ECLI:NL:RBDHA:2026:1364

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
686209
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:228 BWArt. 6:230 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens schending mededelingsplicht en exoneratieclausule bij woningverkoop

Eisers kochten een woning met twee aanbouwen van gedaagden en ontdekten na levering gebreken aan de aanbouwen, met name verzakkingen. Eisers stelden dat gedaagden hun mededelingsplicht hadden geschonden en wilden schadevergoeding of ontbinding van de koopovereenkomst.

Gedaagden verwezen naar een exoneratieclausule in de koopovereenkomst die hen vrijstelde van aansprakelijkheid voor gebreken, mede omdat een bouwkundige keuring was uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat deze clausule een ruime vrijwaring inhoudt en ook op de aanbouwen van toepassing is.

De rechtbank stelde vast dat gedaagden de vragen van eisers naar beste weten hadden beantwoord en dat eisers zelf een bouwkundige keuring hadden laten uitvoeren die hen op mogelijke gebreken wees. Hierdoor rustte een onderzoeksplicht op eisers, die zij niet hadden verzaakt.

De rechtbank concludeerde dat gedaagden hun mededelingsplicht niet hadden geschonden en dat de exoneratieclausule terecht werd ingeroepen. De vorderingen van eisers werden afgewezen, inclusief hun subsidiaire beroepen op dwaling en non-conformiteit. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vorderingen van eisers wegens gebreken aan de aanbouwen worden afgewezen; exoneratieclausule is van toepassing en mededelingsplicht is niet geschonden.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/686209 / HA ZA 25-492
Vonnis van 21 januari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van

1.[eisers sub 1] te [woonplaats],2. [eisers sub 2] te [woonplaats],

eisers,
advocaat: mr. B. Bink te Rotterdam,
tegen

1.[gedaagden sub 1] te [woonplaats],2. [gedaagden sub 2] te [woonplaats],

gedaagden,
advocaat: mr. M.J.S. Spanjersberg te Zoetermeer.
Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd.

1.Waar gaat deze zaak over?

1.1.
[eisers] hebben een woning gekocht van [gedaagden] Na de levering van de woning ontdekten [eisers] gebreken aan de aanbouwen van de woning. [eisers] willen de schade vergoed krijgen van [gedaagden], omdat [eisers] van mening zijn dat [gedaagden] hun mededelingsplicht hebben geschonden en daarom geen beroep kunnen doen op de exoneratieclausule van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst. [gedaagden] betwisten dat zij hun mededelingsplicht hebben geschonden en beroepen zich op de exoneratieclausule van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst.
1.2.
Het vonnis is als volgt opgebouwd. De rechtbank noemt eerst welke stukken door partijen zijn ingediend en hoe de procedure is verlopen. Dan volgt een beschrijving van de feiten en omstandigheden die voor de beoordeling van de zaak relevant zijn en waarover partijen het eens zijn. Vervolgens vat de rechtbank de vorderingen samen die zijn ingesteld en de juridische argumenten die partijen over en weer naar voren hebben gebracht. Daarna volgt de beoordeling van die vorderingen. Het vonnis wordt afgesloten met de beslissingen op de vorderingen.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 22 mei 2025, met producties 1 tot en met 22;
  • de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 3;
  • het e-mailbericht van [eisers] van 4 december 2025 met foto’s en video’s behorend bij de dagvaarding.
2.2.
Op 8 december 2025 heeft de mondelinge behandeling (hierna: zitting) van de zaak plaatsgevonden. Daarbij waren [eisers sub 1] en [gedaagden] aanwezig, bijgestaan door hun advocaat. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting is besproken.

