Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie met producties;
- de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Rechtbank Den Haag
Partijen, ex-geliefden, kochten samen een hond waarvan [partij B] als enige eigenaar staat geregistreerd. Na het beëindigen van hun relatie ontstond een geschil over de verdeling van de zorg en omgang met de hond.
[Partij A] vordert dat de hond om de week bij hem verblijft, stellende mede-eigendom. [Partij B] vordert een contact- en locatieverbod wegens stalking-achtig gedrag van [partij A].
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding geen definitieve eigendom kan worden vastgesteld en dat onvoldoende aanwijzingen zijn voor mede-eigendom. Ook is de beëindiging van de omgangsafspraak door [partij B] niet onaanvaardbaar. De vorderingen van [partij A] worden daarom afgewezen.
Het stalking-achtige gedrag van [partij A] is erkend, maar onvoldoende aannemelijk dat dit stelselmatig is of herhaling dreigt. Een locatieverbod is daarom niet gerechtvaardigd. Wel moet [partij A] de grens respecteren om [partij B] en de hond niet ongewild te benaderen.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van beide partijen af en compenseert de proceskosten.