De rechtbank zal aldus beslissen. Wat meer of anders is verzocht over de (wijze van) verdeling wordt afgewezen.
Voorschot
De man heeft een voorschot op de verdeling ontvangen van in totaal € 1.000.000,-. De man verzoekt hiernaast aanvullend voorschotten van € 50.000,- en € 200.000,-.
De rechtbank overweegt als volgt. In deze echtscheidingsprocedure neemt de rechtbank een eindbeslissing over de wijze van verdeling, zodat partijen in beginsel binnen afzienbare tijd met elkaar de verdeling van het huwelijksvermogen kunnen afwikkelen en de man de beschikking krijgt over zijn resterende aandeel in dat vermogen. Bovendien heeft de man al een voorschot ontvangen en heeft de vrouw gedurende deze procedure een voorlopige partneralimentatie aan de man betaald. De rechtbank ziet geen aanleiding om vooruitlopend op de verdeling een aanvullend voorschot aan de man toe te kennen.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek van de man om een aanvullend voorschot (IX) af. De rechtbank zal wel opnemen dat op dat wat de man ter zake de verdeling van de gemeenschap van goederen in totaal zal toekomen, in mindering wordt gebracht het bedrag van € 1.000.000,- dat de man al als voorschot op de verdeling heeft ontvangen.
Gebruiksvergoeding
De rechtbank zal dit verzoek van de man afwijzen. De rechtbank heeft het volgende in haar overweging betrokken. Hoewel de man niet meer het genot heeft van de echtelijke woning en de vakantiewoning, deelt hij wel mee in de waardeontwikkeling van beide woningen. Verder heeft de man een voorschot van € 1.000.000,- op de verdeling ontvangen, waardoor hij al beschikt over een deel van het hem toekomende vermogen en dat heeft kunnen aanwenden zoals hij wenste. Verder is het zo dat de vrouw alle gebruikers- en eigenaarslasten van de echtelijke woning en de vakantiewoning betaalt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet redelijk is om een door de vrouw aan de man te betalen gebruiksvergoeding vast te stellen.
Regresvordering mediationkosten
De vrouw heeft dit verzoek tijdens de zitting ingetrokken. Dat betekent dat de rechtbank op dit punt geen beslissing hoeft te nemen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 2011 te [plaats 1] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] ;
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt over de zorgregeling het volgende:
- de kinderen zijn van maandag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
- aansluitend zijn de kinderen van woensdag uit school tot vrijdag aanvang school bij de vrouw;
- aansluitend zijn de kinderen van vrijdag uit school tot woensdag aanvang school bij de man;
- aansluitend zijn de kinderen van woensdag uit school tot maandag aanvang school bij de vrouw;
waarbij geldt dat de kinderen in de oneven weekenden bij de vrouw zijn en in de even weekenden bij de man;
indien een kind door ziekte of om andere reden (waaronder begrepen studiedagen) vóór het einde van de schooltijd van die dag moet worden opgevangen, wordt dat tot einde schooltijd (in beginsel 15.00 uur) gedaan door de ouder die de zorg volgens het schema in de ochtend had;
*
bepaalt over de verdeling van de vakanties en feestdagen het volgende:
  • Voorjaarsvakantie: in de even jaren zijn de kinderen bij de man en in de oneven jaren zijn de kinderen bij de vrouw;
  • Koningsdag: de kinderen zijn bij de ouder bij wie zij conform het reguliere schema verblijven;
  • tijdens Hemelvaart (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen), Pasen (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen) en Pinksteren (en de door school daaraan gekoppelde vrije dagen): de kinderen zijn het ene jaar bij de man en het andere jaar bij de vrouw;
  • Meivakantie: in de even jaren verblijven de kinderen in week 1 bij de vrouw en in week 2 bij de man, in de oneven jaren verblijven de kinderen in week 1 bij de man en in week 2 bij de vrouw;
  • Zomervakantie: de kinderen verblijven in de zomer van 2026 in week 1, 2 en 5 bij de man en in week 3, 4 en 6 bij de vrouw. Met ingang van de zomer 2027 verblijven de kinderen standaard in week 1, 4 en 5 bij de vrouw en in week 2, 3 en 6 bij de man, zonder dat dit jaarlijks wordt gewisseld;
  • Herfstvakantie: in de even jaren zijn de kinderen bij de man en in de oneven jaren zijn de kinderen bij de vrouw;
  • Sinterklaas (5 december): de kinderen zijn bij de ouder bij wie zij conform het reguliere schema verblijven;
  • Kerstvakantie: in de even jaren zijn de kinderen tijdens de eerste week bij de vrouw en tijdens de tweede week inclusief oud & nieuw bij de man. In de oneven jaren zijn de kinderen in de eerste week bij de man en tijdens de tweede week inclusief oud & nieuw bij de vrouw. De kerstdagen worden ook verdeeld, in die zin dat de kinderen in de even jaren op kerstavond en eerste kerstdag bij de vrouw zijn en op tweede kerstdag vanaf 12.00 uur bij de man. In de oneven jaren wordt dit omgedraaid. Op 27 december wordt om 08.30 uur weer het vakantieschema gevolgd;