3.De feiten

3.1.
Op 8 december 2023 hebben [eisers] de woning van [gedaagden] aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) bezichtigd. Tegen de woning zijn twee aanbouwen gerealiseerd: een ‘grote aanbouw’ als verlenging van de woonkamer en een ‘smalle aanbouw’ als verlenging van de keuken.
3.2.
Kort voor de bezichtiging hebben [eisers] de beschikking gekregen over de NVM Vragenlijst over de woning, versie 2023 (hierna: de vragenlijst 2023). [gedaagden] hebben in de vragenlijst 2023 bevestigend geantwoord op de vraag “5. Vloeren, plafonds en wanden e Is er sprake (geweest) van gebreken aan de vloerconstructie, zoals scheve, doorbuigende, krakende, beschadigde en/of aangetaste vloerdelen?” Op de vervolgvraag “Zo ja, waar?” hebben [gedaagden] geantwoord:
“vloer ongelijk aanbouw gedeelte (onder eettafel) maar fundering is goed bevonden.”
3.3.
Bij e-mail van 11 december 2023 hebben [eisers] een bod van € 415.000 op de woning uitgebracht. Hierbij hebben zij aangegeven graag een bouwkundig onderzoek te laten verrichten voordat ze de koopovereenkomst tekenen. Later die dag hebben [gedaagden] het bod geaccepteerd en het rapport van de bouwkundige keuring uit 2017 aan [eisers] gestuurd.
3.4.
In het rapport van de bouwkundige keuring uit 2017 staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
Onderbouw
Kruipruimte
(…)
Opmerking inspecteur: De kruipruimte is niet toegankelijk. Hierdoor is geen beoordeling te geven van bodemafsluiting, opgaande wanden, begane grondvloer en eventuele leidingen. Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te voeren naar de staat van deze onderdelen.”
Interieurconstructie
Begane grondvloer - steenachtig
(…)
Gebrek: Hellend
(…)
Opmerking inspecteur: Het vloerveld van de vloer is hellend en/of vertoont niveauverschil(len). Een en ander kan te maken hebben met de in het verleden uitgevoerde verbouwingen/aanpassingen in de woning.
Bij het verwijderen van de vloerbedekking kunnen gebreken zichtbaar worden.
T.t.v. de keuring zijn er geen indicaties waargenomen die op een actieve zetting wijzen.”
3.5.
Bij e-mail van 13 december 2023 hebben [eisers] aanvullende vragen aan [gedaagden] gesteld en daarbij de volgende mededeling gedaan:
“Wij zijn echt razend enthousiast over het huis. U moet ook zeker niet zenuwachtig worden
ten aanzien van de verkoop. Ongeacht de antwoorden op de vragen zou ik alsnog graag
doorgaan. Het lijkt misschien alsof ik heel kritisch ben nog ten opzichte van het kopen van
het huis maar dat is helemaal niet zo.”
3.6.
Op 14 december 2023 hebben [gedaagden] de aanvullende vragen van [eisers] in hetzelfde e-mailbericht in rood lettertype beantwoord. De hier relevante vragen en antwoorden luiden als volgt:
Enkele vragen mbt de fundering
Wat voor fundering heeft de woning? Heipalen, type onbekend. Houten begane grond vloer.
Als bekend, wat voor fundering heeft de aanbouw? Onbekend, uitbouw is door vorige
eigenaar gerealiseerd met ook een houten begane grondvloer.
Is de kruipruimte helemaal niet toegankelijk of is het erg moeilijk om er in te komen? En
waar zouden we eventueel wel er in kunnen mocht dit in de toekomst nodig zijn? Verkoper
geeft aan dat de kruipruimte niet toegankelijk is en eigenlijk niet weet waar die zit.
Enkele vragen mbt de aanbouw
Is het bekend of er heipalen onder de aanbouw zijn geslagen? zie voorgaande antwoord.
Onbekend.
Zijn er in de afgelopen jaren tekenen geweest die wijzen op (verdere) verzakking van de
aanbouw? Volgens mondelinge verklaring van verkoper niet, zie ook de ingevulde
natwoorden op het inlichtingen formulier.”
3.7.
Op 27 december 2023 hebben [eisers] een bouwkundige keuring van de woning laten verrichten. Hieruit is, voor zover hier van belang, gebleken:
4.5 Buitengevels
(…)
Nadere informatie
Onderdeel Omschrijving
Uitbouw Ondanks de hellende vloervelden en schuin afgetimmerde plafonds interieurzijde is er geen sprake van instabiele fundatie gezien er geen scheurvorming zichtbaar is bij aangrenzende binnenmuren en buitengevels icm dakaansluiting achtergevel.”
4.8 Funderingen
(…)
Beoordelingswijze
De funderingen zijn visueel niet/beperkt zichtbaar en derhalve fysiek vrijwel niet te beoordelen,
zonder specialistisch onderzoek. Er wordt wel een relationeel verband gelegd tussen de kwaliteit van
de buitengevel en binnenmuren.
Scheurvormingen, verzakkingen en vervormingen kunnen indicaties zijn dat er gebreken bestaan aan
de funderingen. Niet bereikbare/niet zichtbare onderdelen zijn niet beoordeeld.”
4.10 Begane grondvloeren
Algemeen
Onder begane grondvloeren wordt verstaan: de verzameling van tot de draagconstructie van het gebouw behorende vloeren in rechtstreeks contact met de ondergrond/kruipruimte, gerekend vanaf de funderingsconstructie.
(…)
Conditiemeting NEN 2767
