ECLI:NL:RBDHA:2026:1408

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
NL25.57724 en NL25.57726
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. Meesters – van Luijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië op grond van Dublinverordening

Verzoeksters, allen van Turkse nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend die door de minister niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Tegen deze besluiten zijn afzonderlijke beroepen ingesteld en verzoeken om voorlopige voorzieningen gedaan.

De voorzieningenrechter constateert dat de beroepen mogelijk niet binnen de overdrachtstermijn van 29 maart 2026 kunnen worden afgehandeld, mede doordat de behandeling is geschorst in afwachting van onderzoek naar documenten zoals het familieboekje en de huwelijksakte. De minister verzet zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter besluit de bestreden besluiten te schorsen en bepaalt dat verzoeksters niet mogen worden overgedragen aan Kroatië totdat op de beroepen is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeksters, vastgesteld op €1.868,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De overdracht van verzoeksters aan Kroatië wordt geschorst totdat op de beroepen is beslist en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.57724 en NL25.57726

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam], verzoekster,

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer:],
en

[naam], verzoekster II,

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [v-nummer:],
mede namens de minderjarige kinderen van verzoekster:

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer:],

[naam]

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [v-nummer:],
allen van Turkse nationaliteit,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoeksters,
(gemachtigde: mr. S. Thelosen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Procesverloop

1. Bij besluiten van 21 november 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de
asielaanvragen van verzoeksters niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
2. Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten afzonderlijk beroep ingesteld en
de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De beroepen zijn geregistreerd onder de zaaknummers NL25.57723 en NL25.57725.
3. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, gelijktijdig met de beroepen, op
14 januari 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. F.S. Fahad, waarnemer voor mr. S. Thelosen, de gemachtigde van verzoeksters.

Overwegingen

4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, kan
de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
5. De asielaanvragen van verzoeksters zijn niet in behandeling genomen op grond van
artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat een andere lidstaat daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Dublinverordening. Deze verordening stelt een termijn waarbinnen in een geval als dit de aanvrager dient te worden overgedragen aan de ontvangende lidstaat. In de zaken van verzoeksters is deze uiterste overdrachtsdatum 29 maart 2026.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat de beroepen van verzoeksters mogelijk niet
kunnen worden afgehandeld binnen deze overdrachtstermijn, omdat bij uitspraak van heden is beslist tot schorsing van de behandeling van die beroepen in afwachting van de uitkomst van het onderzoek door Bureau Documenten naar de door verzoeksters tijdens de behandeling getoonde en door hen in te brengen documenten, waaronder het familieboekje en de huwelijksakte.
7. De minister heeft ter zitting te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen
toewijzing van de verzoeken om een voorlopige voorziening.
8. De voorzieningenrechter zal de bestreden besluiten schorsen en bepalen dat
verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Kroatië totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.
9. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeksters gemaakte
proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934.- en een wegingsfactor 1 in samenhangende zaken).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat de bestreden besluiten worden geschorst en dat verzoeksters niet mogen worden overgedragen aan Kroatië totdat is beslist op de beroepen.
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters – van Luijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.