Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 24 juli 2025 is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 24 februari 2026 kennelijk ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. De kern van het geschil betrof de betaling van het griffierecht, die op grond van artikel 8:41 Awb Pro verplicht is bij het instellen van beroep. De griffier had eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen de gestelde termijnen te voldoen, maar betaling bleef uit.
Omdat eiseres geen verschoonbare reden voor het niet tijdig betalen van het griffierecht heeft gegeven, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.