Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13511

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
SGR 24/6813
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19aa ZWArt. 19ab ZWArt. 629 Boek 7 BWArt. 76a ZW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling

Eiser maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering door het UWV, omdat hij de medische en arbeidskundige beoordelingen onzorgvuldig en onjuist vond. Hij stelde dat de ernst van zijn polyneuropathie onvoldoende was onderzocht en dat de geduide functies niet passend waren, mede vanwege een onjuist vastgesteld opleidingsniveau.

De rechtbank oordeelde dat het UWV de uitkering terecht had beëindigd. De verzekeringsartsen hadden eiser lichamelijk en psychisch onderzocht en de ernst van zijn aandoeningen zorgvuldig beoordeeld. Er was geen aanleiding voor aanvullend specialistisch onderzoek. De arbeidsdeskundige had de functies passend gemotiveerd en het opleidingsniveau juist vastgesteld op MBO 1-niveau.

De rechtbank concludeerde dat de rapporten van het UWV zorgvuldig en zonder tegenstrijdigheden waren opgesteld en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom deze onjuist zouden zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6813

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)¸

verweerder
([gemachtigde 1]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
V-NOM Project- & Interimmangement B.V.uit Rotterdam, (ex-werkgever)
([gemachtigde 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Eiser is het daar niet mee eens. Hij vindt de medische beoordeling onzorgvuldig en onjuist, de arbeidskundige beoordeling onjuist en de geduide functies niet passend. Aan de hand van wat eiser in beroep tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd, beoordeelt de rechtbank of de besluitvorming van het Uwv juist is.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de besluitvorming juist is en dat het Uwv terecht de uitkering van eiser heeft beëindigd. Eiser krijgt dus geen gelijk en zijn beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

2. Eiser werkte op uitzendbasis als kozijnmonteur voor gemiddeld 40,75 uur per week. Hij heeft zich op 1 november 2022 ziekgemeld met voet- en rugklachten. Per 1 november 2022 ontving eiser een ZW-uitkering van zijn ex-werkgever, die eigen risicodrager is voor de ZW.
2.1.
In het kader van de Eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) hebben de primaire verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzoek gedaan. Het Uwv heeft vervolgens bij besluit van 10 november 2023 de ZW-uitkering van eiser met ingang van 11 december 2023 beëindigd, omdat hij met de geduide functies meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.
2.2.
In het besluit van 16 juli 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan liggen het rapport van de verzekeringsarts bezwaar & beroep (b&b) van 3 juli 2024 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 15 juli 2024 ten grondslag.
2.3.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.4.
De ex-werkgever heeft verklaard als derde-partij aan het geding te willen deelnemen.
2.5.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Gronden eiser

3. Eiser voert aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts b&b heeft namelijk ten onrechte geen aanvullend specialistisch onderzoek uitgevoerd om de ernst van de polyneuropathie vast te stellen. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is een beperking aangenomen voor tillen tot maximaal 10 kilogram. Eiser heeft echter moeite met tillen en lopen vanwege pijn en gevoelsstoornissen. Herhaalde of langdurige tilactiviteiten kan eiser daarom niet verrichten. Hierdoor is hij niet in staat om de functie ”textielproductenmaker’’ (SBC-code 111160) uit te oefenen. Ook de andere geduide functies zijn niet passend door eisers gezondheidsproblemen. Daarnaast is het opleidingsniveau onjuist vastgesteld. Eiser heeft slechts een deel van een MBO 1-opleiding afgerond zonder diploma. Functies die een hoger opleidingsniveau vereisen zijn daarom niet passend.

