Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Proces- en zaaksverloop
2.1. Op 12 oktober 2016 is eiser met onbekende bestemming vertrokken. Bij brief van 27 april 2017 heeft zijn toenmalige gemachtigde bericht te hebben vernomen dat eiser een meisje achterna is gereisd naar Griekenland. De minister heeft met het besluit van 4 mei 2017 de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Beoordeling door de rechtbank
8 april 2024 ook gebeurd.
“Als de vreemdeling stelt te vrezen te hebben voor vervolging wegens dienstweigering of desertie toetst de IND eerst of de vreemdeling dienst heeft geweigerd of is gedeserteerd omdat hij vreesde anders te moeten deelnemen aan oorlogsmisdrijven (…). Pas als daarvan geen sprake is, toetst de IND of dienstweigering of desertie leidt tot onevenredige of discriminatoire bestraffing dan wel of deze voortkomt uit onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienst of andere diepgewortelde overtuiging. Het feit dat die vreemdeling weigert zijn militaire dienst te vervullen of is gedeserteerd en in verband hiermee bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger, is voor de IND op zichzelf onvoldoende om als daad van vervolging aan te merken.”
“Afgezien van het feit dat de dienstplicht in het controlegebied van de overgangsregering was opgeheven, was er in de verslagperiode nog niet veel bekend over de regels en procedures rondom rekrutering voor het leger (…). Volgens president Al-Sharaa en minister van Defensie Abu Qasra waren er voldoende vrijwilligers voor het leger (blz. 33). (…) Volgens een bron waren er in het DAANES-gebied geen ontwikkelingen op het gebied van de militaire dienstplicht (blz. 36).”
6.5. Eiser heeft in beroep verwezen naar door Vluchtelingenwerk verzamelde landeninformatie van 4 augustus 2025 (over rekrutering en dienstweigering in SDF-gebied). Daarbij is op blz. 10 onder meer informatie opgenomen van de European Union Agency for Asylum (EUAA) van juni 2025, waarin is onderstreept dat
“the risk of forced recruitment as such may not generally imply a nexus to a reason for persecution.”.
a) de doodstraf of executie; of
b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst [1] ; of
c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
- een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger;
- als gevolg van willekeurig geweld;
- in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
“Given the impact of the March 2025 agreement on the security situation reflected in the low number of civilian fatalities in comparison with the number prior to the said agreement, the pattern of violence that appears to be mostly targeted, the decline of the number of security incidents after a peak in January and February 2025, and the number of returnees, it can be concluded that indiscriminate violence takes place in the governorate of Raqqa, however not at a high level.”
9 december 2025 en het bestreden besluit te vernietigen. In het ter zitting gedane beroep op artikel 3 van Pro het EVRM ziet de rechtbank, gelet op de daarbij gegeven onderbouwing, evenmin aanleiding het besluit te vernietigen. Deze beroepsgrond slaagt niet.