Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Voldoet het bestuur van Stichting Islamitisch Onderwijs aan de wettelijke eisen voor goed bestuur en intern toezicht (Artikel 3.1, 3.2 en 3.3. WVO 2020)?
Bewaakt het schoolbestuur van SIO dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen (Artikel 2.91, lid a, WVO 2020)?
Stuurt het bestuur op verbetering van het onderwijs en de organisatie van het onderwijs wanneer dat nodig is (Artikel 2.91, lid b, WVO 2020)?
Zorgt het bestuur voor een goed functionerende medezeggenschap overeenkomstig de Wet medezeggenschap op scholen en de daarop aanvullende bepalingen in de WVO 2020?
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
Zorgt het bestuur voor een goed functionerende medezeggenschap overeenkomstig de Wet medezeggenschap op scholen en de daarop aanvullende bepalingen in de WVO 2020?) ‘merkwaardig’ zou zijn omdat de zorg voor een goed functionerende medezeggenschap geen relatie met de kwaliteit van onderwijs zou hebben, wordt eveneens niet gevolgd. De Inspectie heeft gemotiveerd toegelicht dat een medezeggenschapsraad naar vermogen openheid en onderling overleg in de school bevordert, dat dit ook onderwijskundig beleid betreft en daarmee ook verbetering van de onderwijskwaliteit. Ook ten aanzien van deze deelvraag geldt dat het niet onbegrijpelijk en naar voorshands oordeel niet onredelijk is dat de Inspectie deze in het onderzoeksvoorstel heeft opgenomen, ook indien de Inspectie geen aanwijzing heeft dat de medezeggenschap niet functioneert.