7.3.Het oordeel van de rechtbank
De vordering van de benadeelde partij [aangever 6] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de gestelde materiële schade, is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met onder meer een factuur en een offerte voor reparatiekosten van zijn fatbike. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering ter hoogte van € 453,90 in zijn geheel toewijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 29 december 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de gestelde proceskosten ter hoogte van € 75,-, zal worden afgewezen nu niet is gebleken dat de benadeelde partij proceskosten heeft gemaakt.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hem is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 453,90, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 december 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 6] .
De vordering van de benadeelde partij [aangever 3] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van € 500,-. De vordering is ten aanzien van dat bedrag door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met een factuur. Dat de factuur op een andere naam staat, zoals door de raadsman is aangevoerd, maakt dat oordeel niet anders.
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige afwijzen, omdat uit de onderbouwing van de vordering niet is gebleken dat de meer gevorderde schade is geleden.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 16 december 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 3] .
De vordering van de benadeelde partij [aangever 2] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
De rechtbank zal de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de gestelde materiële schade, afwijzen. Dit deel van de vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en door de benadeelde partij niet onderbouwd.
Immateriële schade
Voor toewijzing van immateriële schadevergoeding moet op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek– voor zover hier relevant – sprake zijn van een aantasting in de persoon van benadeelden op andere wijze, veroorzaakt door het bewezenverklaarde gedrag van de verdachte.
Van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (vlg. ECLI:NL:HR:2019:793). Uit de toelichting op de vordering volgt dat de benadeelde partij door de diefstal van zijn fatbike moeite had met zich te verplaatsen naar school, werk en de sportschool. Hij heeft een ‘gewone’ fiets moeten kopen en dit fietst zwaar, vooral omdat hij gewend was aan het rijden op een elektrische fiets. Verder heeft de benadeelde partij zich op het standpunt gesteld dat de diefstal van zijn fatbike hem een ‘psychologische schok’ heeft bezorgd.
Gelet op voornoemd juridisch kader is hetgeen de benadeelde partij heeft gesteld ontoereikend om te kunnen spreken van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Zo is het gestelde geestelijk letsel niet onderbouwd en doet zich bij een fietsendiefstal (een vermogensdelict), in beginsel geen situatie voor waarin uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan al volgt dat van een aantasting ‘op andere wijze’ sprake is, terwijl geen omstandigheden zijn gesteld en gebleken waarom dat in dit geval anders is. Dat betekent dat er in deze zaak voor toewijzing van hetgeen is gevorderd geen wettelijke grondslag is. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
De vordering van de benadeelde partij [aangever 9] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade, is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met de aankoopfactuur. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering ter hoogte van € 808,99 in zijn geheel toewijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 13 januari 2026, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 808,99, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 9] .
De vordering van de benadeelde partij [aangever 12] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post ‘fatbike’ ter hoogte van
€ 1.278,99, is door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met de aankoopfactuur en een betalingsbewijs. Dat de factuur op een andere naam staat, zoals door de raadsman is aangevoerd, maakt dat oordeel niet anders. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank zal de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post ‘OV voor drie maanden’ afwijzen, omdat deze post door de benadeelde partij niet nader is onderbouwd.
De rechtbank zal de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post ‘slot’ afwijzen.
De gestelde schade is weliswaar geleden door de bewezenverklaarde fietsendiefstal, maar die schade kan redelijkerwijs niet aan de verdachte worden toegerekend, omdat de benadeelde naar het oordeel van de rechtbank niet heeft voldaan aan de schadebeperkingsplicht. Uit het dossier volgt immers dat de benadeelde partij haar fiets voor de diefstal niet op slot heeft gezet.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering toewijzen tot een bedrag van
€ 1.278,99.
Immateriële schade
Uit de toelichting op de vordering volgt dat de zoon van de benadeelde partij door de diefstal van zijn fatbike niet goed kon slapen. Hij denkt er veel aan en kan zich daardoor niet goed focussen op school, wat een negatieve invloed heeft op zijn cijfers.
Gezien voornoemd juridisch kader is hetgeen de benadeelde partij heeft gesteld ontoereikend om te kunnen spreken van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Zo is het gestelde geestelijk letsel niet onderbouwd en doet zich bij een fietsendiefstal (een vermogensdelict), in beginsel niet een situatie voor waarin uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan al volgt dat van een aantasting ‘op andere wijze’ sprake is, terwijl geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waarom dat in dit geval anders is. Dat betekent dat er in deze zaak voor toewijzing van hetgeen is gevorderd geen wettelijke grondslag is. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 14 januari 2026, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.278,99, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 januari 2026 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 12] .
De vordering van de benadeelde partij [aangever 7] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de posten ‘fiets tweedehands gekocht’ en ‘OV-transport om vervangende fiets te halen’, zijn door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met een factuur van de fiets en een declaratieoverzicht van OV-chipkaart. Dat het declaratieoverzicht op een andere naam staat, zoals door de raadsman is aangevoerd, maakt dat oordeel niet anders, nu de benadeelde in de toelichting op haar vordering heeft vermeld dat haar man de vervangende fiets heeft opgehaald. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering ter hoogte van € 1.035,39 in zijn geheel toewijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 14 januari 2026, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.035,39, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 januari 2026 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 7] .
De vordering van de benadeelde partij [aangever 1] (dagvaarding I feit 1)
Materiële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter grootte van € 20,-.
De vordering is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering ter hoogte van € 20,- in zijn geheel toewijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 16 januari 2026, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoedingsmaatregel, gelet op de hoogte van de toegewezen schade, niet aan de verdachte opleggen.
De vordering van de benadeelde partij [aangever 15] (dagvaarding II)
Materiële schade
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de posten ‘aanschaf nieuwe fiets’, ‘extra slot 1’, ‘extra slot 2’ en ‘abonnement Loqater’, is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd met een factuur en een betalingsbewijs. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde feit, ter hoogte van € 424,84.
De rechtbank zal de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post ‘eigen risico verzekering’ afwijzen, nu onduidelijk is of dit bedrag al is inbegrepen in de post ‘aanschaf nieuwe fiets’.
De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering toewijzen tot een bedrag van
€ 424,84.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 18 november 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor dit bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 424,84, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 november 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever 15] .