Standpunt verweerder

4. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat eiser zowel door de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts b&b lichamelijk is onderzocht. Uit hun rapportages blijkt dat er uitgebreid rekening is gehouden met de beenklachten als gevolg van polyneuropathie. Hiervoor werden beperkingen aangenomen, maar niet in de mate zoals eiser ze claimde, wat is toegelicht in de rapportages. Tijdens de hoorzitting bleek dat eiser voor deze klachten niet is verwezen naar een specialist/neuroloog, waardoor geen verdere medische gegevens te verkrijgen waren. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapportage ook toegelicht dat een lichte overschrijding van 10 kilogram tillen toelaatbaar is. De arbeidsdeskundige b&b heeft in haar rapportage uitgebreid en duidelijk gemotiveerd waarom de geduide functies passend zijn. Ook heeft de arbeidsdeskundige b&b telefonisch overleg gehad met eiser over zijn gevolgde opleidingen. Het was voor de arbeidsdeskundige b&b helder welke opleidingen eiser wel en niet heeft afgemaakt. Vanwege de opleidingseisen heeft de arbeidsdeskundige b&b juist enkele functies laten vervallen.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv terecht de ZW-uitkering van eiser heeft beëindigd.
5.1.
Op grond van artikel 19aa van de ZW heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Pro Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van deze wet, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde, indien de verzekerde:
a. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19; en
als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur
5.2.
Op grond van artikel 19ab van de ZW wordt het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in artikel 19aa, vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
5.3.
Het Uwv mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de rapporten moeten voldoende duidelijk zijn. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze voorwaarden voldoen.
Zorgvuldigheid
6. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. De primaire verzekeringsarts heeft eiser op het spreekuur gezien waarbij zij een psychisch en lichamelijk onderzoek heeft verricht. Haar bevindingen heeft zij opgenomen in het rapport van 3 oktober 2023. In bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b dossierstudie heeft verricht, de hoorzitting bijgewoond en eiser aanvullend lichamelijk en psychisch onderzocht. Zijn bevindingen heeft hij opgenomen in het rapport van 3 juli 2024. Daaruit blijkt dat hij bij het lichamelijk onderzoek de ernst van de polyneuropathie heeft beoordeeld. Uit de rapporten van beide verzekeringsartsen blijkt dat zij alle genoemde klachten van eiser, waaronder de polyneuropathie, hebben betrokken in hun beoordeling. In hetgeen eiser, zonder medische onderbouwing, heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de verzekeringsarts b&b een aanvullend specialistisch onderzoek had moeten laten verrichten om de ernst van de polyneuropathie vast te stellen.
Medische beoordeling
7.1.
De primaire verzekeringsarts heeft in haar rapport overwogen dat eiser (duurzaam) benutbare mogelijkheden heeft met beperkingen op grond van lichamelijke problematiek. De primaire verzekeringsarts heeft ten aanzien van de beenklachten van eiser overwogen dat de ernst van de belemmeringen wisselend is en niet helemaal plausibel bij de aandoening. In verband met de polyneuropathie en diabetes mellitus heeft de verzekeringsarts beperkingen aangenomen voor trillingsbelasting, tillen en dragen in staande of lopende houding, lopen tijdens werk, trappenlopen, klimmen, knielen of hurken, staan tijdens het werk, geknield of gehurkt actief zijn, nachtdiensten en onregelmatige werktijden. Een beperking in duurbelastbaarheid is niet aan de orde.
7.2.
