ECLI:NL:RBDHA:2026:13468

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
25 mei 2026
Zaaknummer
C/09/682138 / FA RK 25-2068
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met aanhouding nevenvoorzieningen in afwachting van mediation

Partijen zijn gehuwd sinds 2019 in Burundi en hebben een minderjarige gezamenlijk kind. De man verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen zoals hoofdverblijfplaats van het kind bij de vrouw, contactregeling, kinderalimentatie, partneralimentatie, huurrecht van de echtelijke woning en verdeling van de huwelijksgemeenschap.

De vrouw voert verweer, maar erkent dat de echtscheiding onvermijdelijk is. Partijen zijn erover eens dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vrouw blijft. De rechtbank constateert dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe.

Omdat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen over de nevenvoorzieningen, verwijst de rechtbank hen naar mediation. Tot 1 augustus 2026 worden beslissingen over nevenvoorzieningen pro forma aangehouden. Partijen dienen de rechtbank voor die datum te informeren over de voortgang van de mediation, waarna een beslissing volgt.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en houdt de nevenvoorzieningen aan tot 1 augustus 2026 in afwachting van mediation.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2068
Zaaknummer: C/09/682138
Datum beschikking: 29 april 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 14 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.C. Wittens in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlagen van 23 maart 2025 van de man;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vrouw;
  • het verweer van de man tegen de zelfstandige verzoeken van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 26 maart 2026 van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 27 maart 2026 van de man;
  • het bericht met bijlage van 2 april 2026 van de vrouw.
Op 8 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man bijgestaan door zijn advocaat en tolk A. Ochieng;
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat en tolk E. Nsabimbona;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn volgens de Basisregistratie Personen (BRP) met elkaar gehuwd op [dag 1] 2019 in [plaats] , Burundi. Uit de apostille volgt dat partijen met elkaar zijn gehuwd op [dag 2] 2019 in [plaats] , Burundi.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.
  • De man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Burundese nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
  • vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw;
  • vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] , in die zin dat de man contact met [minderjarige] heeft;
  • toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert – onder referte ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats – verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
  • vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] , in die zin dat de man twee keer per week [minderjarige] bij de vrouw komt opzoeken voor de duur van twee tot vier uur per keer, alsmede verdeling van de vakanties en feestdagen in onderling overleg;
  • vaststelling van kinderalimentatie van € 500,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum dat de echtscheiding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
  • vaststelling van partneralimentatie van € 1.000,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum dat de echtscheiding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
  • toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning;
  • vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van partijen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland was, is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding.
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
De vrouw stelt zich op het standpunt dat het onder andere door de houding van de man niet gelukt is om een ondertekend ouderschapsplan op te stellen. De man heeft bevestigd dat het inderdaad niet gelukt is om onderling overleg afspraken te maken, maar stelt dat dit ook door de vrouw komt.
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. Partijen hebben dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het partijen tot nu niet gelukt is om tot overeenstemming te komen, maar allebei wel baat hebben bij het uitspreken van de echtscheiding. De rechtbank zal daarom partijen ontvangen in hun verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw betreurt dat het huwelijk tussen partijen tot dit punt is gekomen en had het graag anders gezien. Zij realiseert zich tegelijkertijd dat – gelet op de Nederlandse wetgeving – de echtscheiding uitgesproken zal worden.
De rechtbank overweegt dat indien één van beide echtgenoten het huwelijk niet wenst voort te zetten, dit voldoende is om de duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te nemen. Nu de man de echtscheiding verzoekt stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank zal daarom de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond toewijzen.
Nevenvoorzieningen
Op de zitting is met partijen uitgebreid stilgestaan hoe het verder moet na de echtscheiding met het contact tussen [minderjarige] en de man en het huurrecht van de echtelijke woning, temeer nu partijen het erover eens zijn dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw is. Gelet hierop, hebben partijen aangegeven dat zij zich tot een mediator willen wenden om te proberen een oplossing te vinden. De rechtbank gaat ervan uit dat beide partijen zich zullen inspannen om onder leiding van de mediator met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen.
In afwachting van de mediation zal de rechtbank de beslissingen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de vakanties en feestdagen, de kinderalimentatie, de partneralimentatie, het huurrecht van de echtelijke woning en de verdeling van de huwelijksgemeenschap pro forma aanhouden tot 1 augustus 2026. Partijen dienen de rechtbank in ieder geval voor die datum ervan op de hoogte te stellen of de mediation tot overeenstemming heeft geleid of niet, onder de mededeling of de zaak op de stukken kan worden afgedaan of dat zij een nadere mondelinge behandeling wensen. De rechtbank zal daarover dan vervolgens een beslissing nemen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag 1] 2019 in [plaats] , Burundi;
*
verwijst partijen naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
bepaalt dat partijen zich uiterlijk veertien dagen voor voornoemde pro forma datum schriftelijk dienen uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
*
houdt iedere beslissing
ten aanzien van de verzochte nevenvoorzieningentot
1 augustus 2026 pro formain afwachting van de resultaten van de mediation.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 april 2026.