ECLI:NL:RBDHA:2026:13875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing verblijfsvergunning
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 22 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De minister stemde in met vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep en dat toekenning van proceskosten passend was. Gezien de lichte aard van de zaak werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van €467,- aan proceskosten en tevens het griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 24 april 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht.