ECLI:NL:RBDHA:2026:1349

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
NL25.45946
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid politieke activiteiten en dreiging

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op grond van politieke activiteiten als lid en voorzitter binnen de SLPP in Sierra Leone, met vrees voor vervolging na deelname aan demonstraties in augustus 2022. De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het relaas en onbetrouwbaarheid van het aangevoerde bewijs, waaronder een digitaal krantenartikel dat niet kon worden teruggevonden.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de minister terecht heeft geoordeeld dat het asielrelaas niet samenhangend en aannemelijk is. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft overwogen dat de verklaringen van eiser over zijn politieke activiteiten vaag en summier zijn, en dat het krantenartikel onvoldoende betrouwbaar is om het relaas te staven.

De rechtbank wijst erop dat eiser onvoldoende persoonlijke en gedetailleerde toelichting heeft gegeven op zijn rol binnen de partij en dat de minister niet onredelijk heeft geoordeeld dat het ontbreken van concrete identificerende gegevens in het artikel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid.

Gelet hierop blijft de afwijzing van de asielaanvraag in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen - Telman en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt op 28 januari 2026.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45946

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [v-nummer] , eiser,

(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag, als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw. [1] Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 24 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
2.1.
Op 8 december 2023 is deze aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vw. Dit besluit is op 9 februari 2024 ingetrokken. Vervolgens heeft eiser op 25 september 2024 een nieuwe afwijzende beschikking ontvangen. Op 18 december 2024 is dit besluit wederom ingetrokken.
2.2.
Op 16 april 2025 is eiser aanvullend gehoord. Op 14 juli 2025 heeft hij een nieuw voornemen ontvangen en bij besluit van 27 augustus 2025 is zijn asielaanvraag alsnog afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij lid is van de SLPP en voorzitter is van de zone Mountain Cut. Eiser heeft verklaard dat hij op 8 en 10 augustus 2022 heeft deelgenomen aan demonstraties in Freetown tegen inflatie. Eiser heeft verklaard dat hij van zijn vrienden hoorde dat hij gevaar liep en daarna is eiser gevlucht. Eiser vreest bij terugkeer voor een gevangenisstraf of te worden gedood.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen die voortvloeien uit politieke activiteiten c.q. overtuiging.
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De problemen van eiser die voortvloeien uit zijn politieke overtuiging c.q. overtuiging zijn volgens de minister ongeloofwaardig. Daartoe overweegt de minister dat wordt gevolgd dat eiser een politieke overtuiging heeft, maar dat zijn verklaringen over zijn politieke activiteiten en de gestelde ondervonden problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
Heeft de minister eiser kunnen tegenwerpen dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen?
Krantenartikelen
5. Eiser stelt dat de minister ten onrechte overweegt dat het (digitale) krantenartikel van 19 augustus 2022 uit The Times Sierra Leone zijn asielmotief niet kan onderbouwen, omdat het artikel door de minister niet teruggevonden kan worden. Eiser is van mening dat het een feit van algemene bekendheid is dat op internet geplaatste artikelen en/of afbeeldingen ook van internet kunnen worden afgehaald. Immers gebeurt het met enige regelmaat dat een persoon of instantie gedwongen wordt artikelen en/of afbeeldingen van internet te verwijderen. Het enkele feit dat de minister op een gegeven moment het bewuste artikel niet online heeft aangetroffen, betekent niet dat het artikel nooit op internet heeft gestaan.
5.1.
