Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 17 mei 2026 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat hij onterecht op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet was opgehouden en dat het gebruik van handboeien tijdens transport onrechtmatig was vanwege onvoldoende motivering.
De rechtbank oordeelde dat het niet vereist is dat identiteitsgegevens uitsluitend via authentieke documenten worden vastgesteld; een foto van het paspoort volstond om de ophouding te rechtvaardigen. Hoewel verweerder erkende dat de motivering voor het gebruik van handboeien ontbrak, vond de rechtbank dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, mede omdat eiser niet concreet had toegelicht hoe hij hierdoor werd geschaad.
Verweerder had meerdere zware en lichte gronden aangevoerd voor de bewaring, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen, het onttrekken aan toezicht, en het niet naleven van een overdrachtsbesluit. Twee gronden werden tijdens de zitting laten vallen. De rechtbank vond de overige gronden feitelijk juist en voldoende om de bewaring te dragen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser vanwege het gebrek in het voortraject. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.