ECLI:NL:RBDHA:2026:13978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht in vreemdelingenzaak
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke procedure waarin eiser beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen door de minister op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel.
De rechtbank stelde dat eiser het griffierecht van € 200,- binnen twee weken na ontvangst van de nota moest betalen. Ondanks dat de aangetekende brief met de betalingsverplichting op het kantooradres van de gemachtigde is bezorgd, ontving de rechtbank het griffierecht niet. Eiser gaf geen geldige reden voor het uitblijven van betaling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde het de inhoud van het beroep niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 29 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.