ECLI:NL:RBDHA:2026:13978

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL26.3942
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht in vreemdelingenzaak

Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke procedure waarin eiser beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen door de minister op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel.

De rechtbank stelde dat eiser het griffierecht van € 200,- binnen twee weken na ontvangst van de nota moest betalen. Ondanks dat de aangetekende brief met de betalingsverplichting op het kantooradres van de gemachtigde is bezorgd, ontving de rechtbank het griffierecht niet. Eiser gaf geen geldige reden voor het uitblijven van betaling.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde het de inhoud van het beroep niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 29 april 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.3942
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 november 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – 8 EVRM (hierna: de aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.3 Er kunnen omstandigheden bestaan waardoor het griffierecht eerder betaalt dient te worden. In dit geval zorgt het spoedeisende karakter van de procedure om een termijn van twee weken. In dit geval bedraagt het griffierecht € 200,-.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 28 maart 2026 een nota gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze aangetekende brief op
31 maart 2026 op het kantooradres van de gemachtigde ondertekend en bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 april 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.