ECLI:NL:RBDHA:2026:13592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving deze aanvraag op 25 september 2024 en moest in beginsel binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 25 maart 2026 lag.
Eiser stelde de minister op 25 februari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. Omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken, oordeelde de rechtbank dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Hierdoor was het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 24 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.