ECLI:NL:RBDHA:2026:13504

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
704114
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 479h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opheffing executoriaal beslag en voortzetting openbare veiling vorderingen

TDSL vordert in kort geding de opheffing van het executoriaal beslag dat gedaagde op haar vorderingen heeft gelegd, dan wel subsidiair de schorsing van de aangekondigde openbare verkoop van deze vorderingen. Het beslag betreft vorderingen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst en een lopende procedure over onbetaald salaris en vermeende onrechtmatige gedragingen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag niet in strijd is met het bepaalbaarheidsvereiste en dat er geen sprake is van misbruik van recht of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid door gedaagde. Gedaagde heeft een zwaarwegend belang bij de executie omdat hij zijn achterstallige salaris nog niet heeft ontvangen en financiële problemen ondervindt.

TDSL heeft geen minder bezwarende executiemethode aangevoerd en ook geen schorsing van de executie gevorderd in de lopende hoger beroepsprocedure. De openbare veiling staat open voor bieders, waaronder TDSL zelf. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van TDSL af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek van TDSL af en staat de openbare veiling van de beslagen vorderingen toe.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel – voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/704114 / KG ZA 26-443
Vonnis in kort geding van 19 mei 2026
in de zaak van
TDSL NEDERLAND B.V., te Den Haag,
eiseres,
advocaat: mr. P. Obbeek,
tegen
[gedaagde], te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat: mr. S.S. Mollova.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘TDSL’ en ‘[gedaagde]’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 mei 2026, met producties 1 t/m 4;
- de akte eiswijziging van TDSL;
- de akte nadere producties van TDSL, met producties 5 t/m 7 en een (nieuwe) productie 1;
- de op 13 mei 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitnotities van TDSL;
- de pleitnotities van [gedaagde], met producties 1 t/m 3.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
[gedaagde] heeft in een bij dagvaarding van 2 december 2024 tegen TDSL aanhangig gemaakte procedure bij de kantonrechter van deze rechtbank vorderingen ingesteld in verband met (onder meer) te weinig betaald salaris.
2.2.
Bij vonnis van 15 oktober 2025 heeft de kantonrechter TDSL in conventie veroordeeld tot betaling van € 73.632,22 aan achterstallig salaris, wettelijke verhoging en vakantietoeslag, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De kantonrechter heeft de reconventionele vorderingen die TDSL had ingesteld in verband met een volgens haar verschuldigde contractuele boete, afgewezen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. TDSL heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld, dat thans aanhangig is.
2.3.
Bij dagvaarding van 31 oktober 2025 en het daaropvolgende herstelexploot van 2 december 2025 heeft TDSL € 250.000,- gevorderd van [gedaagde] in verband met de haars inziens door [gedaagde] verschuldigde boetes, omdat [gedaagde] zich na het beëindigen van zijn dienstverband volgens TDSL bedrijfsdata van TDSL zou hebben toegeëigend en daarmee onrechtmatig zou hebben gehandeld jegens TDSL. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en de procedure staat voor vonnis op de rol op 4 juni 2026.
2.4.
Bij verzoekschrift van 17 december 2025 heeft TDSL verzocht conservatoir eigenbeslag te leggen ten laste van [gedaagde]. Op 30 december 2025 heeft de voorzieningenrechter TDSL en [gedaagde] en hun advocaten hierover gehoord. De voorzieningenrechter heeft het verzochte verlof bij beschikking van 9 januari 2026 afgewezen. Het hof heeft deze beschikking in het door TDSL ingestelde appel bij beschikking van 28 april 2026 bekrachtigd. Zowel de voorzieningenrechter als het gerechtshof hebben geoordeeld dat TDSL haar vordering niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
2.5.
Bij exploot van 13 april 2026 heeft [gedaagde] ten laste van TDSL executoriaal beslag doen leggen op “
alle (gepretendeerde) huidige vorderingen, uit welke hoofde dan ook, en alle (gepretendeerde) toekomstige vorderingen uit welke hoofde dan ook en welke voortvloeien uit hoofde van een of meer en tijde van dit exploot bestaande rechtsverhoudingen, van gerekwireerde op rekwirant”. Bij dit exploot is onder meer aangezegd dat de executoriale verkoop van de in beslag genomen vorderingen in het openbaar geschiedt op 18 juni 2026 om 10.00 uur.
2.6.
Bij exploot van 20 april 2026 is onder meer aangezegd dat de executoriale verkoop van de in beslag genomen vorderingen in het openbaar geschiedt op 20 mei 2026 om 10.00 uur en dat de TDSL deze verkoop slechts kan voorkomen door uiterlijk een week voor de vastgestelde verkoop een bedrag van € 89.559,10 aan [gedaagde] te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
TDSL vordert – zakelijk weergegeven en na eiswijziging – primair opheffing van het door [gedaagde] op 13 (en 20) april 2026 ten laste van TDSL gelegde executoriale (eigen)beslag, en subsidiair schorsing van de aangekondigde openbare verkoop van de beslagen vorderingen van TDSL op 20 mei 2026, met veroordeling van [gedaagde] in de (daadwerkelijke) proceskosten.
3.2.
Daartoe voert TDSL – samengevat – het volgende aan. Het beslag is in strijd met het bepaalbaarheidsvereiste, nu op basis van het beslagexploot niet is vast te stellen op welke vorderingen [gedaagde] beslag wenst te leggen. Het beslag zal [gedaagde] bovendien niets opleveren, omdat bij openbare verkoop geen interesse zal bestaan voor het verwerven van de vorderingen. Hiermee zal de opbrengst zeer beperkt zijn, terwijl TDSL door het beslag wordt geschaad omdat zij daardoor haar vorderingen op [gedaagde] kwijtraakt. Hierdoor is het beslag naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en [gedaagde] maakt misbruik van recht, aldus TDSL.
