Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond met een terugkeerbesluit. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 21 januari 2026. Gezien de inhoud van de uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.49357) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel werd vastgesteld dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van proceskosten van € 934,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, vanwege samenhang met de beroepszaak en reeds toegekende punten voor het verschijnen ter zitting.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. van Luijk en is openbaar gemaakt op 28 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.