ECLI:NL:RBDHA:2026:14027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag toeslagjaren 2006-2012 wegens ontbreken compensatiegrond
Eiseres heeft een verzoek ingediend tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2006 tot en met 2016, waarbij in overleg alleen de jaren 2006 tot en met 2012 zijn beoordeeld. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie van €30.000. De Commissie van Wijzen concludeerde dat er geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het systeem.
Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat een brief uit 2014 niet was betrokken en dat voorschotten onterecht waren verrekend. De rechtbank oordeelde dat de voorschotten in 2010 en 2011 deels niet aan eiseres waren uitbetaald, maar dat verweerder mocht uitgaan van de eigen administratie. Ook was de verrekening op grond van artikel 30 Awir Pro toegestaan. Voor de jaren 2008 en 2009 was geen aanspraak op toeslag omdat geen opvang had plaatsgevonden.
De rechtbank overwoog dat compensatie op grond van de Wet Hersteloperatie Toeslagen (Wht) alleen wordt toegekend bij institutionele vooringenomenheid of hardheid van het systeem, wat hier niet is vastgesteld. Ook het beroep op de hardheidsclausule van artikel 47 Awir Pro en artikel 2.9 Wht faalde, omdat deze niet van toepassing zijn of geen amvb bestaat. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot herbeoordeling van kinderopvangtoeslag wordt ongegrond verklaard.