  • Moederdag: bij de vrouw; als Moederdag niet in het weekend van de vrouw valt dan zijn de kinderen die dag vanaf 11.00 uur tot maandag aanvang school bij de vrouw;
  • Vaderdag: bij de man; als Vaderdag niet in het weekend van de man valt dan zijn de kinderen die dag vanaf 11.00 uur tot maandag aanvang school bij de man;
  • verjaardagen kinderen: de kinderen zijn op hun verjaardag bij de ouder bij wie zij volgens het reguliere schema of de vakantieverdeling verblijven. De andere ouder zal die dag in de gelegenheid worden gesteld om (via Facetime) het kind te feliciteren;
  • verjaardagen ouders: de kinderen gaan de dag ervoor na schooltijd voor één dag naar de jarige ouder. De kinderen wisselen de dag na de verjaardag om 8.30 uur weer naar de andere ouder, tenzij de kinderen conform het reguliere schema sowieso bij de jarige ouder zouden verblijven die dag. Als er op de verjaardag van een ouder geen school is, komen de kinderen die dag om 8.30 uur naar de jarige ouder;
hierbij geldt het volgende:
  • vakanties beginnen op vrijdag uit school en eindigen op maandag naar school;
  • als een vakantie – wegens schoolvrije dagen – eerder begint dan op vrijdag uit school, gaan de kinderen eerder naar de ouder met wie zij (als eerste) de vakantie doorbrengen;
  • wanneer de laatste dag van de vakantie op een andere dag dan de zondag valt dan blijven de kinderen die dag bij de ouder bij wie zij tijdens (het laatste deel van) de vakantie verbleven;
  • voor vakanties van meerdere weken dat het wisselmoment tussen de vakantieweken plaatsvindt op zaterdagen om 18.00 uur;
  • voor wat betreft de meivakantie gaat de vakantieregeling voor op de regeling voor de feestdagen die eventueel in die vakantie vallen;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de man] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams [regio] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Jeugdteams [regio] , [adres 4] ;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, een partneralimentatie van € 1.755,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt ten aanzien van de (wijze van) verdeling van de huwelijksgemeenschap, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, het volgende:
1. met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres 1] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening bij Van Lanschot Bankiers ( [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] ):
a) de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
1) partijen dienen binnen één maand na deze beschikking een gezamenlijke opdracht te verstrekken aan VDL Makelaardij B.V voor taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
2) de vrouw dient binnen drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening bij Van Lanschot Bankiers;
3) de vrouw neemt de schulden bij [bedrijf 1] B.V., bij [bedrijf 3] B.V. en bij [naam 3] en [naam 4] voor haar rekening en is in de onderlinge verhouding met de man draagplichtig voor deze schulden;
4) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening bij Van Lanschot Bankiers ten tijde van de overdracht en minus de leningen bij [bedrijf 1] B.V., bij [bedrijf 3] B.V. en bij [naam 3] en [naam 4] ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
5) ten aanzien van het bedrag dat de vrouw wegens overbedeling aan de man moet voldoen geldt dat hierbij rekening moet worden gehouden met haar vergoedingsrecht, in die zin dat de man de helft van de door de vrouw sinds de peildatum 21 mei 2024 gedane hypotheekaflossingen tot aan de levering van de woning aan de vrouw moet betalen, te verrekenen bij de verdeling van de woning;
6) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw, als kosten koper, voldaan;
7) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2. met betrekking tot de vakantiewoning, gelegen aan de [adres 2] :
a) de vakantiewoning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
1) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de man aan de vrouw binnen één maand na de datum van deze beschikking drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de vrouw er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
2) de vrouw dient binnen vier maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen;
3) de waarde (taxatiewaarde minus de kosten van de makelaar-taxateur) wordt tussen partijen bij helfte gedeeld;
4) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw, als kosten koper, voldaan;
5) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
b) indien de vrouw de vakantiewoning niet kan of wil overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
1) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht te verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
2) de kosten van verkoop en overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur en de kosten van de notaris, worden voldaan uit de verkoopopbrengst;
3) de hierna resterende verkoopopbrengst wordt door partijen bij helfte gedeeld;
4) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
3. de volgende bank- en spaarrekeningen worden (voor zover nodig na wijziging van de tenaamstelling) voortgezet door de vrouw:
