Op 28 mei 2023 gingen verdachte en een medeverdachte een woning binnen waar een vuurwapen van categorie III afging terwijl de verdachte het in handen had. De kogel drong door het plafond en kwam in de bovenliggende woning terecht, waar de bewoonster op enkele meters afstand was. De rechtbank acht bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over het vuurwapen en de munitie, mede op basis van DNA-sporen op de munitie en de omstandigheden rondom het incident.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat verdachte beschikkingsmacht had over het wapen en de munitie, en stelde een scenario van secundaire DNA-overdracht voor, maar de rechtbank verwierp deze verweren als onvoldoende aannemelijk. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en oordeelde dat het feit strafbaar is en dat verdachte strafbaar is.
De officier van justitie eiste een deels voorwaardelijke taakstraf, maar de rechtbank vond dit niet recht doen aan de ernst van het feit en de gevolgen. Gezien het feit dat het wapen daadwerkelijk afging in een woning met risico voor de bovenbuurvrouw, en ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden op met aftrek van voorarrest.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het strafblad, maar vond het bewezen feit te ernstig voor een lichtere straf. De straf is hoger dan de eis van de officier van justitie vanwege de ernst van het feit en de risico’s die het bezit van het vuurwapen met zich meebracht.