Verder stelt eiser dat de minister in de bestreden beschikking volhardt in de stelling dat eiser tegen betaling krantenartikelen heeft laten plaatsen. Eiser vindt dit kwalijk en onterecht; de minister levert geen enkele onderbouwing van deze stelling. Dat het mogelijk is om tegen betaling krantenartikelen te laten plaatsen betekent niet dat eiser dit heeft laten doen.
5.2.
Eiser meent verder dat ook zonder het noemen van namen of het uiterlijk, er wel degelijk in opsporingsberichten in kranten melding kan worden gemaakt van personen waarnaar de politie op zoek is. De politie heeft immers een concrete datum, een concreet tijdstip en een heel concrete locatie waar de demonstratie heeft plaatsgevonden en kan bijvoorbeeld middels een leeftijdsindicatie, etniciteit en/of andere zaken, redelijk concreet aangeven naar wie ze op zoek zijn. Eiser wijst erop dat voor de lezer duidelijk zal zijn geweest, met betrekking tot welke gebeurtenis de politie op zoek was naar personen. Het artikel is daarom een bouwsteen ter staving van een deel van het asielrelaas van eiser.
5.3.
De minister stelt dat het krantenartikel eiser asielaanvraag niet kan onderbouwen. Het artikel kan niet teruggevonden worden en dit maakt het overgelegde artikel niet betrouwbaar. De link die bij het artikel staat werkt niet en ook op een afgeschermde site is gezocht naar andere berichten die zouden kunnen aangeven dat eiser wordt gezocht, maar dit is niet gevonden. Op de website van de Times is eveneens op verscheidene manieren gezocht naar het artikel, maar het artikel is niet gevonden. Als gezocht wordt op “august 10” (de datum van de demonstratie) komen een heleboel artikelen over gezochte personen naar boven, maar eiser komt hier niet in voor.
5.4.
Over het tegen betaling plaatsen van het krantenartikel overweegt de minister dat de mogelijkheid hiertoe een gegeven is en dat het aan eiser is om te onderbouwen waarom het krantenartikel betrouwbaar is. Dat in combinatie met de inhoudelijke opmerkingen die kunnen worden gemaakt bij het artikel en het feit dat het digitale artikel online niet terug te vinden is maakt dit dat de minister concludeert dat het artikel niet betrouwbaar is.
5.5.
Ten aanzien van de inhoud van het artikel overweegt de minister dat alleen eiser expliciet wordt genoemd met foto, volledige naam en adres, terwijl voor alle vier gezochten een speciale beloning is uitgeloofd. Voor wat betreft de drie overige gezochte personen, geeft het artikel geen enkele concrete aanwijzing of identificerende beschrijving. Er wordt volstaan met algemene aanduidingen, zoals “others” of “three other miscreants”. Er worden geen namen, uiterlijke kenmerken, leeftijden, etniciteit of andere identificerende gegevens vermeld. Er wordt daardoor niet concreet aangegeven om welke personen het gaat. Dat het artikel de datum van de demonstratie noemt, zegt weliswaar iets over de gestelde demonstratie, maar niets over de identiteit van de overige gezochte personen. Het kan dan ook niet gelijkgesteld worden met een opsporingsmelding waarin concrete personen worden geïdentificeerd. Niet wordt ingezien dat de politie mensen zou zoeken, als ze hun namen of uiterlijk niet zouden weten. Ook wordt niet ingezien dat de politie een speciale beloning heeft voor de locatie van de gezochten, terwijl de lezer van het artikel niet eens kan weten wie gezocht worden. Dit maakt eisers verklaring dat hij gezocht wordt en in de kranten staat niet aannemelijk.
5.6.
De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat het krantenartikel eisers relaas niet aannemelijk maakt. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat het niet kunnen vinden van het krantenartikel afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van dat artikel. De minister mag verwachten dat een legitiem krantenartikel terug te vinden is op de website van de krant die het artikel geplaatst heeft. Te meer nu overige artikelen van de krant uit die tijd, de demonstratie en naar aanleiding daarvan gezochte mensen nog wel terug te vinden zijn.
5.7.