a) [rekeningnummer 1] ten name van de vrouw;
b) [rekeningnummer 2] ten name van de vrouw;
c) [rekeningnummer 4] ten name van de vrouw;
d) [rekeningnummer 5] ten name van de vrouw;
e) [rekeningnummer 6] ten name van partijen;
f) [rekeningnummer 7] ten name van de vrouw;
g) [rekeningnummer 15] ten name van partijen;
h) [rekeningnummer 16] ten name van partijen;
i) [rekeningnummer 17] ten name van partijen;
waarbij de saldi op de peildatum 21 mei 2024 bij helfte met de man worden gedeeld;
4. de volgende bank- en spaarrekeningen worden (voor zover nodig na wijziging van de tenaamstelling) voortgezet door de man:
a) [rekeningnummer 8] ten name van partijen;
b) [rekeningnummer 9] ten name van de man;
c) [rekeningnummer 10] ten name van de man;
d) [rekeningnummer 11] ten name van de man;
e) [rekeningnummer 12] ten name van de man;
f) [rekeningnummer 13] ten name van de man;
g) [rekeningnummer 14] ten name van de man;
waarbij de saldi op de peildatum 21 mei 2024 bij helfte met de vrouw worden gedeeld;
5. de gezamenlijke bankrekening [rekeningnummer 3] bij ASN wordt door de man opgeheven, waarbij geldt dat partijen het saldo op de peildatum 21 mei 2024 bij helfte zullen verdelen;
6. de BMW 520 wordt – zonder verdeling van de waarde – toegedeeld aan de vrouw;
7. de Volvo XC70 wordt – zonder verdeling van de waarde – toegedeeld aan de man;
8. de Saab 93 wordt door partijen verkocht of afgevoerd, waarna zij de verkoopopbrengst bij helfte met elkaar zullen delen of de eventuele kosten bij helfte zullen dragen;
9. de aandelen in [bedrijf 1] B.V. worden aan de vrouw toegedeeld tegen een netto waarde van € 2.015.164,-, te verminderen met de rekening-courantschuld van partijen aan [bedrijf 1] B.V. van € 489.965,- welke schuld de vrouw voor haar rekening zal nemen, zodat aan de man ter zake toekomt
((€ 2.015.164 min € 489.965) / 2 =) € 762.600,-;
10. de inboedel in de echtelijke woning die op 21 mei 2024 gezamenlijk eigendom was van partijen zullen partijen met gesloten beurzen met elkaar verdelen;
het voorgaande met uitzondering van de volgende inboedelgoederen die worden toegedeeld aan de vrouw:
• de inhoud van de kinderkamers
• de keukentafel
• de kast in de keuken
• twee witte stoeltjes
• de bank en stoel in de werkkamer van de vrouw
• de sterrenkast
• de kleine chaise longe
• spiegel eetkamer
• 7 staande lampen
• de boeken
• witte grote stoel
• kinderspullen van de vrouw
• de grote vaas met Saters
• de planten
• Blauw-wit servies in Frankrijk gekocht
met gesloten beurzen weg te strepen tegen de waarde van de inboedelgoederen op 21 mei 2024 aanwezig in de woning van de man die aan de man worden toegedeeld;
11. de inboedel van de vakantiewoning wordt aan de vrouw toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw de vakantiewoning overneemt, met de verplichting om € 2.000,- aan de man te betalen. Indien de vrouw de vakantiewoning niet overneemt, zal de inboedel door partijen verkocht dan wel afgevoerd worden waarna zij de verkoopopbrengst bij helfte met elkaar zullen delen of de eventuele kosten bij helfte zullen dragen;
12. de kunstobjecten – met uitzondering van de ikat waar Wilhelmina op staat afgebeeld – zullen partijen in onderling overleg met gesloten beurzen bij helfte met elkaar verdelen;
13. de sieraden genoemd in het taxatierapport van [bedrijf 2] met nummers 3, 21, 22, 26, 29, 32, 33, 34, 35, 39, 41, 42 en 43 worden toegedeeld aan de vrouw en de overige nummers (met uitzondering van 6, 23, 24, 31 en 38) worden toegedeeld aan de man, zonder nadere verrekening;
14. de resterende wijnvoorraad in de kelder van de echtelijke woning zullen partijen met gesloten beurzen met elkaar verdelen;
15. de piano Shigeru-Kawai SK2 vleugel wordt voor € 25.000,- toegedeeld aan de vrouw, waarbij geldt dat de vrouw een bedrag van € 12.500,- aan de man moet betalen;
16. de zeilboot centaur, de zeilboot bak/tjotter en het sloepje zullen – zonder verdeling van de waarde – worden toegedeeld aan de vrouw;
17. in de onderlinge verhouding tussen partijen is elk van hen gehouden om de helft van studieschuld voor zijn/haar rekening te nemen;
18. partijen zullen de definitieve belastingaanslagen dan wel belastingteruggaven die zien op de huwelijkse periode bij helfte dragen of verdelen;
19. de twee honden worden toegedeeld aan de vrouw;
*
bepaalt dat partijen bij de verdeling van de gemeenschap van goederen rekening moeten houden met het vergoedingsrecht van € 129.316,22 dat de man heeft op de gemeenschap van goederen;
*
bepaalt dat op dat wat de man ter zake de verdeling van de gemeenschap van goederen in totaal zal toekomen, in mindering wordt gebracht een bedrag van € 1.000.000,-, dat de man reeds als voorschot op de verdeling heeft ontvangen;
*
verklaart deze beslissing tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C. de Jong-Kwestro, C. Witteman en E.D.A. Geleijns, rechters, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. M. Verkerk als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 24 april 2026.

Voetnoten

1.Rapport Alimentatienormen pagina 22.