De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport geconcludeerd dat er geen aanleiding is om aanvullende beperkingen aan te nemen. Eiser is bekend met gevoelsstoornissen in de benen (links meer dan rechts) bij diabetes mellitus type II, waarvan wordt aangenomen dat deze het gevolg zijn van polyneuropathie. Bij lichamelijk onderzoek is er geen sprake van krachtsverlies of areflexie, waardoor de polyneuropathie niet als ernstig geclassificeerd kan worden. Er zijn geen aanwijzingen voor andere complicaties van de diabetes. Daarbij zijn er aspecifieke rugklachten zonder aanwijzingen voor zenuwbeknelling vanuit de rug. De rugklachten kunnen niet verklaard worden op basis van de polyneuropathie, maar hangen daar hooguit indirect mee samen door bijvoorbeeld een verkeerde houding. Wat betreft de diabetes schommelen de glucosewaarden wat, maar er is nog geen aanleiding gezien tot aanvullende behandelstappen. Kennelijk zijn de bloedsuikerschommelingen hiervoor niet groot genoeg. Daarnaast zijn nog aanvullende leefstijlmaatregelen/gewichtsvermindering mogelijk om tot betere regulering te komen. Ten aanzien van de belastbaarheid heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat de polyneuropathie niet zo ernstig is dat deze zich uit in krachtsvermindering, waardoor pedaalbediening wel mogelijk is en het dragen van zwaardere werkschoenen mogelijk moet zijn. Tillen is in de FML beperkt tot 10 kilogram. Een lichte overschrijding is daarbij wel toelaatbaar. Daarbij moet worden bedacht dat de grootste belasting voortkomt uit eisers overgewicht dat een continue belasting vormt van veel meer dan 10 kg.
7.3.
Eiser heeft zijn standpunt met betrekking tot de medische beoordeling niet onderbouwd met medische stukken. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling en is van oordeel dat de verzekeringsarts b&b de medische belastbaarheid van eiser in zijn rapport op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. Het Uwv heeft de beoordeling door de verzekeringsarts b&b aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen.
Arbeidskundige beoordeling
8.1.
De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 15 juli 2024 de geduide functies heroverwogen en gemotiveerd waarom de geselecteerde functies, op één functie na, passend zijn voor eiser. Het gaat om de functies textielproductenmaker (excl. vervaardigen textiel) (SBC-code 111160), snackbereider (handmatig) (SBS-code 111071) en telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173).
8.2.
Ten aanzien van de functie textielproductenmaker (excl. vervaardigen textiel) (SBC-code111160) heeft de arbeidsdeskundige b&b overwogen dat de verzekeringsarts b&b heeft aangegeven dat een lichte overschrijding van 10 kilo dragen toelaatbaar is. Bovendien blijkt uit de systematiek van het CBBS dat alle functies, waarin tot en met 2 minuten aaneengesloten tot en met 10 kilo gedragen moet worden, zonder meer worden geaccepteerd. Indien er sprake is van meer dan 10 kilo dragen gedurende deze periode, geeft het CBBS een signalering. Dat is hier niet het geval; het te dragen gewicht is daarom niet zwaarder dan 10 kilo. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige b&b hiermee de geschiktheid van deze functie voldoende heeft gemotiveerd.
8.3.
Met betrekking tot het opleidingsniveau van eiser heeft de arbeidsdeskundige b&b vermeld dat zij op 10 juli 2024 telefonisch contact heeft gehad met eiser over zijn gevolgde opleidingen. Eiser deelde mee dat hij één jaar VMBO basisopleiding heeft gedaan. Na één jaar is hij gestopt en heeft hij een MBO 1-opleiding gevolgd en afgerond met een diploma. Daarna is hij tweemaal gestart met een MBO 2-opleiding, maar deze opleidingen heeft hij alleen het eerste jaar gevolgd. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser een MBO 1-opleiding heeft afgerond met een diploma. Hij is immers tweemaal begonnen met een MBO 2-opleiding, wat alleen mogelijk is met een VMBO-diploma, dat eiser niet heeft, of met een MBO 1-diploma. De arbeidsdeskundige b&b heeft dus terecht het opleidingsniveau van eiser gebaseerd op een MBO 1-diploma en de geselecteerde functies daarop aangepast.
8.4.
Eiser heeft geen specifieke gronden aangevoerd ten aanzien van de overige door de arbeidsdeskundige b&b geselecteerde functies. Uitgaande van de juistheid van de FML ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de geschiktheid van eiser voor de geduide functies. Met deze functies is eiser in staat meer dan 65% te verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Het Uwv heeft daarom terecht de ZW-uitkering beëindigd.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Çakir, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.