Daarbij heeft de minister niet ten onrechte betrokken dat het feit dat alleen eiser bij naam en toenaam wordt genoemd bevreemding wekkend is. De minister heeft relevant kunnen achten dat het in de lijn der verwachtingen ligt dat van alle vier de gezochten een foto en naam geplaatst wordt in het artikel, zeker als voor ieder een beloning is uitgereikt. De minister overweegt terecht dat er geen namen, uiterlijke kenmerken, leeftijden, etniciteit en andere identificerende gegevens vermeld worden over de drie andere personen. Ook op de door eiser geschetste manier wordt daarom niet duidelijk wie de drie andere personen zijn die gezocht worden door de politie. Gelet hierop en omdat eiser hiervoor geen verklaring heeft kunnen geven, heeft de minister kunnen concluderen dat het artikel bezien in het licht van brown-envelope journalism, onbetrouwbaar is en daarmee eisers relaas dus niet kan onderbouwen.
Lidmaatschap van de SLPP
6. Eiser betwist dat hij op onvoldoende wijze gedetailleerd inzicht heeft gegeven in de taken en verantwoordelijkheden die aan de functies zijn verbonden die eiser bij de genoemde partij heeft vervuld. Hij heeft tijdens het nader gehoor verklaard wat de taken zijn die verbonden zijn aan de betreffende functies in de partij. Voor eiser is niet duidelijk wat eiser dan in de optiek van de minister gedetailleerd had kunnen verklaren over de door hem vervulde rollen binnen de SLPP. Eiser benadrukt dat hij niet de secretaris was. Eiser had daarom geen administratieve taken. De minister heeft te veel met een westerse blik gekeken naar eisers relaas.
6.1.
De minister stelt daarentegen dat eiser slechts vaag en summier verklaard over zijn politieke activiteiten. Als voorzitter binnen een partij voor een hele zone mag van eiser worden verwacht dat hij uitgebreid, persoonlijk en gedetailleerd verklaart over zijn werkzaamheden binnen de partij. Eiser heeft echter summier, algemeen en onpersoonlijk verklaard en geen inzicht gegeven in zijn werkzaamheden en rol binnen de partij. De minister benadrukt dat aan eiser meermaals de kans is gegeven om hierover te verklaren. Eiser blijft echter vaag in zijn antwoorden. Eiser zegt dat hij voorzitter was en dat het zijn werk was om te coördineren en samen te brengen. Eiser deed dit door samen met zijn collega’s te bedenken hoe zij de massa konden bereiken, maar licht verder niet toe hoe zij dan zoveel mensen bij elkaar brachten en wat zijn precieze rol en verantwoordelijkheden waren. De antwoorden zijn te algemeen en beschrijvend van aard gebleven. Een persoonlijke verklaring houdt in dat eiser zijn eigen rol en bijdrage gedetailleerd toelicht, ondersteund met voorbeelden van wat hij zelf heeft gedaan en ervaren. Daarentegen blijven zijn verklaringen steken op abstracte termen als “coördineren” en “mensen bijeenbrengen”, zonder dat duidelijk wordt op welke wijze dit gebeurde en wat eiseres persoonlijke inbreng precies was.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte aan eiser tegenwerpt dat hij slechts vaag en summier verklaard over zijn politieke activiteiten. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de verantwoordelijkheid bij eiser rust om zijn verklaringen met de nodige precisie en details te onderbouwen. Het uitblijven van een gedetailleerde en persoonlijke toelichting op cruciale onderdelen van zijn relaas maakt dat de minister niet ten onrechte concludeert dat eisers politieke activiteiten niet aannemelijk zijn gemaakt. De rechtbank acht daarbij relevant dat in het gehoor is uitgebreid doorgevraagd en dat eiser meermaals de gelegenheid heeft gehad om zijn activiteiten concreet te maken. Eiser heeft ook in beroep zijn persoonlijke ervaringen en werkzaamheden niet toegelicht en de minister concludeert daarom niet ten onrechte dat de summiere, onpersoonlijke en abstracte aard van de verklaringen van eiser over zijn politieke activiteiten afbreuk doen aan de geloofwaardigheid daarvan. Dat de minister te veel door een westerse bril naar de politieke activiteiten van eiser zou kijken, volgt de rechtbank niet.
Conclusie
7. Gelet hierop heeft de minister kunnen concluderen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. De minister heeft daarom kunnen concluderen dat de problemen die voortvloeien uit eisers politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.