3.3.
[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
De executoriale verkoop van de vorderingen van TDSL op [gedaagde] is bepaald op 20 mei 2026 om 10.00 uur. Het spoedeisend belang van TDSL bij haar vorderingen is daarmee gegeven.
4.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat aangekondigde executie – een openbare veiling van de vorderingsrechten van TDSL op [gedaagde] – geen misbruik van recht of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid aan de zijde van [gedaagde] oplevert. De voorzieningenrechter licht dit oordeel als volgt toe.
4.3.
Een schuldenaar – in dit geval TDSL – staat als regel met haar gehele vermogen in voor de voldoening van haar schulden. TDSL weigert de veroordelingen in conventie in het vonnis van de kantonrechter van 15 oktober 2025 na te komen, hoewel het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Ter zitting heeft de advocaat van [gedaagde] toegelicht dat [gedaagde] alle mogelijke moeite heeft gedaan om het vonnis te executeren, maar dat hij steeds achter het net vist. Zo is namens [gedaagde] aangevoerd – en TDSL heeft dit niet weersproken – dat [gedaagde] derdenbeslagen heeft gelegd onder twee banken en vijf vaste relaties van TDSL, maar dat geen van deze beslagen doel heeft getroffen. Bovendien is ter zitting gebleken dat de onderneming van TDSL doordraait, maar dat TDSL – zo heeft de advocaat van [gedaagde] onweersproken aangevoerd – geen facturen stuurt naar haar debiteuren, kennelijk om te voorkomen dat [gedaagde] met succes derdenbeslagen kan leggen. De advocaat van [gedaagde] heeft voorts toegelicht dat [gedaagde] het in deze procedure aan de orde zijnde executoriaal artikel 479h Rv-beslag als een laatste strohalm ziet om (een deel van) de in het vonnis van de kantonrechter toegewezen loonvordering betaald te krijgen.
4.4.
Vastgesteld kan worden dat TDSL geen schorsing van de executie heeft gevorderd, noch in een executiegeschil in kort geding, noch in een incident in het hoger beroep dat TDSL tegen het vonnis van de kantonrechter heeft ingesteld. Verder heeft TDSL niet gesteld dat een voor haar minder bezwarende wijze van executie (dan de aangekondigde veiling van de gepretendeerde vorderingen van TDSL op [gedaagde]) voorhanden is. TDSL heeft ook niet gesteld dat de beoogde wijze van openbare verkoop van de vorderingen met onvoldoende waarborgen voor een zo hoog mogelijke opbrengst is omkleed. Het staat eenieder vrij om mee te bieden bij de verkoop, ook TDSL. De voorzieningenrechter volgt TDSL niet in haar visie dat het hoger beroep wordt gefrustreerd door de geplande veiling, omdat de koper ter veiling (voor zover TDSL niet de koper is) in die procedure desgewenst in de positie van TDSL kan treden.
4.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] een zwaarwegend belang heeft bij het voortzetten van de executie. Ter zitting heeft [gedaagde] onbestreden gesteld dat hij in financiële moeilijkheden is gekomen doordat zijn salaris niet werd uitbetaald door TDSL en dat hij een nieuwe baan heeft moeten zoeken. Thans heeft hij zijn achterstallige salaris nog steeds niet uitbetaald gekregen, zodat hij er groot belang bij heeft dat zijn vordering wordt voldaan voordat hij in een eventuele appelprocedure verdere kosten moet maken, voor welke kosten hij op TDSL – gelet op de opstelling van TDSL tot nu toe – (wederom) geen verhaal zal vinden.
4.6.
TDSL heeft verder betoogd dat er sprake is van een ‘onbepaalbare’ vordering, maar de voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Vaststaat in ieder geval dat TDSL meent een vordering op [gedaagde] te hebben van € 250.000,- en dat hierover inmiddels een procedure loopt bij de kantonrechter; dat is een geconcretiseerde vordering waarover in het kader van de openbare verkoop aan geïnteresseerden duidelijke informatie kan worden verstrekt. Verder betreft de executie al hetgeen TDSL verder nog uit hoofde van bestaande rechtsverhoudingen op [gedaagde] te vorderen heeft of zal krijgen. Ter zitting is duidelijk geworden dat TDSL eerder aan [gedaagde] heeft verklaard nog meer te vorderen te hebben uit hoofde van de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] en dat zij dus mogelijk nog meer vorderingen zal instellen tegen [gedaagde], zonder daarvoor concrete elementen te noemen. Duidelijk is dat het bij de vorderingen steeds gaat om vorderingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst zoals die tussen partijen bestaat c.q. heeft bestaan. De (gepretendeerde) vorderingen van TDSL op [gedaagde] zijn aldus niet op een exact bedrag te bepalen, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze vorderingen wel voldoende bepaalbaar.
4.7.
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat de openbare verkoop van (gepretendeerde) vorderingen mogelijk niet veelvoorkomend is en het mede daardoor ongewis is hoeveel animo er zal zijn voor de openbare verkoop. Mede gezien de positie waarin [gedaagde] verkeert als gevolg van het feit dat TDSL weigert een uitvoerbaar bij voorraad verklaard rechterlijk vonnis na te komen kan niet gezegd worden dat [gedaagde] met deze executie(wijze) van het enige door hem gevonden vermogensbestanddeel van TDSL misbruik van bevoegdheid maakt.
4.8.
De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van TDSL tot opheffing van het beslag zal worden afgewezen.
4.9.
TDSL is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.707,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van TDSL af,
5.2.
veroordeelt TDSL in de proceskosten van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als TDSL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
3516