De kwaliteit van dit onderdeel is, op basis van de inspectieresultaten te waarderen met een NEN 2767 conditiescore: 9
Conditiescore 9 komt overeen met omschrijving: n.i.. Dit onderdeel is (te) beperkt inspecteerbaar.
(…)
Eenmalige werken (correctief)
Onderdeel Omschrijving
Algemeen Houten vloerconstructie is niet toegankelijk: geen abnormale doorvering, minimale ventilatievoorzieningen aanwezig, geen optrekkend vocht gemeten, voor 100% zekerheid is nader onderzoek nodig.”
3.8.
Na ontvangst van het rapport van de bouwkundige keuring van 27 december 2023 door [eisers] hebben partijen op 29 december 2023 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning. De koop is vastgelegd in een NVM Model koopovereenkomst voor een bestaande eengezinswoning (model 2023).
3.9.
In de koopovereenkomst zijn, voor zover relevant, de volgende bepalingen opgenomen:
artikel 6 Staat Pro van de onroerende zaak/ Gebruik
6.1.
De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze koopovereenkomst bevindt, derhalve met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, heersende erfdienstbaarheden en kwalitatieve rechten, zichtbare en onzichtbare gebreken en vrij van hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan. Koper aanvaardt deze staat en daarmee ook de op de onroerende zaak rustende publiekrechtelijke beperkingen voor zover dat geen 'bijzondere lasten' zijn.
(…)
6.3.
De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als:woonhuis met een berging.
Indien de feitelijke levering eerder plaatsvindt, zal de onroerende zaak op dat moment de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn.
Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn. Gebreken die het normale gebruik belemmeren en die aan koper bekend of kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst komen voor rekening en risico van koper.
Voor gebreken die het normale gebruik belemmeren en die niet aan koper bekend of kenbaar waren op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst is verkoper uitsluitend aansprakelijk voor de herstelkosten. Bij het vaststellen van de herstelkosten wordt rekening gehouden met de aftrek 'nieuw voor oud'.
Verkoper is niet aansprakelijk voor overige (aanvullende) schade, tenzij verkoper een verwijt treft.”
artikel 20 Ouderdomsclausule Pro
Koper verklaart bekend te zijn dat de onroerende zaak meer dan 60 jaar oud is, wat betekent dat de eisen die aan de bouwkwaliteit gesteld mogen worden lager liggen dan bij nieuwe woningen. In oudere woningen kunnen materialen verwerkt zijn die schadelijk zijn voor de gezondheid. Tenzij de verkoper de kwaliteit uitdrukkelijk gegarandeerd heeft, staat verkoper niet in voor de vloeren, de leidingen voor elektriciteit, water en gas, de riolering en de afwezigheid van doorslaand of optrekkend vocht.
In afwijking van artikel 6.3. van deze koopakte komt het geheel of ten dele ontbreken van een of meer eigenschappen van de onroerende zaak voor normaal en bijzonder gebruik en het eventueel anderszins niet-beantwoorden van de zaak aan de overeenkomst voor rekening en risico van koper.
Koper verklaart in de gelegenheid te zijn gesteld een bouwkundige keuring uit te laten voeren en verklaart genoegzaam kennis te hebben kunnen nemen van en bekend te zijn met de bouwkundige staat van onderhavig object.”
3.10.
De levering van de woning vond plaats op 2 april 2024.
3.11.
Vervolgens hebben [eisers] op 23 juli 2024 en 24 oktober 2024 door het Bureau voor de Bouwpathologie (hierna: het Bureau) deskundige onderzoeken laten verrichten naar de verzakking van de aanbouwen, de vloeren in de aanbouwen en de staat van het houtwerk aan de buitenzijde van de grote aanbouw.
3.12.
Met betrekking tot de verzakking van de aanbouwen heeft het Bureau het volgende geconstateerd:
“Er is geen verzakking van de aanbouw zelf waargenomen, althans van de gevels en het dak.”
3.13.
Verder heeft het Bureau via een gat van 30-35 centimeter in de vloer in de grote aanbouw waargenomen dat de vloer uit verschillende lagen bestaat. De vloeropbouw is als volgt: grond, (stamp)beton vloertje, keramische tegels, cementdekvloer, houtenbalken, houten plaatmateriaal, ophoogzand, (3 soorten) laminaat en afdekvloer laminaat. De oorspronkelijke vloer is in de loop van de tijd gaan verzakken en is enige scheefstand gaan vertonen. Daardoor heeft men in de loop van de tijd de vloer diverse keren opgehoogd om de vloer op hetzelfde niveau te tillen als in de rest van de woonkamer.
3.14.
In de smalle aanbouw heeft het Bureau een lichte scheefstand geconstateerd.
3.15.
Het Bureau heeft de herstelkosten voor de gebreken aan de vloer in de aanbouwen begroot op € 72.600.
3.16.
Na de bevindingen van het Bureau hebben [eisers] de keuken verwijderd en zijn ze begonnen met de sloop van de aanbouwen.

