ECLI:NL:RBDHA:2026:13805

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL26.14750
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAkkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie (2019/C 384 I/01)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen beëindiging verblijfsrecht en afwijzing duurzaam verblijfsrecht

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin het verblijfsrecht van verzoeker en zijn familieleden per 1 april 2024 van rechtswege is geëindigd en de aanvragen voor duurzaam verblijfsrecht zijn afgewezen op basis van het Terugtrekkingsakkoord.

De minister heeft het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen omdat de rechtbank bij een andere uitspraak op hetzelfde moment al een beslissing op het beroep heeft genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14750

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 december 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker en zijn familieleden van rechtswege is geëindigd per 1 april 2024. In datzelfde besluit heeft verweerder de aanvragen van verzoeker en zijn familieleden voor duurzaam verblijfsrecht op grond van het Terugtrekkingsakkoord [1] afgewezen.
Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14749, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 384 I/01).