Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 1 juli 2025 een beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 februari 2024. Nadat de rechtbank op 12 november 2025 dit beroep gegrond verklaarde en verweerder opdroeg binnen twee weken een besluit te nemen, stelde verzoeker op 8 september 2025 opnieuw beroep in tegen hetzelfde niet-tijdig beslissen.
Op 24 februari 2026 nam verweerder alsnog een besluit op de aanvraag. Verzoeker trok daarop het tweede beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten van dit tweede beroep. De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep overbodig was omdat er al een lopende procedure was en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 21 mei 2026 en is openbaar gemaakt. Verzoeker kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het tweede beroep onnodig was.