ECLI:NL:RBDHA:2026:13518
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Nigeriaanse asielzoeker wegens gebrek aan nieuwe feiten
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 15 januari 2026 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 9 februari 2026 niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe elementen had aangevoerd die relevant waren voor de beoordeling van de aanvraag.
Eiser stelde in beroep dat er wel nieuwe feiten waren, waaronder zijn bekering tot het christendom en bedreigingen, en voerde meerdere beroepsgronden aan zoals het ontbreken van gerichte vragen over zijn afvalligheid, zijn slechte gezondheidstoestand tijdens het gehoor, het ontbreken van een tolk in zijn moedertaal en onzorgvuldigheid bij het besluitvormingsproces.
De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet slaagden. Er was wel degelijk naar zijn bekering gevraagd, er was geen bewijs van hevige stress die zijn verhoor belemmerde, het gebruik van een tolk was niet noodzakelijk geacht en het besluit was weliswaar prematuur genomen maar dit had eiser niet geschaad. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.