4.Het geschil

4.1.
[eisers] vorderen – na eisvermindering – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • primair: [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om een bedrag van € 72.600 aan [eisers] te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
  • subsidiair: de koopovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, in die zin dat de door [eisers] aan [gedaagden] reeds betaalde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 72.600, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
  • meer subsidiair: de koopovereenkomst wegens (wederzijdse) dwaling gedeeltelijk te vernietigen dan wel de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen in die zin dat de koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 72.600, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
  • nog meer subsidiair: de gevolgen van de koopovereenkomst te wijzigen, in die zin dat de koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 72.600, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag;
  • zowel primair als ((nog) meer) subsidiair: het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 april 2024, althans 21 november 2024, dan wel vanaf 22 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
  • zowel primair als ((nog) meer) subsidiair: [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
4.2.
[eisers] leggen aan hun vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. Volgens [eisers] zijn er gebreken aanwezig in de woning, waarvan [gedaagden] op de hoogte waren. Doordat [gedaagden] hierover geen mededeling hebben gedaan, hebben zij hun mededelingsplicht geschonden en zijn ze aansprakelijk voor de kosten die het herstel van deze gebreken met zich brengen, aldus [eisers]
4.3.
[gedaagden] voeren verweer en concluderen primair tot afwijzing van de vorderingen van [eisers], subsidiair tot het verwijzen van de zaak naar de rol voor het nemen van een akte uitlaten over de omvang van de schade, na raadpleging van een deskundige, meer subsidiair tot matiging in goede justitie van de vorderingen van [eisers], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
4.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Aanvankelijk vorderden [eisers] ook de herstelkosten voor houtrot in de aanbouwen, maar ter zitting hebben [eisers] een eisvermindering daaromtrent gedaan en daarom zal het houtrot niet in dit vonnis worden besproken. In de kern gaat het dus nog om twee gebreken die volgens [eisers] in de aanbouwen aanwezig zijn/waren: verzakking van de aanbouwen en verzakking van de vloeren in de aanbouwen.
Exoneratieclausule van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst
5.2.
In het kader van de vermeende gebreken is ter zitting artikel 20 van Pro de koopovereenkomst besproken, waarop door [gedaagden] een beroep is gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank houdt artikel 20 van Pro de koopovereenkomst een vergaande exoneratie van aansprakelijkheid in. De eerste alinea van deze bepaling heeft tot doel de verwachtingen van de koper ten aanzien van de onroerende zaak te temperen in verband met de ouderdom ervan. De tweede alinea bevat echter een zelfstandige en ruimer geformuleerde exoneratie, waarin het ontbreken van eigenschappen van de onroerende zaak voor normaal en bijzonder gebruik en het eventueel anderszins niet beantwoorden van de zaak aan de overeenkomst geheel voor rekening en risico van de koper wordt gelaten. Uit de tekst van deze bepaling blijkt niet dat de exoneratie zich beperkt tot ouderdomsgebreken. Dat de bepaling als geheel wordt aangeduid als ‘Ouderdomsclausule’ doet daar niet aan af. In de tweede alinea wordt bovendien verwezen naar de bouwkundige keuring die koper mocht uitvoeren en die ook is uitgevoerd voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst. Deze bouwkundige keuring zag op de gehele woning, inclusief beide aanbouwen. Ook gelet hierop kan het niet anders zijn dan dat de exoneratie van de tweede alinea van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst ziet op de gehele woning inclusief beide aanbouwen. Met het opnemen van deze bepaling hebben partijen een uitzondering gemaakt op de garantie met betrekking tot de aanwezigheid van de eigenschappen die nodig zijn voor een normaal gebruik als woonhuis met een berging, zodat [gedaagden] in beginsel niet aansprakelijk zijn voor eventuele schade.
Schending mededelingsplicht?
5.3.
Ter zitting is door [eisers] nader toegelicht dat zij een beroep doen op de schending van de mededelingsplicht door [gedaagden] ten aanzien van de verzakking van de aanbouwen en de verzakking van de vloeren in de aanbouwen, waardoor zij geen beroep zouden kunnen doen op de exoneratieclausule van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst. Volgens [eisers] is die schending erin gelegen dat [gedaagden] de vloer op de benedenverdieping hebben vervangen en daarbij hebben gepoogd de ondervloer te egaliseren. Desondanks hebben [gedaagden] niets over de verzakking gezegd tijdens het verkoopproces, ook niet na de aanvullende vragen met betrekking tot de aanbouwen van [eisers] van 13 december 2023.
5.4.
Het beroep op schending van de mededelingsplicht slaagt niet. [gedaagden] hebben ter zitting toegelicht dat zij in 2018 het laminaat, en niet de ondervloer, deels hebben vervangen en een paar centimeter hebben opgehoogd, maar niet op de wijze zoals in het deskundigenrapport van het Bureau is omschreven; daarvan waren zij niet op de hoogte. Verder hebben [gedaagden] aangegeven dat ze bij het vervangen van het laminaat geen gat in de vloer hebben gezien. De door [eisers] gestelde aanvullende vragen zijn door [gedaagden] naar beste weten beantwoord: in de periode dat [gedaagden] in de woning hebben gewoond is de vloer hetzelfde gebleven en waren er dus, zoals zij ook hebben geantwoord, geen tekenen die wijzen op (verdere) verzakking. Naar het oordeel van de rechtbank konden [gedaagden] met deze mededeling in de aanvullende vragen volstaan. Dit geldt temeer nu [eisers] na de beantwoording van de aanvullende vragen door [gedaagden] en voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst een bouwkundige keuring hebben laten uitvoeren en het rapport daarvan hebben ontvangen. In het rapport van de bouwkundige keuring komen namelijk duidelijke signalen naar voren die aanleiding geven tot nader onderzoek: “
De funderingen zijn visueel niet/beperkt zichtbaar en derhalve fysiek vrijwel niet te beoordelen, zonder specialistisch onderzoek” en “
voor 100% zekerheid is nader onderzoek nodig.” Bij deze stand van zaken mocht van [eisers] worden verwacht dat zij nader onderzoek zouden (laten) verrichten naar de aanbouwen. Onder deze omstandigheden komt aan de onderzoeksplicht van [eisers] doorslaggevend gewicht toe.
5.5.
Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat [gedaagden] hun mededelingsplicht niet hebben geschonden en terecht een beroep op de exoneratieclausule van artikel 20 van Pro de koopovereenkomst hebben kunnen doen. Er is dus geen sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagden], zodat de primaire en subsidiaire vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen.
(Nog) meer subsidiaire vorderingen
5.6.
Ten aanzien van de meer subsidiaire vordering van [eisers] hebben zij ter zitting hun beroep op dwaling desgevraagd aldus verduidelijkt, dat zij een beroep doen op artikel 6:228 aanhef Pro onder sub a en c BW (en artikel 6:230 BW Pro). Nu onder 5.5 reeds is geoordeeld dat [gedaagden] hun mededelingsplicht niet hebben geschonden, faalt het beroep op artikel 6:228 aanhef Pro onder sub a BW. Met betrekking tot het beroep op artikel 6:228 aanhef Pro onder sub c BW hebben Qareshshiran c.s. terecht gewezen op de mededeling van [eisers] in hun e-mail van 13 december 2023 dat zij ongeacht de antwoorden op hun vragen willen doorgaan met de koop, waaruit volgt dat de overeenkomst sowieso zou zijn gesloten. Dit staat aan een beroep op dwaling in de weg. De meer subsidiaire vordering zal daarom worden afgewezen.
5.7.
Met betrekking tot de nog meer subsidiaire vordering van [eisers] hebben zij ter zitting desgevraagd toegelicht dat deze is gegrond op non-conformiteit. [eisers] hebben echter niet nader geconcretiseerd op welke wettelijke bepaling het rechtsgevolg wordt gebaseerd of waarom non-conformiteit in dit geval zou moeten leiden tot wijziging van de gevolgen van de koopovereenkomst dan wel tot prijsvermindering. Nu de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd en een dragende rechtsgrond ontbreekt, zal ook het nog meer subsidiaire gevorderde worden afgewezen.
Proceskosten
5.8.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht € 1.374,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × tarief IV à € 1.214)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 3.980,00‬‬.
5.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
6.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af;
6.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 3.980,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
6.3.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de beslissingen in 6.2 en 6.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. de Bruijn en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 21 januari 2026.
type: 3416